Schuld en boete. Het is een geliefd thema in films, boeken, theater en muziek. Over hoe we elkaar de duvel aandoen en daarna verteerd worden door spijt. Over verlangens naar de zoete zonden van het leven waarvan we vinden dat we ze eigenlijk niet mogen hebben. Iedereen kent dat lastige duiveltje op onze schouder, ons dominante geweten dat ons treiterend influistert dat we het anders hadden moeten aanpakken. Dat we het beter niet hadden gedaan of dat we juist wél hadden moeten reageren. 

Ook Evy (47) heeft last van schuldgevoelens: kon ze meer kwaad voorkomen hebben door de man die haar aanrandde wel aan te geven?

Op vakantie met een jongerenorganisatie

“Als kind ging ik altijd op vakantie met een jongerenorganisatie. Er waren drie begeleiders, we hadden een goeie band met hen omdat we ze al jaren kenden. Tijdens een van die vakanties, het was in de Ardennen, verstuikte ik mijn enkel. Ik kon er niet meer op staan, maar de begeleider vond het niet nodig om me naar het ziekenhuis te brengen. Ik was tien jaar en durfde hem niet tegen te spreken. Hij verzorgde mijn enkel elke morgen voor het ontbijt, hij legde er ijs op en smeerde zalf. Ik zat in mijn pyjama en moest mijn voet op zijn been leggen. Maar het voelde elke dag minder comfortabel aan, hij kwam te dichtbij. Op zeker moment nam hij mijn hand en duwde die in zijn pyjamabroek tegen zijn penis. Ik was geschokt en in paniek maar toch reageerde ik alert, ik liet meteen merken dat ik dit niet wilde. ‘Doe dit nooit meer of ik ga naar de politie’, heb ik gezegd. Hij had dat waarschijnlijk nooit verwacht, maar hij stopte meteen. Daarna deden we allebei of er niets aan de hand was.

Eenmaal terug thuis durfde ik het niet aan mijn ouders te zeggen. Ik was bang dat ik anders nooit meer mee op kamp mocht en dat wilde ik niet. De volgende twee jaar ben ik gewoon weer meegegaan en dat verliep zonder problemen. Het enige wat me opviel was dat een van de meisjes die altijd heel vrolijk was, zich plots stil en teruggetrokken gedroeg. Ik was zelf nog een kind maar vroeg me af of hij met haar ook zoiets gedaan had. Ik heb er met haar over gesproken, maar geen bevestiging gekregen of het dat was, dus duwde ik de gedachten weg.

IK REALISEERDE ME DAT DEZELFDE BEGELEIDER NA MIJ WELLICHT NOG ANDERE SLACHTOFFERS HAD GEMAAKT

Niet alleen

Pas jaren later, vooral nadat er zoveel verhalen uitkwamen over pedofielen, werd de ernst van mijn ervaring me duidelijk. Ook besefte ik dat de kans klein was dat het alleen met mij was gebeurd, de begeleider had het vast ook met andere kinderen geprobeerd. 

Zo is het schuldgevoel begonnen. Want hoe meer ik eraan dacht, hoe meer ik me realiseerde dat er na mij waarschijnlijk nog andere slachtoffers van dezelfde begeleider waren geweest. Als ik het destijds aan mijn ouders zou hebben verteld, dan had de politie wellicht kunnen ingrijpen en was andere slachtoffers veel leed bespaard. Ik heb me afgevraagd of ik alsnog niet naar de politie moest gaan om te vragen of ze iets van de man wisten. Maar ik heb het dan toch niet gedaan. Het zou vast zo’n vaart niet gelopen zijn, hield ik mezelf voor. Tot ik een paar jaar geleden iemand tegenkwam die vroeger ook mee op die kampen ging. Ik liet voorzichtig vallen dat het toch niet helemaal koosjer was wat de begeleider had gedaan. Ze zei dat ze er ook al verhalen over had gehoord. Op dat moment werd mijn grootste angst bevestigd; hij had wel degelijk meer slachtoffers gemaakt. Sindsdien zit ik met zware schuldgevoelens. Enerzijds wil ik het aangeven bij de politie, anderzijds vraag ik me af of ik het wel moet oprakelen, misschien willen de andere slachtoffers dat helemaal niet. Ik ben er (heel) veel mee bezig, telkens als ik iets lees of hoor over misbruik, komt het boven. Rationeel weet ik dat ik heel moedig was om hem op mijn tien jaar te doen stoppen en op zijn plaats te zetten, maar meer en meer heb ik het gevoel dat ik toen wél naar de politie had moeten gaan en andere kinderen hetzelfde lot had kunnen besparen.”

*De gebruikte naam is een schuilnamen. Openingsbeeld: stockbeeld. 

Lees ook: