Thomas werd geboren met een andere naam in een ander lichaam. In ‘Welkom bij de club’ schetst hij met de nodige hilariteit een eerlijk beeld van hoe het is om in transitie te gaan en hoe de omgeving daarop reageert, en legt daarbij de vinger op een zere plek: uiteindelijk willen we allemaal toch graag gewoon normaal zijn, en bepaalt dat voor een deel ons gedrag naar anderen toe. Lees hier alvast een fragment uit het boek.

Bij de psycholoog…

‘Hoe wil je heten?’ vroeg de psycholoog. Zijn mond was een gespannen streep, alsof hij bang was dat ik een rare naam had gekozen. ‘Thomas,’ zei ik. ‘O,’ zei hij en zijn gezicht klaarde helemaal op. ‘Mooie naam.’ Ja, Thomas was een normale naam. Volgens de voornamenbank van het Meertens Instituut zijn er in Nederland sinds 1880 jaarlijks nooit minder dan 125 Thomassen geboren. In mijn geboortejaar was hij in de mode en werden er 850 geboren. In het jaar 2001 waren het er zelfs 1276. Iedereen kent wel iemand die Thomas heet en dat is ook altijd zo geweest. In alle eeuwen na Christus en zelfs daarvoor al hebben er jongens geleefd die zo heetten.

‘En wanneer ga jij je haar nou eens afknippen?’ vroeg de psycholoog. Dat had hij nou al zes keer gevraagd en ik snapte niet wat ik ermee zou opschieten. Nu zag ik eruit als een meisje met lang haar, als ik mijn haar knipte als een meisje met kort haar. Maar ik wilde mijn diagnose, dus dezelfde dag ging ik naar de kapper. In het kapselboek wees ik
een herenkapsel aan. Kort aan de zijkanten, wat langer bovenop. ‘Weet je het zeker?’ vroeg de kapster. Ze streek met haar handen door mijn haar en hield haar hoofd schuin.
‘Het duurt jaren voordat het weer is aangegroeid.’

‘Ik weet het zeker.’

‘Já-ren,’ zei ze.

‘Ik weet het echt zeker.’

‘Je hebt heel mooi haar.’

Zo kwam ik nagenoeg onveranderd bij de kapper vandaan. Ik stapte op mijn brommer en werd pas boos toen ik bijna thuis was. Ik klemde mijn kaken op elkaar en reed naar een andere kapper.

‘Weet je het zeker?’ vroeg de kapster.

‘Ja!’ zei ik kwaad. ‘Ik weet het zeker!’

Geschrokken ging ze aan de slag. De plukken vlogen in het rond. De psycholoog was in zijn nopjes en riep: ‘Eindelijk!’ ‘Misschien laat ik het wel weer groeien,’ bromde ik.

Een paar weken later kreeg ik een verwijzing naar een andere psycholoog. Als die de diagnose bevestigde, dan had ik officieel een geslachtsidentiteitsstoornis. De psycholoog had een kort verslag over mij geschreven. Voordat hij het naar de tweede psycholoog stuurde las hij het voor. Hij wilde weten of ik me erin herkende en of ik het ermee eens was. ‘Thomas is een intelligente jongeman,’ begon hij. ‘Prima,’ zei ik. ‘Stuur maar door.’

Wie is Thomas Van der Meer?

(Foto: Willemieke Kars)

Thomas van der Meer (1986) maakt zijn debuut met ‘Welkom bij de Club’, hij vertelt over zijn transitie, maar vooral ook over vooringenomen reacties, hokjesdenken en eigenlijk gewoon normaal willen zijn.

Meer lezen & kijken: