Op 8 maart is het Internationale Vrouwendag. Voor die gelegenheid vormde de redactie een denkbeeldige regering, met daarin alleen vrouwen, die een bestaande, dan wel nieuwe ministerpost bekleden. En daar hadden wij echt geen 250 dagen voor nodig.

Eerste minister – Rika Ponnet

Wie?

51 jaar, relatiebemiddelaar en seksuologe.

Geschikt, want?

Het analyseren van menselijke relaties is al sinds midden jaren negentig de corebusiness van Rika Ponnet. In haar bemiddelingsbureau Duet wikt en weegt ze problemen van koppels en sleutelt ze aan duurzame liefdesrelaties. Het maakt haar naar onze mening de uitgelezen persoon om eerste minister van deze papieren regering te worden: ze zal consensus vinden waar nodig en het evenwicht zoeken tussen verschillende visies en standpunten, zonder daarbij het menselijke aspect uit het oog te verliezen.

Eerste maatregel?

Rika Ponnet: “Als ik eerste minister was, zou ik een jaarlijkse offlinedag invoeren. In navolging van de autoloze zondagen in de jaren zeventig, die ik als kind geweldig vond. Mijn ouders kwamen uit een autoloos tijdperk en vonden zo’n autoloze zondag een trip down memory lane, die hen deed terugdenken aan de vrijheid en rust van hun kindertijd. Ik gun mijzelf ook zo’n trip richting vertraging en mentale rust. Uit elk gezondheids- en geluksonderzoek blijkt telkens weer hoe belangrijk ons sociaal netwerk en contact met anderen is en hoe – soms letterlijk – dodelijk eenzaamheid en isolement kunnen zijn. Ook in liefdesrelaties blijkt het steeds moeilijker om je ten volle te richten op de andere. Schermen zijn daarbij vaak een stoorzender. Een offlinedag zou het bewustzijn daarover kunnen doen toenemen. Misschien maken we er zelfs meteen een week van.”

Minister van Armoedebestrijding – Kristel Verbeke

Wie?

44 jaar, voormalig K3-lid en presentatrice van o.a. Generatie K en Kinderkopkes.

Geschikt, want?

Onze minister van Armoedebestrijding is er een die helaas weet waar ze het over heeft. Afgelopen jaar getuigde Kristel Verbeke in de Eén-talkshow Vandaag dat ze zelf opgroeide in moeilijke financiële omstandigheden. Ze zat er niet enkel te praten als ervaringsdeskundige, maar tevens in haar functie als ambassadeur van het Kinderarmoedefonds.. Deze ministerpost komt haar volgens ons toe, vanwege haar niet-aflatende engagement om het thema uit de taboesfeer te halen en het sociale isolement van mensen in armoede te doorbreken.

Eerste maatregel?

Kristel Verbeke: “Ik zou in eerste instantie anders gaan communiceren over armoede. Ik vind het zeer jammer dat er vaak enkel gefocust wordt op de zaken waar mensen in (kans)armoede níét in slagen. We hebben vooral medelijden met de kinderen, niet met de ouders. Arme ouders zijn geen slechte ouders: het zijn ouders als alle anderen, met andere uitdagingen. Daarnaast zou ik meer nadruk leggen op het samenwerken met de andere ministers die verantwoordelijk zijn voor o.a. huisvesting, arbeid, opleiding, hulpverlening en gezondheidszorg. Kortom: met vereende krachten streven naar een oplossingsgerichte aanpak voor kinderen en gezinnen in armoede. De hele maatschappij is immers betrokken partij.”

Minister van Werk en Pensioenen – Leen Demaré

Wie?

58 jaar, radiocoryfee.

Geschikt, want?

Meer dan dertig jaar werkte Leen Demaré onafgebroken als radiostem, tot ze eind vorig jaar plots ontslagen werd bij Joe. Ze kwam, als vijftiger, van de ene dag op de andere zonder werk te zitten. Daarop toonde ze zich strijdvaardig en vol van engagement in de pers. Zo zei ze in een interview met De Morgen dat ze graag parlementair medewerker zou worden om zich te kunnen wijden aan zaken als werkloosheid bij 50-plussers. In onze ideale regering krijgt ze de kans om iets te veranderen als minister van Werk en Pensioenen.

Eerste maatregel?

Leen Demaré: “Ik las onlangs het volgende in Grand Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeijffer: ‘Volgens de nieuwe, wereldwijde, cynische religie van het neoliberalisme is het niet alleen het enige zaligmakende doel om zo veel mogelijk geld te verdienen en uit te geven in een permanente, perverse hoogmis voor het consumentisme, maar geldt het bovendien als deugd om dat doel na te streven met zo min mogelijk consideratie voor de medemens. Respect voor anderen past niet bij de winnaarsmentaliteit die wij bewonderen en onderwijzen aan onze kinderen’. Dit is wat er vandaag volgens mij mankeert in onze samenleving: mededogen, altruïsme, respect voor de ander. Zeker op werkvlak. Als minister van Werk en Pensioenen zou ik mij focussen op de 50-plussers. Waar die leeftijdsgroep vroeger op kruissnelheid zat wat betreft kennis en maturiteit, worden 50-plussers vandaag steeds vaker afgedankt. In veel gevallen omwille van wat Pfeijffer in z’n boek beschrijft: geld en winst. Als ondernemers uit zichzelf geen empathie en respect tonen, dan moet dat opgelegd worden door de wetgever. Bijvoorbeeld in de vorm van een quotum: zo kunnen we verplichten dat een bepaald percentage werknemers in een bedrijf boven de vijftig moet zijn. Daarnaast zou ik ook gunstmaatregelen treffen voor ondernemingen die 50-plussers in dienst nemen.”

Minister van Cultuur – Christina De Witte, aka Chrostin

Wie?

23 jaar, cartooniste.

Geschikt, want?

“Een samenleving zonder cultuur, is een samenleving zonder ziel.” Het is de eerste zin in de cartoon die illustratrice Chrostin publiceerde op haar populaire instagramprofiel naar aanleiding van de besparingen in de cultuursector. Deze geëngageerde twintiger, die je ook in het afgelopen seizoen van De Slimste Mens ter Wereld kon zien, kent weinig taboes. Van genderproblematiek tot klimaatverandering en menstruatie: het zijn allemaal thema’s die aan bod komen in haar tekeningen. Haar werken zijn relevant en actueel, maar steevast met een kwinkslag en de nodige zelfrelativering gebracht. Een combinatie die ook in een regering weleens een succesvolle formule zou kunnen blijken. Hoe die cultuurcartoon dan wel eindigde, horen we jullie nog denken. Wel: “Zonder saus zijn je frieten maar gek uitziende aardappelen. Cultuur is de saus.”

Eerste maatregel?

Chrostin:Als minister van Cultuur zou ik de subsidies met 120% verhogen voor alle kunstinstituten en -organisaties die met jongeren bezig zijn. Elk museum in Vlaanderen zou minstens één keer per maand een Museum Night Fever (een jaarlijks Brussels event waarbij de musea tot de late uren openblijven, red.) moeten organiseren. Kunst moet toegankelijk zijn, dus moeten de tarieven voor studenten nog lager. En elke jonge kunstenaar die een kunstenaarskaart aanvraagt, mag van mij gratis met de trein rijden.”

Minister van Verwondering – Caroline Pauwels

Wie?

55 jaar, rector Vrije Universiteit Brussel.

Geschikt, want?

Caroline Pauwels, sinds 2016 rector van de Vrije Universiteit Brussel, heeft de vinger aan de pols wat betreft nationaal en internationaal wetenschappelijk onderzoek. Dat komt goed uit, want onderwijs en wetenschapsbeleid zijn binnen deze ideale regering de bevoegdheden van onze minister van Verwondering. Vorig jaar nog bracht Pauwels een essay genaamd Ode aan de Verwondering uit, waarin ze pleitte voor verwondering in de wetenschap, de kunst en het dagelijkse leven.

Eerste maatregel?

Caroline Pauwels: “Ik zou mijn ministerie van Verwondering, dat zowel onderwijs als onderzoek herbergt, omvormen tot het ministerie van ‘wonderwijs’, waarin kunst én wetenschap centraal staan. Verder zou ik de eindtermen voor basis- en secundair onderwijs laten opstellen op basis van de raadgevingen waarmee ik ook mijn boekje Ode aan de Verwondering afsluit: ‘Leer jezelf kennen, leer met anderen praten, leer anders kijken, leer je blikveld verruimen naar tijd en plaats, leer om van alles wat dagelijks is telkens weer iets bijzonders te maken…’”

Minister van Mobiliteit – Sabine Hagedoren

Wie?

51 jaar, weervrouw bij VRT.

Geschikt, want?

Sabine Hagedoren trekt vaak met haar elektrische fiets van en naar het werk – 43 kilometer heen en terug nog wel. In de media kaartte ze onlangs aan dat sommige fietswegen te weinig verlicht en bijgevolg gevaarlijk zijn. Dat maakt haar voor ons een ideale minister van Mobiliteit. Want in een land waar koning file regeert, zou Hagedoren een krachtige stem kunnen zijn.

Eerste maatregel?

Sabine Hagedoren: “Ik zou graag meer ruimte willen geven aan de fiets op de openbare weg, met overal brede, veilige fietspaden en trager verkeer binnen de bebouwde kom. Lang leve het fietsen. Ik ben fan van deze gezonde verslaving. En het trappen is helemaal gratis!”

Minister van Buitenlandse Zaken – Greet De Keyser

Wie?

56 jaar, buitenlandcorrespondente voor VTM.

Geschikt, want?

Als internationale correspondente heeft Greet De Keyser de nodige achtergrondkennis en connecties om onze ideale regering te verrijken als minister van Buitenlandse Zaken. Haar jarenlange ervaring als Amerika-watcher – ze versloeg de aanslagen van 9/11 en recenter de verkiezingsstrijd tussen Donald Trump en Hillary Clinton – en kritische aanpak zijn handige troeven binnen deze post. De Keyser is dus veel meer dan alleen die ‘great eyes’, waarmee voormalig Amerikaans president George W. Bush haar ooit complimenteerde.

Eerste maatregel?

Greet De Keyser: “Een minister van Buitenlandse Zaken moet vooral een meester-diplomaat zijn, die voortdurend moet navigeren tussen nationale en internationale belangen. Als minister van Buitenlandse Zaken zou ik vooral de ministers van Defensie te vriend houden en hen ervan overtuigen dat conflicten tussen landen kunnen worden opgelost door een goede tandem-onderhandeling. Wapens laten zwijgen, zie ik als de belangrijkste opdracht van Buitenlandse Zaken vandaag. Heel vaak worden oorlogen klaargestoomd tegen de wil van deze ministers in. Ministers van Defensie zijn in tijden van internationale spanning vaak machtiger dan zij. Ik zou me daar niet bij neerleggen, integendeel. Mijn motto zou zijn: keep your friends close and your enemies even closer.”

Minister van Respect – Angèle Van Laeken

Wie?

24 jaar, zangeres.

Geschikt, want?

Een gloednieuwe ministerpost voor de Belgische popartieste van het moment. Angèle Van Laeken is onze minister van Respect, omdat zij in haar muziek en de bijbehorende visuele omkadering voortdurend problemen anno nu aankaart: van seksisme tot onze obsessie met sociale media. Zo brengt ze mannen bij dat wanneer een vrouw ‘nee’ zegt, het ook echt ‘nee’ betekent en dat het resultaat van te veel Instagrammen toch vooral is dat je helemaal in je eentje achter je scherm zit. En zo krijgen haar fans – ook de allerjongsten, en daar zagen we er véél van tijdens haar afgelopen concerten in het Brusselse Paleis 12 – van meet af aan R.E.S.P.E.C.T. à la Angèle ingelepeld.

Eerste maatregel?

De grootste superster onder onze regeringsleden trekt as we speak door Frankrijk met haar succesvolle Brol-tournee. Gelukkig schreef ze eerder al een songtekst die kan worden geïnterpreteerd als een respect-maatregel. Haar nummer Balance Ton Quoi, geïnspireerd door de populaire Franse MeToo-hashtag #balancetonporc, leest als een eenvoudig advies aan het adres van mannen die nog steeds geen kaas van gendergelijkheid hebben gegeten: ‘Balance ton quoi / Même si tu parles mal des filles je sais qu’au fond t’as compris / Balance ton quoi / un jour peut-être ça changera’.”

Minister van Defensie en Veiligheid – Debbie Verstraeten

Wie?

37 jaar, atlete, uitbaatster crossfitclub en deelneemster Kamp Waes.

Geschikt, want?

Elke week keken bijna twee miljoen mensen naar Tom Waes’ televisiereeks Kamp Waes. Die kijkers weten nu ook allemaal wie de Kempense Debbie Verstraeten is. Samen met veertien andere ‘gewone’ burgers ging Verstraeten de uitdaging aan om acht dagen lang de opleiding voor de Special Forces, de eliteclub van het Belgisch leger, te volgen. Als enige vrouwelijke kandidaat maakte Verstraeten, dankzij haar fysieke en mentale kracht, de keiharde Q-course af. En dat met in totaal amper 21 uur slaap. Dan overleeft ze ook wel een regeerperiode als minister van Defensie en Veiligheid, neen?

Eerste maatregel?

Debbie Verstraeten:Als minister van Defensie zou mijn prioriteit het streven naar een fit leger zijn. Ik zou hen gezond laten eten, genoeg laten bewegen en een respectvolle mindset aanleren. Mens sana in corpore sano, zeg maar, niet enkel fysiek gebeul. In Kamp Waes ging het immers ook om méér dan de fysieke uitdagingen. Daarnaast zou ik vrouwen in elke tak van het leger willen zien. Zoals in het buitenland: daar draaien vrouwen al langer mee, ook bij de Special Forces.”

Minister van Duurzaamheid – Alexia Leysen

Wie?

31 jaar, theatermaakster, fotografe en bezielster van Dagen zonder Vlees.

Geschikt, want?

In 2011 bracht Alexia Leysen een hele burgerbeweging op gang met het Dagen Zonder Vlees-initiatief, waarbij ze mensen aanspoorde 40 dagen lang vegetarisch te eten. Zo wilde ze bewustheid creëren rond de klimaatimpact van vleesconsumptie. Er volgden maar liefst zes edities van het project. “Promotor of a more sustainable life”, noemt ze zichzelf vandaag in haar instagrambio. En als het van ons afhangt, mag die slagzin ook meteen op haar visitekaartje als minister van Duurzaamheid.

Eerste maatregel?

Alexia Leysen: “Leven in de stad is de toekomst en heeft veel voordelen, maar is vandaag onhoudbaar geworden door de dominantie van de auto. Bewoners leven er voortdurend tussen de ongezonde uitlaatgassen en het lawaai. Als minister van Duurzaamheid zou ik durven alle auto’s radicaal uit de stad te bannen, op elektrische deelwagens na. Zo creëren we opnieuw aangename ruimte voor mensen in de straten, gezonde lucht, en een directe daling van broeikasgassen. En in de plaats van die vele parkeerplaatsen mogen, zoals ik in Bordeaux zag, kleine stadsmoestuintjes komen! (lacht)

Minister van Economie – Jolien Noels

Wie?

24 jaar, milieu-econome en onderzoekster.

Geschikt, want?

Ja, ze is de dochter van econoom Geert Noels, en ja, haar interesse voor economie zal daar ongetwijfeld iets mee te maken hebben. Maar Jolien Noels is vandaag eerst en vooral researcher aan het prestigieuze Grantham Research Institute in Londen. Ze werkt er voor het Transition Pathway Initiative (TPI), dat onderzoek doet naar de CO2-uitstoot van bedrijven en ondernemingen richting een schonere economie probeert te bewegen. En econome met toekomstvisie.

Eerste maatregel?

Jolien Noels: “Als minister van Economie zou ik er in de eerste plaats voor zorgen dat elke economische beslissing ook effectief bijdraagt aan een oplossing voor het klimaatprobleem. Op die manier kunnen klimaatuitdagingen een belangrijke groeimotor voor onze economie worden. Ik zou het creëren van klimaattechnologieën die we kunnen exporteren, stimuleren: zo worden onze bedrijven niet alleen koplopers in hún industrie, maar kunnen ze ook hun weerbaarheid vergroten inzake concurrentie en stijgende energie- en milieukosten. Op internationaal vlak zou ik er dan weer alles aan doen om een CO2-taks te bepleiten, eerst Europees, maar liefst wereldwijd.”

Minister van diversiteit – Kassandra Missipo

Wie?

22 jaar, studente Communicatiemanagement, speelt bij AA Gent en de Red Flames.

Geschikt, want?

Kassandra Missipo loopt niet enkel in de kijker door haar voetbalskills – ze werd afgelopen jaar verkozen tot beste speelster van de Belgische competitie -, maar ook door haar maatschappelijke gedrevenheid. Ze veroordeelt openlijk het racisme in het voetbal en wil blijven vechten om het onderwerp bovenaan de agenda te houden. Missipo was zelf pas zes toen ze al voetballend met racisme in aanraking kwam. Recent zei ze in Knack: “De kleur van je huid, je achtergrond of op wie je valt, mij maakt het niet uit. Zolang je maar kunt sjotten.” De woorden van een ideale minister van Diversiteit, vinden wij.

Eerste maatregel?

Kassandra Missipo: “Ik zag onlangs op Twitter een verhaal passeren van een jongedame van Afrikaanse afkomst die professioneel gediscrimineerd werd op basis van haar foto. Als minister van Diversiteit zou ik een systeem willen uitdenken waarbij er alleen op basis van competenties en ervaring gerekruteerd kan worden. Dus los van culturele achtergrond, geslacht, beperkingen, of van waar je je diploma hebt gehaald. Ik wil ervoor zorgen dat er bij de rekrutering van mensen geen plaats is voor discriminatie, ook niet wat betreft verloning.”

Minister van Volksgezondheid – Goedele Devroy

Wie?

52 jaar, politiek journaliste bij VRT.

Geschikt, want?

“Ik moet een constant gevecht met de overheid leveren om hulp te krijgen”, zei Goedele Devroy in de zomer van 2017 in Humo. Ze had het over de hulp voor haar zoon Quinten, die een zware handicap heeft, en de moeilijkheden waarmee ze als zorgende ouder geconfronteerd werd. Zelfs in die mate dat het, in combinatie met een journalistieke carrière, ooit tot een burn-out heeft geleid. Wie kan betere gezondheids- en mantelzorgbeslissingen maken dan iemand die zelf de gevoeligheden van de bestaande systemen kent? Als politiek journaliste kent Devroy het politieke wereldje bovendien vanbinnen en vanbuiten.

Eerste maatregel?

Goedele Devroy: “Vandaag moeten kinderen en volwassenen met een beperking jarenlang wachten op zorg en hulp van de overheid. Dat moet maar eens afgelopen zijn. Als minister van Volksgezondheid zou ik, ervan uitgaand dat ik ook de Vlaamse bevoegdheid over welzijn had, de wachtlijsten voor mensen met een beperking wegwerken met een forse financiële injectie. Daarnaast zou ik, om burn-outs te voorkomen, van de kleuterklas tot op de werkvloer elke ochtend en avond korte yogalessen invoeren. Kinderen leren zo om te gaan met stress en krijgen zelfvertrouwen. En ook de gezondheid van werknemers zou er fors door verbeteren.”

Lees meer interviews met celebs:

Door Cara Brems, met medewerking van de Feeling-redactie. Illustraties: Leen Van Hulst.