Leven met een beperking, hoeft geen beperking te zijn voor een bloeiende carrière, dat bewijst Karlien (30). Ze is juristein de bankensector en ziet enkel vage contouren. Toch weerhoudt niets haar om haar droom na te jagen en volop te genieten.

 

Bij mijn geboorte bleek mijn netvlies niet volgroeid. Mijn ouders zijn allebei drager van het gen van de ziekte van Leber, wat onder andere blindheid kan veroorzaken. Een shock, want de ziekte kwam nog niet voor in de familie en ze wisten niet dat ze drager waren. Ik zie enkel contrasten, maar gelukkig hebben mijn ouders mij als elk ander kind opgevoed. Ik werd niet betutteld, leidde een gewoon leven, had vriendinnetjes, ging op kamp en na twee jaar in een gespecialiseerde school kwam ik in het ‘gewone’ onderwijs terecht. Natuurlijk waren er soms frustraties. Zo begreep ik als kind niet altijd waarom ik bepaalde spelletjes niet mee kon doen, of waarom lezen bij mij trager ging. Gelukkig had ik altijd vriendinnetjes en gepest ben ik nooit geweest. Ook in de middelbare school trok ik goed mijn plan, ik had een computer met braille-leesregel die teksten voor mij omzette en spraaktechnologie die lessen voorlas. Mijn ouders drukten mij altijd op het hart dat ik mezelf extra moest bewijzen omdat ik slechtziend ben.

Ik deed dan ook mijn best om goede resultaten te halen en meestal lukte dat. Al zorgde dat weleens voor jaloerse opmerkingen van medestudenten die dachten dat ik voorgetrokken werd, of het makkelijker had dan zij. Zulke opmerkingen deden pijn. Ik wilde wel mijn best doen, maar niets liever dan er gewoon bij te horen. Ik werd nog veel zelfstandiger toen ik mijn opleiding Rechten startte en op kot ging, dat was de mooiste tijd van mijn leven. Ik zat in een huis waar studenten met een beperking begeleiding kregen van studenten zonder. In het begin liepen medestudenten mee naar de les, maar niet lang daarna kende ik zelf de weg naar de aula’s. Op kot kookte ik mijn eigen potje. Als kind heb ik heel vaak aardappels moeten schillen. In het begin bleef er niet veel van over, maar nu schil ik beter aardappels dan eender wie een dunschiller gebruikt. Niets is onmogelijk. Het is gewoon een kwestie van aanpakken. Die periode op kot heeft wonderen gedaan voor mijn zelfvertrouwen. Het was ook de periode waarin ik voor het eerst een vriend had. Daarvoor vroeg ik me altijd af waarom iemand met een blinde samen zou willen zijn. Ik durfde dan ook nooit te vertellen dat ik verliefd op iemand was of stappen te ondernemen.

‘Niets is onmogelijk. Het is gewoon een kwestie van aanpakken’

Na mijn studies ging ik aan de slag als juriste bij een bank. Vandaag ben ik nog altijd dol op mijn job. Ik ben gespecialiseerd in wetgeving rond particuliere kredieten. Die specialisatie in een klein domein is belangrijk, recht omvat heel veel wetten en teksten, en lezen gaat nu eenmaal trager bij mij. In braille lezen kun je vergelijken met lezen door een klein kadertje, waarbij je telkens maar één lettertje te zien krijgt. Op mijn job leerde ik trouwens ook Koen, mijn grote liefde, kennen. Al drukte hij eerst zijn twijfels uit en vertelde hij eerlijk dat hij niet wist wat mijn blind zijn allemaal inhield. Gelukkig zag hij snel hoe zelfstandig ik ben. Ondertussen zijn we getrouwd en hebben we een dochtertje, Gitte. Autorijden en de glimlach van mijn dochter zien, zijn dingen die ik mis, maar ik ben erg gelukkig met mijn leven. Ik heb een geweldige man en dochter, heb een druk sociaal leven, een boeiende job én ik sport. Ik had het veel slechter kunnen treffen.”

Lees nog meer straffe getuigenissen:

Door Goele Tielens. Foto’s: Liesbet Peremans