Je hebt zo van die mensen die álles meegekregen hebben. Beauty, brains, en nog heel wat andere talenten. Wat je soms doet zuchten: is er eigenlijk iets wat ze niet kunnen? Wij spraken met enkele van hen en ontdekten dat alles kunnen ook best lastig is. Vandaag: Elisabet, winnares van De Mol 2019.

“Ik heb geleerd dat perfectie niet bestaat. Als je de lat te hoog legt, kun je niet meer genieten. En dat is toch het allerbelangrijkste”

“Ik vind mezelf absoluut geen multitalent, maar ik hoor het wel vaak van anderen. Tijdens de uitzendingen van De Mol nog, toen ik een kunstwerk moest maken en het er behoorlijk goed uitzag. ‘Jij kunt altijd alles’, verzuchtte mijn familie. Terwijl ik mezelf altijd de minst getalenteerde vond thuis. Mijn oudere broer en zus haalden 90 voor hun piano-examen, ik haalde eind de 80. Dat ik het kneusje van de familie ben, kan ook aan mijn familie liggen natuurlijk (lacht). Er zijn trouwens best veel dingen die ik niet kan. Bowlen, bijvoorbeeld. En presenteren. Dat klinkt nu heel gek, omdat ik op een podium zing én meegedaan heb aan een televisieprogramma. Maar bij een presentatie bevries ik. The whole shebang:  rode stressplekken in mijn nek, angstzweet onder mijn oksels en een bevende stem. Om die reden hebben ze even getwijfeld om mij De Mol te maken, omdat ik me op die manier direct zou verraden. Maar gelukkig had ik het toen onder controle. Omdat ik wist: dit móét me lukken.

Elisabet (34) ‘Er zijn best veel dingen die ik níét kan. Bowlen, bijvoorbeeld. En presenteren, dan bevries ik’

Ik kan een aantal dingen goed, maar ik weet niet of dat iets is om heel blij om te zijn. Het lijkt me gemakkelijker om in één ding heel goed te zijn. Want kiezen is verliezen. Toen ik in het vierde middelbaar voor het eerst zong op een podium, kreeg ik van iedereen complimenten en aanmoedigingen. Ik begon met klassieke zang, zong in een coverband en was niet slecht. Elke keer zeiden mensen me dat ik er verder mee moest gaan. Op mijn achttiende deed ik mee aan de eerste editie van Idool. Ik, een verlegen meisje dat zich net had ingeschreven voor de studie Geneeskunde. Ik raakte bij de honderd laatsten en kreeg de vraag wat ik écht wilde worden: zangeres of dokter. Toen ik ‘dokter’ antwoordde, was het voorbij. Ik heb er geen spijt van. Spoedarts worden was de juiste keuze. Ik geloof dat een zangcarrière ook hard werken is. En zonder studie Geneeskunde had ik mijn man, die radioloog is, niet leren kennen. Hij geeft me de vrijheid die ik nodig heb. Meedoen aan De Mol met een baby van nog geen halfjaar? Hij steunt me. Die zelfontplooiing is van levensbelang voor mij, en hij weet dat.

“Ik was perfectionistisch en werd het doelwit van pesters. Dat heeft er serieus ingehakt: ik wilde plots niet meer de beste zijn, ik wilde vooral onzichtbaar worden. Dat resulteerde in een eetstoornis die ik pas tien jaar geleden onder controle kreeg”

Als opgroeiend meisje was het trouwens niet altijd een zegen om ergens heel goed in te zijn. Ik was perfectionistisch en werd het doelwit van pesters. Dat heeft er serieus ingehakt: ik wilde plots niet meer de beste zijn, ik wilde vooral onzichtbaar worden. Dat resulteerde in een eetstoornis die ik pas tien jaar geleden onder controle kreeg. Na heel wat jaren werken aan mezelf durf ik nu te zeggen wat ik nodig heb. Toen ik de oproep voor De Mol zag passeren, was onze baby net vijf weken, maar ik voelde dat ik iets moest doen voor mezelf. Alleen al op die verzendknop duwen, gaf me zuurstof. Toen ik werd geselecteerd, heb ik natuurlijk geslikt, maar ik kwam als herboren terug. Als je me nu vraagt wat mijn grootste talent is, dan antwoord ik: hoe ik mijn gezin, mijn werk en zelfzorg combineer. Ik heb geleerd dat perfectie niet bestaat. Als je de lat te hoog legt, kun je niet meer genieten. En dat is toch het allerbelangrijkste.”

Meer getuigenissen:

(Tekst: Lisa Gabriëls –  Foto: Duncan De Fey)