Delphine Boël haalde gisteren officieel haar slag thuis: het DNA-onderzoek wijst uit dat koning Albert II haar biologische vader is. Zes jaar geleden stapte Delphine voor het eerst naar de rechtbank om erkend te worden als dochter van Albert II. Na een lange juridische rompslomp haalt ze nu dus eindelijk haar slag thuis. Net voor Kerst gingen wij langs bij Delphine Boël thuis, waar ze vertelde over haar leven als kunstenaar, haar gezin en de tumult over haar biologische vader.

 

“Al is er wel jaar is in mijn leven dan is het wel 1999 – het jaar dat ik een relatie begon met Jim, mijn man. Ik woonde toen in Londen, en leidde er echt een vrijgezellenleven, met veel feesten en lange nachten. Mijn moeder, die in Frankrijk woonde, had een huisvriend, een Amerikaan. Hij was samen met de moeder van Jim. Op een gegeven moment zou Jim Londen bezoeken, en mijn moeder vroeg me hem rond te leiden in de stad, en hem misschien een keer mee uiteten te nemen. Dat deed ik, want ik vind nieuwe mensen ontmoeten altijd tof en interessant – en zo werden we langzaamaan vrienden. Als Jim naar Londen kwam, logeerde hij bij mij, in mijn spare bedroom. Ik ging in die tijd haast elke avond uit, en dan zagen we elkaar aan de ontbijttafel: hij fris als een hoentje, ik met uitgelopen mascara ( lacht).”

“En dan, in 1999, nam mijn leven een andere wending: het nieuws dat ik koning Alberts geheime dochter was, explodeerde. Niet alleen in België; ook in Londen was het breaking news. Om te ontsnappen aan het hele mediacircus besloot ik een paar dagen ‘onder te duiken’ in Amerika, bij Jim. Hij woonde in Washington, en dat leek me precies ver genoeg. Jim had een hele planning gemaakt, met stadsbezoeken, excursies en etentjes, om mijn gedachten te verzetten. Alleen: ik sliep vijf volle dagen ( lacht) – ik ben echt die slaapkamer niet uitgekomen.”

Later dat jaar, met Kerstmis, nodigde ik Jim uit om bij ons kerstavond te vieren. Dáár sloeg de vonk over, en het jaar erna woonden we samen, in Londen. We bleven er tot 2003, tot ik zwanger was van ons eerste kind, Josephine. Ik voelde heel sterk: ik wil mijn baby in België krijgen, niet in Londen. De gezondheidszorg in Londen is niet top – althans niet zoals in België – en ik dacht: ik krijg die baby, en dan keren we terug naar Londen. Alleen: we zijn hier nu nog altijd (lacht). Ik kreeg een tweede kind, Oscar, die nu elf is, en hoewel ik soms nog naar Londen verlang, denk ik niet meer aan terugkeren. Mijn kinderen hebben hier hun wortels, we zijn hier gelukkig. Het is hier goed.”

“In tegenstelling tot wat je misschien verwacht, ben ik een zeer strikte moeder. Hier thuis heerst discipline, en geen chaos. Beleefdheid is cruciaal; ik denk dat mijn twee kinderen héél vaak thank you en please zeggen (lacht); ik heb dat er echt ingedrild. Mijn moeder heeft dat bij mij ook gedaan, dus ja, het komt vast van haar kant. Ik ben daarnaast ook een moeder die haar kinderen opvoedt tot onafhankelijke, zelf denkende individuen. Ik ben er voor hen, uiteraard, en Jim ook, maar Josephine en Oscar moeten zélf aan de bak. Met schoolwerk helpen we bijvoorbeeld nooit. Zet dat maar in drukletters. Ik heb school altijd verschrikkelijk gevonden, dus nu ik vijftig ben, ga ik écht geen huiswerk meer maken. Soms is dat moeilijk voor hen; thuis praten we Engels, op school is alles in het Frans – dat is soms lastig. Maar ze trekken hun plan, en daar leren ze het meest van. Ik probeer mijn kinderen ook niet te overbeschermen. Toen ze baby’s waren, zat ik niet alle stopcontacten af te plakken en tafelhoeken te watteren. Ik denk: stóót je hoofd, je doet het geen twee keer. Dat heb ik nu nog altijd. Ik ben een publiek persoon geworden, of ik dat nu wil of niet, maar mijn kinderen verstop ik niet. Ik heb daar wel een tijdje mee geworsteld, hoor. Toen Josephine een baby was en een paparazzo een foto van ons maakte op straat, hield ik instinctief mijn hand voor haar gezichtje. Een paar jaar later gebeurde het opnieuw, maar toen vroeg Josephine me zelf: ‘Mama, waarom doe je dat?’. Ja, dacht ik bij mezelf, waaróm eigenlijk? Ik ben trots op mijn kinderen, ik wil hen niet het gevoel geven dat ik hen verstop. Dus mogen ze hun gang gaan, en Josephine mag gewoon op Instagram – al is haar account wel privé. Dat heeft ze zelf bedacht hoor, daar zit ik niet tussen.”

“Ik schilder de roddels van me af, ik schrijf duizend keer LOVE als antwoord op al het negativisme”

Ik denk dat bij ons thuis warmte het allerbelangrijkst is. We zijn niet het picture perfect gezinnetje, met een gestyled interieur en zo. Bijna alles is hier homemade, mijn kinderen hun schoolwerkjes staan allemaal op de schouw, mijn kunstwerken hangen hier overal. Ons huis is wie we écht zijn, en geen façade. Centraal in dit huis staat de grote Blabla-tafel, waaraan we nu zitten. Die tafel brengt ons samen, maar er zitten zoveel meer lagen onder. Blabla verwijst naar roddels en leugens – ik vind roddelen heel nasty. We doen het allemaal, af en toe, maar eens het gemeen wordt, en het mensen raakt, haak ik af. Roddels zijn heel vernietigend, en dat heb ik helaas al al te vaak zelf ondervonden. Over mij en mijn afkomst wordt veel gezegd en veel geschreven, en meestal zijn het leugens. Dingen die ik niet heb gezegd; dingen die me zelfs nooit zijn gevraagd. Het lastigste is: ik kan het niet zomaar van me afzetten, het raakt me écht. Zelfs fysiek: ik krijg er maagpijn van. Ik hou van mensen, vertrouw mensen snel, stel me helemaal open voor hen. Als dat vertrouwen dan geschaad wordt, doet dat pijn. Het kwetst heel erg. Daar verwijst blabla naar, en bij uitbreiding álles wat ik maak. Kunst is voor mij therapie. Meer zelfs: kunst redt mij. Ik schilder de roddels van me af, ik schrijf duizend keer ‘LOVE’ als antwoord op al het negativisme. Kunst, en níét de mens, kan de wereld beter maken.”

 

MEER INTERVIEWS:

Tekst: Els Keymeulen – Beeld: Filip Van Roe