Onze chef-mode spot elke maand what’s hot & what’s not. Deze week kwam ze oog in oog met een doorgedreven kringloopster. Tot tien tellen is niet altijd genoeg, zo blijkt.

En trouwens: afgelegd is afgelegd.” Het was toen dat ik besefte: deze wedstrijd heb ik verloren. Of hoe ik ook eens naar de kringwinkel ging, en ruziemaakte voor een top van € 7,50. Hashtag not proud. Komt-ie. Om mijn avocadoverslaving, vele vliegreizen en twee kinderen enigszins ecologisch te compenseren, koop en draag ik vaak vintage. Uniek en duurzaam en doorgaans best betaalbaar: ik ben grote fan. Ik ruik de mottenballengeur in de Think Twice allang niet meer; ik kan intussen als de beste epauletten wegknippen en knopen aannaaien, en in een berg gordijnstoffen spot ik die ene liberty-print. Dus ja: ik ben best doorgewinterd.

Ik heb eigenlijk nog maar één horde te nemen: die van de kringwinkel. Ik kom daar niet graag. Het heeft te maken met de samenstelling, denk ik: naast/tussen/onder de kledingrekken staan koelkasten, rekken met tupperware-potten zonder deksel en kakstoelen uit de seventies. Er heerst chaos en onvoorspelbaarheid: dan dénk ik dat ik een prachtige rok te pakken heb, blijkt het een opgevouwen geplastificeerd tafelkleed te zijn. “Maar de kringwinkels zijn keihard veranderd!”, zei mijn buurvrouw ergens vorige week.

Dus ik de fiets op, lege Ikea-zak in de aanslag, klaar om mijn slag te slaan in de kringwinkel van Antwerpen. Je moet er nog steeds voorbij de nachtkastjes, fifties bankstellen in eik en broodroosters eer je überhaupt een broek tegenkomt, maar alla. Er stonden flink veel rekken, netjes geordend per categorie, en de gordijnen hingen er nog steeds, maar zo’n beetje apart. Ik blij, zéker toen ik na anderhalve minuut scannen een Laura Ashley-top zag hangen, beetje matrozenstijl, met een grote blauw-witte kraag. Yes! Ik nam nog een oude, ongelabelde bloemetjesrok uit een rek, en toen zag ik een bedsprei, van het doorstikte soort, met antieke rozenprint.

‘Dénk ik dat ik een prachtige rok te pakken heb, blijkt het een opgevouwen geplastificeerd tafelkleed te zijn’

Ik heb een zwak voor bedspreien; in mijn droomwereld heeft elk bed zo’n oude, matelassé sprei, dus ik gooide mijn kleren even op een rekje, om de sprei open te leggen en te speuren naar vlekken. Ik haat namelijk vlekken: ik wil niet weten dat iemand dertig jaar geleden spaghetti heeft gegeten in bed, of erger. Net toen ik de sprei open had, nam iemand mijn Laura Ashleytop van het rek, en stopte ’m onder haar oksel (eek). “Oh pardon,” zei ik, “die had ik daar even gehangen om naar deze sprei te kijken.” Geen reactie. “Mag ik die top terug? Ik had die al genomen.” Niks. Geen wimper verknipperde ze, de mevrouw met de matrozentop onder haar linkeroksel. “Mevrouw,” zei ik een beetje luider, “ik had die top al. Mag ik?” Ik stak mijn arm uit, zo’n beetje van geefgeef- geef, motherfucker, en toen sprak ze.

“Oemoekikdaweetn? Da hong daar gewoon.” “Okeeee,” zei ik, inwendig tot tien tellend, “maar u weet het nu. Dus als u ’m gewoon even teruggeeft?” Ik besef, terwijl ik dit intik, dat het tóén al belachelijk was. Een vrouw van de wereld discuteert niet over een top van € 7,50, zelfs al is die van Laura Ashley. Maar ik was pissig, en verontwaardigd, en te ver heen om nog af te haken. “U bent onbeleefd”, voegde ik toe, mijn arm nog steeds uitgestrekt. Ze werd boos: “’t Is hier gene chique boel, hé madam. ’t Is hier de kringwinkel. En trouwens. Afgelegd is afgelegd.” Toen ze die gevleugelde zin sprak, ging er bij mij eindelijk een licht aan: laat het los – walk away, vergeet die hele top.

Ik zwierde de sprei terug op de stapel (er zat een bruine vlek op, dus groetjes dan), hing de bloemenrok in het rek (geen zin meer in) en wandelde naar de trappenhal. “Mijn dochter heeft verkleedfeest op school!”, snauwde de mevrouw mij in het voorbijgaan nog toe. Uiteindelijk vond ik dát nog het allerergste: dat die prachtige, seventies matrozentop gewoon moest dienen als carnavalsoutfit. Het leven is soms genadeloos hard – zelfs voor Laura Ashley.

Nog meer columns lezen: