Straffe getuigenis: Danielle overleefde de aanslag in Zaventem

Liesbet Peremans

Danielle is bediende passagiersdienst bij Aviapartner op de luchthaven van Zaventem. Ze overleefde de terroristische aanslag op 22 maart. Danielle is getrouwd en heeft twee kinderen (15 en 18). Zowel fysiek als mentaal draagt ze nog steeds de gevolgen van die bewuste dag.

 

Op 22 maart, om 7u30, begon mijn shift in de luchthaven. Plots hoorde ik een explosie, ergens voor mij. Ik wist meteen dat het een aanslag was. Je zag een grote, grijze wolk en er vlogen stukken in het rond. Verbouwereerd stond ik recht en op dat moment explodeerde de tweede bom, op nog geen vijftig meter van mij. Ik voelde de luchtverplaatsing heel goed. Vanaf toen was het puur mijn instinct volgen: al mijn collega’s liepen naar buiten, maar ik was ervan overtuigd dat we daar zouden worden opgewacht door terroristen. Bataclan zat nog vers in mijn geheugen. Daarom liep ik de andere kant uit, recht naar de derde bom bij Délifrance, die gelukkig niet is afgegaan. Vreemd genoeg had ik de laatste jaren al vaak met mijn collega’s gesproken over dat soort doemscenario’s. Ieder van ons had al een eigen vluchtroute bedacht, voor als het zover zou komen. Mijn plan was om me plat op mijn rug op de bagageband te gooien en mee met de koffers naar beneden te gaan. Maar dat heb ik dus niet gedaan.

Lees ook: Claudia vertelt over haar zoektocht naar een gezonde geest na een burn-out. 

Terwijl ik door de luchthaven rende, zag ik niets, maar de gruwelijke beelden zijn wel opgeslagen op mijn netvlies.

Het was echt lopen voor je leven. Ik besloot naar de vijfde verdieping te gaan, waar de bureaus zijn. In mijn vlucht heb ik nog vijf passagiers meegenomen in de lift. Die mag je normaal niet nemen in zo’n situatie, maar hij werkte en ik dacht: ik neem ’m toch, boven ben ik veilig. Toen we boven kwamen, stonden andere collega’s klaar om de lift naar beneden te nemen. ‘Niet doen!,’ riep ik, ‘niet naar beneden!’ Met een tiental collega’s hebben we een uitweg gezocht naar het dak. Daar kregen we bericht dat er ook een aanslag was geweest in metrostation Maalbeek. Voor mij was het op dat moment oorlog. Ik kreeg een paniekaanval, maar werd gelukkig meteen gekalmeerd door collega’s. Dan ben ik onmiddellijk beginnen te bellen naar mijn man, de school van mijn kinderen, mijn ouders en enkele vriendinnen. Die gsm was heel belangrijk op dat moment, mijn connectie met de buitenwereld. Het was zeer belangrijk om de batterij te sparen. Toen we op het tarmac kwamen bij de andere mensen, ging ik zover mogelijk van de massa staan, bang om opnieuw een doelwit te worden. Uiteindelijk was ik zo hevig aan het rillen, dat de brandweer me heeft meegenomen naar Neder-Over-Heembeek.

Ze ontdekten daar dat ik gehoorschade heb opgelopen die onherstelbaar is, maar natuurlijk heb ik veel geluk gehad; er zat die dag een engelbewaarder op mijn schouder.

Het was net het begin van de paasvakantie en we hadden een uitstapje gepland naar zee. We zijn gewoon gegaan, maar de eerste vijf dagen heb ik niks gezegd. Ik wilde mijn man en kinderen sparen. We verbleven vlak bij de luchthaven van Oostende en het geluid van die vliegtuigen was ondraaglijk, ik moest elke keer huilen. Op 1 juni ben ik terug gaan werken, ik dacht dat ik er klaar voor was, maar na drie dagen ben ik dan toch gecrasht. Mijn angst werd er voortdurend getriggerd. De luchthaven was nog niet hersteld, je zag overal nog sporen van de aanslag. De gruwelijke beelden kwamen voortdurend terug. Uiteindelijk ben ik pas in september teruggegaan. Vroeger was ik heerlijk onbezorgd. Nu is niks nog vanzelfsprekend. Ik ben nooit meer relaxed in een openbare ruimte en zoek onmiddellijk de uitgang. Je checkt ook altijd wie er rondloopt.

Op de luchthaven kijk ik altijd naar de handen die de karretjes voortduwen, de terroristen droegen namelijk een handschoen om het ontstekingsmechanisme te verbergen.

De angst komt opnieuw naar boven op momenten dat je het niet verwacht. Het is een litteken dat je blijft meedragen. Ik probeer voor mijn gezin wel dezelfde Danielle te zijn, maar dat lukt niet altijd. Momenteel volg ik therapie bij een psycholoog. Dat helpt wel heel goed. Die man heeft me doen inzien dat het oké was dat ik ben weggelopen van mijn collega’s. Ik besef nu dat alles vergankelijk is. Als we thuis dag zeggen tegen elkaar, doen we dat veel bewuster dan vroeger. Sinds Zaventem zijn er nog meer aanslagen geweest. Nice, Egypt Air, Berlijn, Istanbul… In wat voor een wereld leven we toch? Elke keer als het gebeurt, kan ik een paar dagen niet slapen. Mijn nachten zijn sowieso vaak onderbroken, uitslapen zit er niet meer in.

Ontdek ook onze andere straffe getuigenissen: Lees hier het verhaal van Nelleke, haar zoon kreeg het locked-in syndroom. Ontdek ook de straffe getuigenis van Ingrid, voor haar ging het licht op een dag finaal uit.

DELEN