Zowel in kookboeken als op restaurant krijg je steeds vaker eten in een bowl geserveerd. Van smoothies tot ramen, kom maar op met die kommetjes.

Wat heb je nodig? (4 pers.)

  • 1 sjalot
  • 2 tenen knoflook
  • 1 tl gladde mosterd (bv. Dijon)
  • 25 ml appelciderazijn
  • 75 ml olijfolie
  • 200  g parelcouscous
  • 3 voorgekookte rode bieten

Voor de labneh:

  • 500 ml volle Griekse of Turkse yoghurt
  • 2 tl zout
  • handvol peterselie
  • handvol dille

Voor de pickles van wortels:

  • 500  g wortels
  • 1 tl kristalsuiker
  • 1/2 tl chilivlokken
  • 1/2 tl l gemalen korianderzaad
  • 1 tl gemalen komijnzaad
  • 3/4 tl kaneel
  • 1 tl mild paprikapoeder
  • 4 el rodewijnazijn
  • 2 el olijfolie
  • 1 el fijngehakte ingemaakte citroenschil

Zo maak je het:

  • Snij de wortels in plakjes, breng ze aan de kook, draai het vuur laag en laat enkele minuten zachtjes koken tot ze beetgaar zijn.
  • Plet in een vijzel intussen de knoflook met suiker, chilivlokken, gemalen koriander, komijn, kaneel en paprikapoeder. Proef en voeg naar smaak nog wat zout toe. Giet er de rodewijnazijn bij. Meng dit geheel over de wortelplakjes en besprenkel met extra olijfolie.
  • Maak zelf labneh: meng zout onder de yoghurt en giet het mengsel in een neteldoek. Knoop de uiteinden samen en hang deze ‘knapzak’ in je koelkast met een bakje eronder. Laat de yoghurt 2 dagen uitlekken en maak er dan balletjes van.
  • Hak de peterselie en dille fijn. Rol de labnehballetjes door de versgehakte kruiden en bestrooi met extra peper en zout. (Je kunt ook kanten-klare geitenkaasballetjes kopen en ze door verse kruiden rollen.)
  • Snij de knoflook en de helft van de sjalot fijn. Mix de sjalot samen met de mosterd en appelciderazijn in een blender tot een glad geheel en voeg dan langzaam 75 ml olijfolie toe. Breng de dressing op smaak met peper en zout.
  • Verhit ongeveer 2 eetlepels olijfolie in de middelgrote pan en fruit knoflook en sjalot kort aan. Voeg de parelcouscous toe en bak nog ongeveer 2 min mee. Schenk ongeveer 1/2 liter water erbij, tot de couscous net onderstaat. Je kunt het water op smaak brengen met zout of een groentebouillonblokje.
  • Kook de couscous ongeveer 5 min en roer regelmatig. Je hoeft de couscous niet af te gieten, dus gebruik niet teveel water. Schep de couscous in een kom en laat afkoelen. Gebruik een houten lepel om de parelcouscous los te roeren.
  • Snij de rode bieten grof en gebruik een vork om een grove puree te creëren. Meng de ‘puree’, parelcouscous en dressing goed. Breng op smaak met peper en zout.
  • Serveer de couscous met de gepekelde wortels, fijngesneden ingelegde citroen en enkele kruidige balletjes labneh.

 

Meer recepten:

Door Ann Van Der Auwera. Foto’s: Wout Hendrickx.