Er waait een frisse wind door het horrorgenre, met dank aan films als Get Out en Midsommar. Maar is het ooit wel weggeweest? Drie experts over de revival van de horror. Kijk uit, achter je!

Ik kan absoluut niet tegen bloed en word regelmatig wakker geschud door nachtmerries over rampen, psychopaten of insecten die elk hoekje van de kamer inpalmen. Toch krijg ik een kick van goed gemaakte horror, omdat die mij helemaal in andere, extreme werelden kan onderdompelen, en ik me kan geruststellen met de veilige gedachte: het is maar fantasie. Dat gevoel had ik heel sterk bij Get Out. Kort samengevat: die inventieve horrorprent van de Amerikaanse komiek Jordan Peele uit 2017 gaat over een jonge Afro-Amerikaan die op het punt staat voorgesteld te worden aan de familie van zijn blanke vriendin. Naar het einde toe is er een scène waarin hij voor zijn schoonmoeder plaatsneemt op een sofa. Ze zegt dat ze hem gaat hypnotiseren en roert zachtjes in haar kopje thee. “Waar was je toen je moeder stierf”, vraagt ze. Hij verzet zich, maar zijn ogen worden bloeddoorlopen. Hij wordt in gedachten teruggeflitst naar zijn traumatische kindertijd. Hij raakt langzamerhand verlamd, krabt zijn nagels stuk op de leren zetelrand en zakt steeds dieper weg in een zogenoemde ‘sunken place’.

Trailer: Get out

De revival van de horror film

Het is een bijzonder akelige, ongemakkelijke scène. Niet zozeer omdat je verwacht dat er een monster uit de kast zal springen. Wel omdat er je een gevoel van onbehagen bekruipt dat je nog lang blijft achtervolgen: waarom moet ik hier bang voor zijn? De horror kruipt in je hoofd.

Bedankt namens alle monsters

Get Out verzilverde in maart vorig jaar een Oscar voor het Beste Originele Scenario. Bij diezelfde uitreiking werd Guillermo Del Toro bekroond met de Oscar voor Beste Film, voor zijn monsterprent The Shape of Water. De Mexicaanse regisseur bedankte de organisatie, ook namens alle monsters, omdat ze horror een kans hebben willen geven. Goed gemaakte horrorfilms als Hereditary, A Quiet Place, Us en Midsommar schudden (en houden) zowel het grote publiek als de critici wakker. Is er sprake van een horrorrevival? “Die vraag wordt om de zoveel jaar tijd wel eens gesteld”, lacht horrorkenner Jonas Govaerts, regisseur van de Vlaamse horrorklassieker Welp en de bovennatuurlijke thrillerreeks Tabula Rasa. “Het bewijst dat horror een niet kapot te krijgen genre is, dat altijd sluimert en soms in grote vorm terugkeert.”

Een rode draad door deze nieuwe generatie van horrorfilms is dat ze vaak meer willen teweegbrengen dan de kijker gewoon om de vijf minuten de stuipen op het lijf te jagen met flauwe schrikeffecten. Ze zijn niet zelden verrukkelijk in beeld gebracht (die bloemenjurk in Midsommar!), en er wordt al eens op slinkse wijze met de clichés en verwachtingen van de kijker gerammeld.

Bijvoorbeeld: in Get Out wordt het vrouwelijke hoofdpersonage – dat in horrorfilms al te vaak wordt afgebeeld als een gillend, halfnaakt meisje dat moet sterven, vooral als ze te veel aan seks dacht – als de slechterik opgevoerd. “Ook dat is een cliché trouwens”, lacht Govaerts. “Maar het werkte verrassend in die film, vooral omdat het personage aanvankelijk als een blanke, breeddenkende vrouw wordt afgebeeld.”

Negentig procent brol

Horror is altijd het buitenbeentje geweest en er wordt op neergekeken, geeft Govaerts toe. “Je hebt geen filmsterren of veel geld nodig om horror te maken, met als resultaat dat negentig procent ervan brol is. Pakweg tien jaar geleden werden we vooral met vervolgfilms overladen. James Wan, de regisseur van de Saw- en The Conjuring-films, is daar heel verantwoordelijk voor. Hij heeft voor horror gedaan wat Marvel voor superhelden deed: er echt een merk van proberen te maken. Die films bevatten doorgaans weinig bloed en veel spoken. Ze zijn gericht op veertienjarige meisjes, om het grof te zeggen. Dat is wel griezelig, maar meer als een spookhuis.”

Wat we nu vooral zien, is een zeer welkome golf van meer volwassen horrorfilms. “Ari Aster ( de regisseur van ‘Hereditary’ en ‘Midsommar’, red.) en Jordan Peele ( die van ‘Get Out’ en ‘Us’, red.) zijn twee sterke regisseurs die geen vervolgfilms maken, maar originele titels die verfrissend geschreven zijn. Die filmmakers zijn opgegroeid in de late jaren zeventig en de jaren tachtig, met horrorfilms als The Exorcist. Nu zijn ze oud en rijk genoeg om dat soort films te maken voor deze tijd. Er mag meer bloed en gore in zitten, en thematisch mag het ook allemaal wat dieper gaan.”

Je zou het een golf van psychologische horror kunnen noemen, maar daar staat Govaerts nogal sceptisch tegenover. “Die terminologie wordt meestal gebruikt als mensen niet gewoon horror willen zeggen. Terwijl elke horrorfilm psychologische horror is. Crawl, een recente film over krokodillen in een kelder, is voor mij ook psychologische horror. Het gaat over oerangsten.”

Dol op horror en bang voor bloed

Ook op het kleine scherm veroorzaakt horror nogal wat deining. Netflixtitels als Stranger Things, Haunting of Hill House en Bird Box doen het bijzonder goed, en uit cijfers van Telenet blijkt een verschuiving in populariteit van films naar series binnen het genre. Ook het waanzinnig populaire true crime-genre lijkt op de horrorkar te springen, met waargebeurde documentairereeksen over moorden (Making A Murderer), verdwijningen (The Disappearance of Madeleine McCann) of seriemoordenaars (Conversations with a Killer: The Ted Bundy Tapes). Al heeft true crime volgens Govaerts weinig met horror te maken. “ True crime gebruikt aan de oppervlakte wel truken uit het horrorgenre, maar horror blijft meestal fantasy. Dan vind ik True Detective interessanter. Dat is eigenlijk een gewone flikkenreeks die met bovennatuurlijke horrorelementen speelt. Er is wel degelijk een onderscheid tussen waargebeurde verhalen en horror. Ik ken veel mensen die dol zijn op horror, maar gruwen van seriemoordenaars die echt bestaan. Het is niet omdat je een horrorfan bent dat je in het echte leven tegen bloed kunt. Het zijn meestal heel zachtaardige mensen die horror maken en ernaar kijken.”

Veilig bibberen voor de buis

Hoe komt het toch dat sommigen kicken op die oerangsten en anderen er alles aan doen om ze niet onder ogen te hoeven zien? Bram Vervliet, angstpsycholoog aan de KU Leuven, heeft een mogelijke verklaring: “Uit data blijkt dat vooral mannelijke adolescenten grote horrorliefhebbers zijn. Omdat ze in een fase zitten waarin ze tot adrenaline aangetrokken zijn en aan sensation seeking doen. Vrouwen blijken dan weer iets gevoeliger voor horror, en specifiek voor het type weerzinwekkende horrorfilms, waarin lichamen worden opengesneden”, aldus Vervliet.

“Het is niet toevallig dat horror weer populair is. Dat gebeurt namelijk altijd als de wereld naar de kloten dreigt te gaan”

Hij vult aan dat hij zelf geen horrorfascinatie heeft. “Omdat ik er nog dagen over blijf nadenken. Angstreacties voelen is alleen maar aangenaam als je ze kunt plaatsen in een veilige context, bijvoorbeeld voor je televisie. Als de film gedaan is, daalt die adrenaline en ervaar je een aangenaam gevoel. Mensen die niet graag naar horror kijken, blijven na afloop nog met de film door hun hoofd spoken. Ze kijken zelfs schichtig in het rond of er niets gelijkaardigs gaat gebeuren. Dat komt vooral voor bij mensen met veel empathie, die echt in een verhaal meegezogen worden en dat minder goed kunnen loslaten.”

Zijn interessantste theorie is dat horror inspeelt op een biologisch bepaalde angst. “Sinds tienduizend jaar doen wij homo sapiens aan landbouw. Daarvoor waren we opgejaagd wild. Mensen werden in de prehistorie effectief aangevallen en gedood door roofdieren, daar zijn archeologische bewijzen van. Horrorscenaristen teren daarop. Monsters zijn een soort uitvergrote versie van roofdieren, en vind je terug in allerlei vormen en culturen.”

Waarom mensen daartoe aangetrokken zijn? “Alle opgroeiende zoogdieren zijn geïnteresseerd in spelletjes. Via bijvoorbeeld achtervolgingsspelletjes leren kinderen hun lichaam te gebruiken, en het is leuk als ze daarvoor beloond worden. Je kunt dat ook toepassen op horrorfilms: binnen een veilige context leer je om te gaan met mogelijk gevaar. We zijn genetisch aangelegd om voldoende bang te zijn en te reageren als er mogelijk gevaar dreigt.”

Horror als globale graadmeter

Cultuurfilosoof Dimitri Goossens wordt tegen wil en dank de horrorprofessor genoemd, omdat hij de enige Vlaamse filosoof is die met het genre bezig is. Hij linkt horror aan de menselijke worsteling met doodsbesef, en gaat daarbij uit van de Terror Management Theory, het resultaat van meer dan twintig jaar empirisch onderzoek door sociaalpsychologen. “We zijn de enige levende wezens met zo’n vergevorderd doodsbesef. Doodgaan kun je natuurlijk niet ervaren, tenzij op een indirecte manier, via een familielid van wiens dode lichaam we afscheid nemen, een roman waarin de dood als thema aan bod komt, of een film. Dat flirten met de dood is een drijvende kracht in horrorfilms. Een mysterie dat ons tegelijk fascineert en angst aanjaagt.”

Mainstreamhorror is natuurlijk niet nieuw. In de recente filmgeschiedenis braken horror- of horrorachtige films geregeld door naar het grote publiek, van Rosemary’s Baby (1968) tot The Exorcist (1973), van Jaws (1975) tot The Shining (1980) en van The Silence of the Lambs (1991) tot The Sixth Sense (1999). Dat horror een breed publiek lokt, heeft volgens Goossens wellicht te maken met de politieke tijden waarin we leven. “In tijden van terreur, oorlog of vluchtelingencrisissen, worden mensen geconfronteerd met hun doodsbesef en kwetsbaarheid. Onderzoek toont aan dat vooral mensen met een laag zelfbeeld zich dan gaan vastklampen aan hun traditionele normen en waarden. Die willen dan uithalen naar degenen die ze anders vinden, zoals vreemdelingen, vluchtelingen of nieuwkomers.”

Wat heeft dat met de populariteit van horror te maken? “Het normen- en waardepakket dat in horrorfilms naar voren wordt geschoven, is heel conservatief. Wie drugs neemt in een horrorfilm, gaat er als eerste aan. Een koppel dat seks heeft, gaat er als eerste aan. Het slechte meisje gaat er als eerste aan, en de brave seut overleeft de film. We leven in tijden waarin angst wordt gezaaid, hetzij door een Trump, hetzij door politici die spreken over de golf van terreur en vluchtelingen die alles komen verpesten. Het zou kunnen dat een genre met een conservatieve moraal daardoor een boom beleeft.” Jonas Govaerts is het daar deels mee eens. “Dat gaat zeker op voor de slasher-films uit de jaren 80. Maar ik zie het minder in moderne horror. Wel is horror altijd een goede graadmeter voor hoe het met de wereld gaat. Als er veel stress en chaos heerst, is horror voor velen een uitlaatklep. Dan helpt het om veilig in je bioscoopzetel te aanschouwen hoe andere mensen aan gruwelijke taferelen worden onderworpen, en je er zelf van gespaard blijft. Het is niet toevallig dat horror weer populair is. Dat gebeurt namelijk altijd als de wereld opnieuw naar de kloten dreigt te gaan (lacht).”

Tips voor Halloween

Get out

The Shape of Water

Hereditary

A Quiet Place

Midsommar

Rosemary’s Baby

The Exorcist

Jaws

The Shining

The Silence of the Lambs

The Sixth Sense

Meer cultuur:

Tekst: Andreas Ilegems