Home Lifestyle Cultuur Dé roman: Doodsbruid
Dé roman: Doodsbruid

Doodsbruid is intussen al het 10de boek met Cato Isaksen, een slimme politieman met een ingewikkeld privéleven

Hij wordt geconfronteerd met de bijna verjaarde moord op een twaalfjarig meisje en probeert onder de patiënten en dokters van een voormalig psychiatrisch ziekenhuis diep verborgen geheimen aan het licht te brengen.

Rasschrijfster Unni Lindell geeft grif toe dat haar thrillers het jaarlijkse moordcijfer in Noorwegen spectaculair de hoogte injagen, maar ze slaagt er er als geen ander in om personages van vlees en bloed neer te zetten: verscheurde politiemensen, gekwelde moordenaars en gelittekende slachtoffers. Een lust om te lezen.

doodsbruid cover

Doodsbruid
Unni Lindell
Uitgeverij Querido
> Shop nu

 

 

Lees hier al een fragment

Het Ketelhuis was al jarenlang afgesloten. Ik heb me geïnstalleerd in het kleine stenen huisje waar de wilde wingerd zich vastklampt aan de buitenmuren, zoals ik me vastklamp aan de toekomst. Hier heb ik alles: rust, stilte, duisternis. Ik moet niet stilstaan bij mijn persoonlijke problemen, maar gewoon doen wat ik moet doen. Het is net alsof ik de enige overlevende ben na een verschrikkelijke catastrofe. De angst doorkruist mijn lichaam als een donker spinnenweb. Ik ben geen moordenaar, geen echte.

Hier op het terrein is het gebeurd, lang geleden. Alsof ik door een schacht viel, maar de tijd verstreek en ik heb me gered. Alles is hier nog als voorheen: de stalen trap met het mos, de mussen die pikken op het asfalt. De vossen aan de bosrand. In de zomer zoemende insecten tegen de kleine glas-in-loodramen; niemand kan erdoor naar binnen kijken, maar de grote schaduwen van de boomkronen op het gras kunnen van binnen wel gezien worden. Ik hoor de ratten lopen in de kelder, en de koude lucht van de muren in de onderaardse gangen trekt omhoog door de kieren in het houten luik. Het sneeuwt nu. De geur van winter zit in de muren. De sneeuwwitte deken op het plein tussen de gebouwen lijkt op een lijkkleed. Over het gazon loopt een strook van een meter breed, de warmte van de ondergrondse gang laat de sneeuw smelten. De ondergrondse gang komt vanaf het hoofdgebouw. De beveiliger denkt dat ik hier hoor te zijn. Hij zet nergens vraagtekens bij. We maken vaak een praatje, dan loopt hij verder. Als het zover is, zal ik verhuizen. Waarschijnlijk vannacht. De korfkist is nu in de oven geschoven. Als haar lichaam verbrand is, zal ik deze plek voor altijd verlaten.