Een deugddoende nachtrust blijkt voor een op de drie mensen een ware nachtmerrie. Naast te veel stress en een overprikkeld brein, is vooral een slechte kennis over gezonde slaapgewoontes een grote boosdoener. Om die de wereld uit te helpen, legden wij vijf hardnekkige slaapmythes voor aan een panel van experten. Vandaag: “Verloren slaap door een korte nacht kan je nooit meer inhalen.”

Slaapmythe: Kan je verloren slaap nog inhalen?

Inge Declercq: “Het is een grove misvatting dat je verloren slaap niet meer kunt inhalen. Na een paar korte nachten, bouwt er zich een slaapschuld (*) op. Die slaapschuld zorgt voor extra ‘slaapdruk’, of ‘slaapnood’ (*), wat er dan weer voor zorgt dat je hersenen voor meer diepe slaap gaan zorgen. Zo recupereer je het best na een paar nachten. Slaaptekort moet je inhalen en dat doe je best door jezelf toe te laten je nacht naar de ochtend toe wat langer te maken, maximaal 1,5 uur. Vooral een chronisch opgebouwde slaapschuld kan nefast zijn voor je gezondheid.”

“Slaaptekort inhalen doe je best door jezelf toe te staan je nacht naar de ochtend toe wat langer te maken” (Inge Declercq)

Annelies Smolders: “Een goede nachtrust komt niet per se neer op elke nacht netjes zeven tot negen uur in je bed liggen. Ook een kortere nacht kan perfect voldoende slaapkwaliteit bieden om overdag weer helemaal fris te functioneren. In een goede nacht doorloop je in principe vijf slaapcycli die elk 90 tot 120 minuten duren. Elke cyclus bestaat uit vier verschillende fasen. Van een sluimer- of doezelslaap sukkel je verder tot in de lichte (*), de diepe (*) en vervolgens tot in de remslaap (*) waarin de meeste dromen zich voltrekken, of toch degene die we het best onthouden. Tijdens de diepe slaap gaan onze hersenen volledig in rusttoestand en krijgt ons lichaam zowel fysiek als mentaal de kans om zich weer helemaal op te laden voor de volgende dag.”

Inge Declercq: “Maar ook de andere slaapfases zijn belangrijk: elk stukje slaap heeft z’n functie. Er is wel een verschil tussen slapelozen die slaaptherapie volgen, en als onderdeel van de behandeling tijdelijk maar beperkt in bed mogen zijn. Dan is tijdelijk ‘minder meer’. De gevolgen van chronisch slaaptekort zijn waarschijnlijk het meest te vrezen bij de mensen die steeds weer te weinig slapen en daar niets aan doen.

De experten:

  • Inge Declercq is neurologe en gecertificeerd slaapexpert verbonden aan het UZA. Ze ontwikkelde het slaapprogramma SleepWell&StressLess en is auteur van ‘De kracht van slapen. Een goede nachtrust start overdag’, voor € 22,50 verkrijgbaar bij Pelckmans uitgeverij.
  • Annelies Smolders is gecertificeerd slaappsycholoog en psychotherapeute gespecialiseerd in slaapproblematiek. Op basis van cognitieve gedragstherapie en ATC ontwikkelde ze Start to Sleep, een online slaaptraining die mensen in zes weken beter leert slapen.

De vaktermen: een klein slaaplexicon

  • Slaapnood/slaapdruk: De nood die je hebt aan slaap om te kunnen recupereren en te functioneren overdag. Je slaapnood wordt het meest bepaald door jouw activiteiten overdag en door hoelang je wakker bent.
  • Slaapschuld: Slaapschuld bouw je op door steeds weer te weinig te slapen. Hoe minder je slaapt, hoe groter je slaapschuld en je slaapnood.
  • Diepe slaap: Dit is de diepste fase van onze slaap waarin we fysiek en mentaal herstellen van de prikkels overdag. Mensen hebben gemiddeld maar 15% van dit type slaap nodig. In deze fase vallen onze hersenen terug op de traagste hersengolven: slow-wave golven of deltagolven.
  • Lichte slaap: In deze fase begint de slaap, maar kunnen we nog vrij snel gewekt worden. Slechte slapers hebben hier vaak de indruk dat ze helemaal niet slapen, terwijl dat wel zo is.

Meer slaaptips: