Home Celebs Tijd voor de nieuwe papa?

Tijd voor de nieuwe papa?

Tijd voor de nieuwe papa?

Vroeger was hij de kostwinner, en de occasionele speelkameraad. Maar nu toont onderzoek aan dat een betrokken vader essentieel is voor het welzijn van een kind. Nochtans is de nieuwe ‘zorgende vader‘ nog ver van de norm. Wat houdt hem tegen?

 

Hij zit op het sofabed naast me, zijn benen gekruist, en hij houdt haar vast alsof hij nooit iets anders heeft gedaan. Zij, klein en roze, amper een paar uur oud, zuigt aan het kleine papflesje dat hij haar voorhoudt. Haar bewegingen zijn nog ongecontroleerd. Ze spreidt haar garnalenvingertjes, hij legt zijn wijsvinger in dat kleine handje. Ze grijpt hem vast en laat niet meer los.

Ik lig naast hen, op mijn ziekenhuisbed, en kijk toe hoe mijn man onze pasgeboren dochter koestert. Hoe hij tegen haar praat. Haar neusje aanraakt. Haar belooft onnoemelijk veel van haar te houden en tegen haar veertiende verjaardag een slotgracht rond ons huis te graven om haar ongetwijfeld talloze, volgens hem ongewenste aanbidders op een afstand te houden.

Het is veruit het mooiste wat ik ooit heb gezien. Toen we elkaar leerden kennen, was ik vastbesloten. Ik zou wat ik voor hem begon te voelen niet in de weg laten komen van mijn kinderwens. Ik was al 39, ik had geen tijd om te spelen en te zien hoe het liep. Mijn klok tikte, en zoals het gaat met mensen die met deadlines werken, mijn focus verscherpte. Ik ging hoofdzaken van bijzaken onderscheiden. Vlinders? Allemaal goed en wel, maar ik wist: als ik op een bepaald moment zou merken dat hij geen vadermateriaal was, als hij me daar niet van wist te overtuigen, dan zou ik wegwandelen.

Dat was niet nodig. Ik hield mijn lief nauwlettend in de gaten als zijn zesjarige zoontje bij hem was, en al snel werd duidelijk dat deze man een geboren vader was. Speels, empathisch en zorgzaam, ook voor hele kleine kindjes, zo bleek toen ik tijdens een namiddag babysitten op mijn neefje van één amper de kans kreeg om zijn luier te checken, laat staan te verversen. Dat had hij al gedaan.

UITSLOVER OF GEZWOREN KAMERAAD?

Ik zou dus liegen als ik zei dat zijn vaderlijke kwaliteiten geen belangrijke rol speelden toen we een stel werden. En mijn intuïtie stelde me niet teleur. Toen het na de bevalling langer duurde dan verwacht voor ik weer op de been was, ontplooide de vader van mijn kind zich tot een eersteklas kinderverzorger. Hij gaf ons meisje haar eerste badje. Hij masseerde haar. Hij voedde, pamperde en smeerde. Ik geef toe dat het me frustreerde dat ik amper kon zitten of op mijn benen staan, maar ik voelde me niet hulpeloos, want ik wist dat mijn baby in goede handen was.

De tien dagen vaderschapsverlof waren naar mijn zin te snel voorbij. Maar ook toen hij weer voltijds ging werken, bleef mijn man aanwezig en betrokken bij het babygebeuren. Hoewel ik hem tijdens de week ’s nachts liet doorslapen, ruilde ik tijdens het weekend dankbaar de nachtvoedingen in voor een paar ononderbroken nachten slaap. Toen ik na een kleine zes maanden weer aan de slag ging, nam mijn lief maandenlang elke woensdag ouderschapsverlof om voor de baby te zorgen. En de dagen dat ik op hem kon rekenen toen ik een klein jaar later een zwaar ongeluk kreeg waarvan ik maandenlang verdwaasd heb rondgelopen, zijn ontelbaar. Hoe erg ik het ook vond dat ik er mentaal en lichamelijk niet voor de volle honderd procent kon zijn als mijn kindje me nodig had, ik heb nooit het gevoel gehad dat ze ook maar een seconde zorg, aandacht en liefde tekortkwam. Ik kon in alle rust herstellen, want we waren met z’n tweeën.

Hoeft het gezegd dat vader en dochter gezworen kameraden zijn en dat ze even makkelijk troost zoekt bij papa als bij mama? Dat ze niet alleen afhankelijk is van mij, en dat ik dat gezond vind voor haar, én voor ons? Het is mijn innige overtuiging dat elke man kan wat mijn man kan. Los van aanleg, persoonlijke voorkeur en talent, geloof ik stellig dat een man net zo goed voor een kind kan zorgen als een vrouw. Niet iedereen ziet dat zo. Ik heb voor die overtuiging al ruzie gekregen met mannen én met vrouwen. De weerstand tegen vaderende vaders is groot. Mannen voelen zich aangevallen als ze horen dat mijn partner ons kind met plezier verluiert, wast en meeneemt op boodschappenronde. ‘Uitslover’, zei er een meesmuilend. Vrouwen zeggen dat mijn man de uitzondering op de regel is en voegen er meestal nog belerend aan toe dat een kind in de eerste plaats zijn moeder nodig heeft.

IRRELEVANT EN IDIOOT?

Toch vind ik het niet meer dan normaal dat in een tijd waarin steeds meer vrouwen hun traditionele terrein verlaten om op het zogenaamde mannenveld te gaan spelen, die beweging ook mag, misschien zelfs moet worden gemaakt in tegengestelde richting. Maar het feit dat een vader die tijd maakt voor zijn gezin vandaag voorpaginanieuws is, en dus uitzonderlijk, en een moeder die voltijds werkt niet, signaleert vooral dat er nog veel werk aan de winkel is. Er is om te beginnen dat hardnekkige gerucht dat vaders irrelevant zijn in de eerste levensjaren van de ontwikkeling van hun kinderen. Het helpt vaders niet bepaald. Waar die gedachte vandaan komt? Tot de jaren zestig-zeventig was de maatschappelijke rol van de vader die vangezinshoofd en kostwinner. Tot die tijd dachten psychologen dat dat het enige was wat een vader kon bijdragen aan het grootbrengen van zijn kinderen. Het algemeen geldende idee is dat mannen te idioot en te onhandig zijn om de signalen van borelingen te begrijpen, dat zorgen voor kleine kinderen niet bepaald mannelijk is, dat kleine kinderen in de eerste plaats hun moeder nodig hebben. Dat wordt ons wijsgemaakt op allerlei manieren. Sitcoms en televisieseries voeren graag sullige vaders op die te dom zijn om de sluitingen van een luier vast te plakken. Reclame toont steevast de moeder die de kinderen ’s ochtends klaarstoomt om naar school te vertrekken. Of je merkt het op een ernstiger niveau: in het uitspreken van echtscheidingen en het toewijzen van het hoederecht, trekken vaders nog al te vaak aan het kortste eind als de moeder van zijn kinderen van slechte wil is. Co-ouderschap mag dan intussen de norm zijn, het blijft een fragiele constructie die met een portie hysterie makkelijk omver te blazen is.

PAPA EINDELIJK IN DE PICTURE

Het onbekwaam afschilderen van vaders is een sterk staaltje van genderstereotypering, en bovendien slaat het nergens op. Dat vond ook de Amerikaanse wetenschapsjournalist Paul Raeburn, die voor zijn boek De Papa Paradox alle mogelijke wetenschappelijke onderzoeken verzamelde die de mythe van de onkundige en ongevoelige vader ontkrachten. De Engelse titel Do Fathers Matter? dekt de lading overigens beter: als vader van vier kinderen bij twee verschillende moeders ondervond Raeburn dat wat we denken te weten over het vaderschap grotendeels gebaseerd is op misvattingen. Het korte antwoord op de vraag of vaders belangrijk zijn, is: ja. Vaders zijn enorm belangrijk. Maar ze werden lange tijd jammerlijk over het hoofd gezien door wetenschappers en pedagogen, wat maakt dat ze enigszins onzichtbaar waren en bleven, schrijft Raeburn. Sinds Darwin en Freud de exclusieve focus van het kind op de moeder hadden onderschreven, dacht niemand eraan om die veronderstelling tegen te spreken. De biologie zorgde er immers voor dat moeders een unieke band hadden met hun zuigelingen. Ze konden het gehuil van hun kind uit de velen herkennen, zouden een instinct hebben voor als er iets mis was. Als voorziener van melk had het kind in de eerste plaats zijn moeder nodig, stelde men. Hoewel daar weinig tegenin te brengen valt, ging dat deel van het verhaal zo’n eigen leven leiden dat vaders meteen irrelevant werden. Letterlijk, want vaders werden gewoon niet onderzocht. Voor alle onderzoek over ouderschap en kinderen richtte men zich tot de moeders, en zo werd het belang van de vader – of beter, het gebrek eraan – een selffulfilling prophecy. Pas een eind in de jaren zeventig durfde ontwikkelingspsycholoog Michael Lamb die stelling van de unieke moeder-kindrelatie in twijfel te trekken. Hij startte zijn onderzoek vanuit de hechtingstheorie, maar hanteerde de opvatting dat zuigelingen een band kunnen hebben met meerdere mensen. Lamb was de eerste die kon aantonen dat ook zorgzame vaders een hechte band kunnen hebben met hun baby, al vullen zij die rol anders in dan de moeder. Vaders spelen en stoeien, ook met borelingen, en die reageren daar opgetogen op, zo noteerde Lamb.

HOE MINDER TESTOSTERON, HOE ZORGZAMER

Claimen dat zorgende vaders onnatuurlijk zijn, klopt ook niet, zegt Raeburn. Bij zo’n vijf tot tien procent van de zoogdieren helpen de mannetjes de vrouwtjes bij de verzorging van het nageslacht. Bij de oeistiti’s of penseelaapjes, bijvoorbeeld, een apensoort die monogaam is en twee keer per jaar jongen krijgt, dragen de vaders de jongen rond. Bovendien vertonen de mannetjes al tijdens de zwangerschap van het vrouwtje wat men het couvadesyndroom noemt: ze worden zwaarder, net als hun partner. Men vermoedt om aan te sterken, want het rondzeulen van hun toekomstige kinderen zal hen al snel een tiende van hun lichaamsgewicht kosten. Mensenmannen blijken overigens ook couvade te ervaren tijdens de zwangerschap, een fenomeen dat gepaard gaat met veranderende hormoonspiegels. Ook al lijkt het er op het eerste gezicht op, schrijft Raeburn, dat de natuur de moeder-kindband prefereert, toch zorgt diezelfde natuur ook voor veranderingen bij de vader. Zo stijgt het prolactineniveau – het borstvoedingshormoon – ook bij een verse vader, en daalt het mannelijk testosteron bij de geboorte van het kind. Hoe lager het testosteron, hoe zorgzamer de vader. Drie factoren, zo ontdekte men, spelen hier een rol: trouwen, een kind krijgen en ervoor zorgen verlagen het testosteronniveau van een man, en het effect zou het grootst zijn bij degenen die om te beginnen het hoogste testosteronniveau hadden. Bij de Aka-pygmeeën, een Afrikaans volk van jagers- verzamelaars waarbij de hele groep – mannen, vrouwen en kinderen – mee op jacht gaat, brengen Aka-vaders zo’n 47 procent van hun tijd door met hun kinderen. De uren en uren die Aka-vaders met hun kroost doorbrengen – kwantiteitstijd in plaats van onze zogenaamde qualitytime – zou de intimiteit tussen vader en kinderen verdiepen. Een hogere betrokkenheid van vaders bij de algehele zorg wordt overigens ook in verband gebracht met minder nachtelijk ontwaken van het kind. Omgekeerd kon men ook al aantonen dat afstandelijke vader-zuigelinginteracties verband houden met een hogere mate van agressief gedrag bij het kind. Ook positief aan betrokken vaderschap is dat het samen blijkt te hangen met een betere taalvaardigheid en cognitieve ontwikkeling van kinderen.

VERTROUW HEM NU MAAR, MAMA

Wetenschappers zijn dan ook geneigd om aanstaande vaders aan te sporen om nog vóór de geboorte al een band op te bouwen met hun kind. Dat zou voor alle partijen heilzaam zijn. Hoe intiemer partners tijdens de zwangerschap zijn, hoe meer de hormonale veranderingen van de man parallel lopen met die van zijn partner – en des te beter hij als vader zal worden. Psychologen geloven dat de aard van de relatie tussen de ouders bovendien langetermijneffecten kan hebben op hun kinderen, en wel hierom: kinderen met een gezonde hechting verkennen de wereld met meer zelfvertrouwen, kinderen bij wie dat niet zo is, zijn passiever en ervaren vaker verlatingsangst. Hoewel net die theorie er in eerste instantie van uitging dat de rol van de vader niet erg belangrijk was, weet men vandaag dat ook de relatie tussen de moeder en de vader (of de andere ouder) cruciaal is. Kinderpsychologe Myriam Maes legt uit: “De primaire hechtingsfiguur is van groot belang. Of dat nu de moeder is of de melkboer, maakt niet uit. Voor een kind is het iemand die het, als het het moeilijk heeft, zijn ongemak benoemt en ervoor zorgt dat het zich weer comfortabel voelt. Door eten te geven, door zijn luier te verversen, door hem in slaap te wiegen, door tegen hem te praten, door aandacht te geven. De basis is de relatie met die basale veilige figuur, meestal de moeder. Maar ook hechting met de vader is van cruciaal belang voor de ontwikkeling van de identiteit van het kind. Wat de hechting met de vader initieert, is de toestemming van de moeder. De rol van de vader moet dus expliciet worden toegekend door de moeder. Zij moet hem het vertrouwen geven.” Het is een controversiële theorie, maar toch ook weer niet zo vreemd: zijn het de vrouwen die de deelname van de man aan de kindzorg dwarsbomen? Er bestaat in elk geval een geleerde term voor: maternal gatekeeping. Hoewel meer moeders werken en de belangstelling van mannen om tijd door te brengen met hun kinderen toeneemt, willen veel vrouwen dat domein toch liever exclusief voor zich houden. Pedagogen en psychologen zijn dan ook van mening dat de moeder de vader moet motiveren. Doet ze dat niet, dan heeft dat wellicht – terecht of onterecht – te maken met vertrouwen.

MET DANK AAN DE BETROKKEN VADERS

Nochtans is het niet alleen in het belang van het kind, maar ook in dat van de moeder om een deel van het huishoudelijk werk en de kinderzorg te delen met de partner. Ook de Nederlandse sociologe Renske Keizer haalt maternal gatekeeping aan als oorzaak van het feit dat vaders soms maar moeilijk hun deel van de kinderzorg op zich kunnen nemen. Keizer is verbonden aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, maar zetelt ook als Bijzonder Hoogleraar Vaderschap aan de Universiteit van Amsterdam. Op de vraag hoe ze het als prille dertiger en moeder van drie klaarspeelde om zo’n academische carrière op te bouwen, antwoordt ze consequent: “Mijn man is een betrokken vader.” Dat is overigens ook wat Facebook COO Sheryl Sandberg schreef in de inleiding van haar bestseller Lean In: de rol die haar recent overleden echtgenoot thuis op zich nam, maakte het voor haar mogelijk om tijd en energie in haar carrière te investeren. Volgens Keizer is de moederschapsideologie mee verantwoordelijk voor het afremmen van vaderlijke zorg. “Zelfs een moderne samenleving waar mensen vrij kunnen kiezen, blijkt erg traditioneel als het over ouderschap gaat”, merkt ze op. Ze wijst in interviews op de huidige trend van natuurlijk bevallen (want dan pas ben je een echte vrouw), naar de druk op vrouwen om voor borstvoeding te kiezen, en naar de schroom die velen voelen om hun kind naar de crèche te brengen. De angst om als slechte moeder te worden gezien, zit er dik in. Maar de rol van de vader is, net als de rest van de samenleving, in volle ontwikkeling, zegt ze. Net zoals vrouwen niet meer stoppen met werken eens ze trouwen, is ook deze verandering van rollen een kwestie van tijd. Maar om een band met hun kinderen te kunnen creëren, moeten mannen ruimte krijgen, vindt Keizer. Ze pleit voor meer ouderschapsverlof, en verwijst naar het Zweedse model waar voor elk kind elke ouder recht heeft op 240 dagen ouderschapsverlof waarvan een van beide partners minstens 60 dagen moet opnemen. Nog argumenten nodig? Een grootschalig Zweeds onderzoek naar de effecten van het lange ouderschapsverlof, onthulde overigens dat kinderen met een vader die met hen speelde, hen voorlas, uitstapjes met hen maakte en meehielp hen te verzorgen, in de eerste schooljaren minder gedragsproblemen en als puber minder vaak delinquent of crimineel gedrag vertoonden. Van de minder bevoorrechte, te vroeg geboren kinderen hadden degenen met een betrokken vader op driejarige leeftijd een hoger IQ dan kinderen met een vader die niet met hen had gespeeld of had meegeholpen met hun verzorging. Kinderen met betrokken vaders rookten als tiener minder vaak. Meisjes die op hun zevende verhaaltjes voorgelezen kregen door hun vader en op hun zestiende gesprekken met hem voerden over hoe het was op school, bleken decennia later beter bestand te zijn tegen depressie en andere psychische aandoeningen.

EEN KWESTIE VAN TIJD

Wat willen de vaders zelf ? Cijfers tonen aan dat ouderschapsverlof opnemen nog moeilijk ligt bij mannen. Uit een publicatie van 2010 van het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen, blijkt dat een kleine 20% van de vaders in België hun recht op twee weken betaald vaderschapsverlof niet benutten, en dat slechts 24% van wie ouderschapsverlof opnam een man is. Men vermoedt dat schroom meespeelt: de druk op mannen om altijd en overal beschikbaar te zijn is groot, de schrik om als een softie te worden gezien wie weet nog groter. Daartegenover staat dat mannen in de toekomst wellicht niet anders zullen kunnen. Steeds meer vrouwen zijn hoogopgeleid, wat betekent dat ze meer verdienen. Socioloog Jan Van Bavel van de KULeuven onderzoekt de recentste demografische ontwikkelingen in Europa op het gebied van partnerkeuze en gezinsorganisatie. Hij merkt op dat de betrokken vader wel degelijk in opmars is. “Ik vermoed dat een stroomversnelling onvermijdelijk is. Er zijn een aantal maatschappelijke mechanismen die mannen in die richting duwen”, legt Van Bavel uit. “Ten eerste stijgt het aantal huishoudens in Europa waar de vrouw de belangrijkste kostwinner is. In zo’n geval gaat men opnieuw nadenken over hoe men zorg en arbeid verdeelt. Ten tweede zien we in analyses van tijdsbesteding dat de man steeds meer huishoudelijke en zorgtaken op zich neemt. Tot slot mogen we niet vergeten dat het toenemend aantal alleenstaande vaders en het co-ouderschap betere relaties tussen vader en kinderen stimuleert.” Maar, geeft Van Bavel toe, culturele patronen zijn hardleers, ook als de omstandigheden veranderen. “In de dagelijkse strijd tussen mannen en vrouwen blijft de ‘wie doet wat’-vraag materiaal voor onderhandeling. Bovendien spelen ook psychologische en biologische factoren mee, al geloof ik niet zo in het deterministische van de zogenaamde verschillen tussen mannenen vrouwenhersenen. Ik zie in elk geval nergens bewijzen voor de stelling dat vrouwen een betere ouder zijn. Bovendien zijn hersenen plastisch, wat betekent dat verandering snel kan gaan. Ik geloof in de kracht van het voorbeeld. Als kinderen thuis zien dat moeder voltijds werkt en vader meehelpt in het huishouden, zal dat ook hun gedrag later bepalen.” Persoonlijk houdt Van Bavel er nog een andere hypothese op na: “Als man en vrouw hoogopgeleid zijn, is het ondenkbaar dat de man zich aan de zorgtaken onttrekt. Een zorgende man zal in de toekomst volgens mij een extra voordeel hebben op de relatiemarkt.” Zei ik het niet? Een zorgende vader is sexy.

 

Tekst door Cathérine Ongenae