Aftellen naar KANAL-Centre Pompidou: ‘We moeten eensgezind zijn over het feit dat musea nodig zijn, in Antwerpen, in Brussel, of waar dan ook’
In november 2026 opent in Brussel ons meest geanticipeerde museum: KANAL-Centre Pompidou. Wij spraken artistiek directeur Kasia Redzisz met uitzicht op de werf die straks haar speeltuin wordt.
Het kantoor aan de Brusselse Sainctelettesquare van waaruit Kasia Redzisz momenteel werkt, kijkt uit op het toekomstige KANAL-Centre Pompidou. Wat straks het eerste museum voor moderne en hedendaagse kunst van onze hoofdstad zal worden, is vandaag nog steeds een werf. De imposante spin op de rug van haar bomberjack – “het enige kledingstuk dat ik ooit kocht in een museumshop” – is er een van Frans-Amerikaans kunstenaar Louise Bourgeois. Het verraadt dat – ondanks alle trammelant die er het afgelopen jaar geschopt werd over het nut en het prijskaartje van het museum-in-wording – de liefde voor de kunst toch nog steeds primeert bij de artistiek directeur, een kunsthistoricus die de kneepjes van het curatievak leerde in Tate Modern in Londen en Tate Liverpool.

De opening van KANAL-Centre Pompidou staat gepland voor 28 november 2026. Hoe staat het ervoor?
Kasia Redzisz: “Op dit moment loopt alles heel goed en snel. De werf en werkzaamheden zijn helemaal op schema. En wat betreft de programmatie: ook de meeste tentoonstellingen zijn bevestigd, sommige al tot in 2030. Wat er nog niet vastligt, zijn dingen waarvoor we sowieso korter op de bal moeten spelen. Voor bepaalde expo’s zijn we nu al bijschriften en labels aan het maken. Het team en ik zitten al zó lang naar dit gebouw te kijken. We staan in de startblokken en zijn echt wel klaar om eindelijk open te gaan. Het is tijd.”
Het museum werkt nauw samen met het Parijse Centre Pompidou, dat minstens tot 2030 gesloten blijft voor verbouwingen. Welke voordelen heeft het partnerschap met dergelijke grote kunstcollectie?
Redzisz: “We hebben voorrang om uit te lenen uit hun collectie en kunnen hen net iets makkelijker benaderen. Maar we moeten er nog steeds vroeg bij zijn, hoor – zo een voorbereidingsperiode van drie jaar die wij nu gehad hebben, is echt wel het minimum. Alle musea willen uiteindelijk dezelfde 10 procent van de werken uit de Pompidou-collectie lenen: de grote namen, de klassiekers, de canon. En het is niet omdat Pompidou momenteel gesloten is, dat het stopt met de eigen collectie te tonen – ze hebben net nog expo’s geopend in het Grand Palais in Parijs.”
‘We zitten nu al zó lang op dat gebouw te kijken’
Zó ver vooruit werken: het lijkt me een uitdaging. Je moet kunnen inschatten aan wat voor kunst onze samenleving op dat moment nood zal hebben.
Redzisz: “Relevant zijn in een wereld die zo snel verandert: het is een van de grootste uitdagingen voor musea, die van oudsher trager zijn. Maar ik geloof ook dat kunst het geweldige vermogen heeft om zich te vertalen naar de realiteit, wat die realiteit ook moge zijn. Het is belangrijk voor ons om te zien hoe het programma dat we drie à vier jaar geleden zijn beginnen plannen straks zal resoneren; zoveel jaren nadat het bedacht is. Dat is ook de reden waarom sommige van onze projecten een kortere, meer responsieve tijdlijn hebben. Daar hopen we met KANAL een evenwicht in te vinden. Maar ik denk ook dat de verhalen die we – vooral met de collectie – willen vertellen vrij universeel zijn. Kijk, we weten niet wat er eind volgend jaar met de wereld gaat gebeuren. Maar we moeten ergens aan vasthouden, toch? En in ons geval is dat kunst.”
Kritiek en controverse
In de vergaderzaal waar we zitten te praten, staat de grote maquette van het binnenkort te openen museum. Het werd vormgegeven door maar liefst drie architectenbureaus: Sergison Bates Architecten, noAarchitecten en EM2N. Huizend in de voormalige Citroën-fabriek in de Noordwijk van Brussel, belooft KANAL – de naam is een knipoog naar het kanaal Charleroi-Brussel waar het aan grenst – met haar drie verdiepingen en 40.000 vierkante meter méér dan een bestemming voor kunst alleen te worden. Er komt ook een bakkerij, een brasserie, een gastronomisch restaurant, een speeltuin, een shop, een kiosk, een rooftopbar en zoveel meer. En vanaf deze lente ook eindelijk de kantoren van Redzisz en haar team.


KANAL zal tot vijftien expo’s per jaar gaan organiseren. Wat mogen we verwachten?
Redzisz: “Over de exacte programmatie kan ik nog niet veel verklappen, die kondigen we pas in detail aan op 28 januari. Maar ik kan al wel zeggen dat we zullen beginnen met collectiepresentaties van meer dan driehonderd werken vanaf het begin van de twintigste eeuw tot vandaag – en verschillende tijdelijke tentoonstellingen. En we hebben opdrachten gegeven aan kunstenaars, die speciaal voor KANAL iets gemaakt hebben – zoals onze speeltuin (van Brits Turner Prize-winnend collectief Assemble, red.).”
Je bent ook verantwoordelijk voor de KANAL-collectie. Het museum is in 2018 begonnen met het aanleggen van een eigen hedendaagse kunstcollectie, die focust op werk gemaakt door kunstenaars die een band hebben met Brussel.
Redzisz: “Ja, het is geweldig om die collectie mee te kunnen uitbouwen. Ze is fundamenteel voor onze missie. Deze hedendaagse aankopen zullen uiteindelijk erfgoed worden; de collectie is er en blijft voor altijd bestaan. Het gaat erom ons cultureel geheugen en onze culturele identiteit te bewaren. Ze groeit gestaag: er zijn 64 kunstenaars vertegenwoordigd, waar ik enorm trots op ben. Zo hebben we onlangs een fantastische film van Francis Alÿs verworven, naast zestig van zijn werken op papier.”
‘We moeten eensgezind zijn over het feit dat musea nodig zijn, in Antwerpen, in Brussel, of waar dan ook’
Terwijl jullie volop vooruitwerken en -kijken, kreeg het M HKA in Antwerpen van de Vlaamse regering te horen dat hun collectie gedeeltelijk naar het S.M.A.K. moet verkassen en dat ze hun statuut van museum verliezen. Wat denk je daarvan?
Redzisz: “Niemand begrijp deze situatie volledig, toch? Allereerst: een museum kan niet zomaar gesloten worden. Dat is duidelijk. Zo’n instituut in een belangrijke stad, dat al veertig jaar bestaat, dat kan toch niet met één besluit ontmanteld worden? Een stad als Antwerpen verdient dat museum. Punt. De beslissing is verwarrend en zorgwekkend en ik hoop dat ze hiervan zullen herstellen. Maar een gesprek over hoe het Vlaamse institutionele landschap beter zou kunnen samenwerken, is er waarschijnlijk wel een om te hebben. Al ben ik niet in de beste positie om dat gesprek te voeren.”

Afgelopen jaar zwelde ook de kritiek op KANAL aan, onder meer uit de hoek van andere Brusselse kunstinstellingen. Het is een ‘megalomaan project’, klonk het, verwijzend naar het kostenplaatje van ondertussen 200 miljoen euro. Hoe is je relatie met die instellingen?
Redzisz: “Over het algemeen heel goed. Ik kom uit de museumwereld en kende de meeste, zoals bijvoorbeeld Wiels, al goed: het is een plek die ik altijd al bezocht wanneer ik naar Brussel kwam, en aan de directeur vroeg ik vaak tips over wie ik een atelierbezoek moest brengen. Die relaties blijven nuttig. Ook al doen sommige collega’s uitspraken over KANAL waar ik niet helemaal achter sta.”
“Maar voor mij zijn wij geen concurrenten. Ik denk dat een sterker institutioneel landschap in ons aller voordeel werkt; als de ene instelling groeit, dan groeit ook het publiek voor de rest. Ik denk dat het op individueel niveau met de Brusselse instellingen wel goed zit, maar ik vraag me af of er een lokaal cultuurbeleid moet komen om dit aanbod sterker, coherenter en zichtbaarder te maken. Ik durf ook te stellen dat in het algemeen instellingen in een land dat vrij bescheiden is van omvang, zoals België, beter moeten samenwerken op het gebied van het delen van expertise, collectiezorg, stockage. De sector heeft solidariteit nodig.”
Hoe komt kritiek bij jou en het team binnen?
Redzisz: “Dat hangt af van wat die precies inhoudt. Ik ben ervan overtuigd dat kritiek musea tot op een zekere hoogte scherp houdt. We moeten verantwoordelijkheid nemen voor de beslissingen die we nemen, de programma’s die we samenstellen, voor de financiën en voor het beleid. Na jaren in het VK gewoond te hebben, mis ik de kunstkritiek soms een beetje. In België is schrijven over kunst minder aanwezig. Kunstkritiek in het algemeen lijkt me helaas een uitstervend beroep. Ik zou graag zien dat er meer van was. Critici houden instituten alert.”
‘De opening van Kanal is voor ons geen eindpunt, het is een begin’
“Nu, toen ik solliciteerde voor deze job, was ik me wel bewust van alle controverse rond KANAL. Veel dingen waren ook al een vaststaand gegeven, zoals de schaal van het gebouw en het partnership met Centre Pompidou. Wij als team begrijpen wat er op het spel staat. En ja, het is soms moeilijk om met de kritiek om te gaan, omdat we niet kunnen reageren: we kunnen het programma nog niet aankondigen, zijn nog niet open. Het is moeilijk voor het team om het niet persoonlijk op te vatten. Maar het is professioneel om dat niet te doen. Wanneer we opengaan hoop ik dat de toon van die kritiek verandert. Dan zal er alvast geen speculatie meer zijn.”

De openingsdatum van het museum is al eens verschoven. Ben je soms bang dat het museum helemaal niet zal opengaan?
Redzisz: “Op rationeel niveau kan ik me niet voorstellen dat deze investering gewoon onbenut zou blijven. KANAL heeft zo’n groot potentieel, Brussel verdient dit museum. Ik ben ervan overtuigd dat politici het als een kans zullen zien en de omvang van de culturele zelfbeschadiging zullen beseffen die het zou veroorzaken als ze ons op het laatste moment in de steek zouden laten. Maar aan de andere kant leven we in het land van het surrealisme. En in een tijdperk van polarisatie en post-truth waarin zoveel beslissingen geen zin meer hebben. Dus rationeel: neen. Maar irrationeel: wow… Het feit dat je deze vraag moet stellen, een jaar voor we opengaan, zegt veel. (lacht) Daarom moeten we eensgezind zijn over het feit dat musea nodig zijn, in Antwerpen, in Brussel, in Londen, in Warschau of waar dan ook.”
15 minuten kunst
“Ik kan me niet één baanbrekend moment voorstellen”, antwoordt Kasia Redzisz wanneer we haar vragen wanneer kunst voor het eerst belangrijk werd in haar leven. “Ik ben in elk geval niet iemand die met kunst is opgegroeid.” Ze vertelt dat ze uit een familie van ingenieurs komt, die zeker wel eens naar een museum gingen, maar het was niet iets dat zeer aanwezig was.
Wat maakte dat je kunstgeschiedenis bent gaan studeren?
Redzisz: “Ik ben op een bepaald moment echt geïnteresseerd geraakt in kunst, omdat het een universum was waarover ik nog veel kon leren. Ik durf zeggen dat het geen heel pragmatische keuze was.” (lacht)
“De traditionele kunstgeschiedenisopleiding begint in het Oude Egypte en eindigt ergens in de jaren ‘50. Het heeft even geduurd voor ik bij hedendaagse kunst uitkwam, dat was een ommezwaai die ik pas tegen het einde van mijn studies gemaakt heb. Maar zelfs dan was ik vooral geïnteresseerd in de institutionele en sociale aspecten van musea.”
‘We weten niet wat er eind volgend jaar met de wereld gaat gebeuren, maar we moeten ergens aan vasthouden. In ons geval kunst’
“Mijn masterscriptie ging trouwens over de sociale rol van musea, en dan meer specifiek het idee van geen toegang hebben tot een museum. Op dat moment had ik mijn allereerste job bij het Museum voor Moderne Kunst in Warschau, dat toen nog in opbouw was. Best interessant, nu ik erover nadenk, dat ik vandaag dit project aan het doen ben. Het Museum voor Moderne Kunst in Warschau is pas afgelopen jaar opengegaan. Het heeft heel veel tijd gekost, maar het blijkt een daverend succes. En dat maakt me heel blij.”

Wat voor een curator ben jij?
Redzisz: (glimlacht) “Een nieuwsgierige, denk ik, maar ook een kritische en – hopelijk – een ondersteunende. Het idee van de curator als iemand die voor dingen zorgt, dat is belangrijk voor mij. Ik ben tijdens mijn carrière altijd nieuwsgierig geweest naar het belichten van figuren die om verschillende redenen – zoals afkomst of geslacht – ondervertegenwoordigd zijn (zo organiseerde ze in 2016 de eerste expo rond het werk van Oostenrijks kunstenaar Maria Lassnig in het VK, red.). Maar ik ben ook zeer geïnteresseerd in het vertellen van verhalen over bekende figuren vanuit een ander perspectief. Ik ben gewoon een curator die oprecht van kunst houdt.”
En wat voor museum zal KANAL worden?
Redzisz: “Eentje dat gedurfd en avontuurlijk is. Flexibel en responsief. Dwingend. Gastvrij. En hopelijk: leuk. Mijn wens is dat mensen zullen komen, en dat ze opnieuw zullen komen. Want daar ligt denk ik het echte succes: bij mensen die terugkomen.”
Ik kan me voorstellen dat je job na de opening ook een andere dimensie zal krijgen.
Redzisz: “Ik hoop van wel. Wij zijn nu natuurlijk bezig alsóf het gebouw er al staat. Er zullen na opening wat onbekende factoren verdwijnen, maar ook nieuwe verrassingen komen. De opening is voor ons geen eindpunt hé, het is een begin.”
“En voor mij persoonlijk: ik ben een kunsthistoricus en curator, maar ik heb al vier jáár geen tentoonstelling meer ingericht. Ik heb dat intensieve installatieproces gemist. Net als het feit dat ik niet gewoon even pauze kan nemen om 15 minuten tussen de kunstwerken te gaan lopen.”
Wie is Kasia Redzisz (43)
• Geboren in het Poolse Warschau in 1982.
• Studeerde kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Warschau.
• Werkte als curator bij Tate Modern in Londen en als senior curator bij Tate Liverpool.
• Woont en werkt sinds eind 2021 in Brussel als artistiek directeur van het in november 2026 te openen museum KANAL-Centre Pompidou.
Meer lezen