Foodjournaliste Evelien Rutten geeft elke maand in Feeling en elke week op feeling.be haar onverbloemde, overheerlijke mening over de nieuwste restaurants en de laatste foodtrends. Evelien proeft voor en fileert haarfijn wat ze op haar bord krijgt. Geen greintje snobisme, maar eerlijke updates over wining-and-dining waar jij als lezeres van zult smullen. Deze week ging ze in een impulsieve bui eten bij Little Beirut in Antwerpen.

 

Onze bejaarde buurvrouw is gestorven. Vroeger ‘had ze café’, zoals ze dat in ons dorp zeggen. Haar grote kennissenkring van weleer was de laatste jaren uitgedund tot enkele familieleden en een vriendelijke dorpsgenoot, die regelmatig met de fiets een zak aardappelen kwam brengen. Ik zag haar soms bij de brievenbus; momenten die ze aangreep om lange verhalen te vertellen over vroeger. Gisteren zag ik door het raam de MUG voor haar deur staan. Een verpleger en een dokter liepen vreemd rustig, zonder dwingende tred, naar de voordeur. Even later kwam de brandweer. Het huis heeft een smalle trap, enkel bedoeld voor lichamen in verticale positie. Zo zag ik hoe haar lichaam, in een lichtblauwe doek gewikkeld, voorzichtig door het keukenraam naar beneden werd gehaald met de brandladder. Bovenaan het doek zag ik nog een paar grijze krulletjes. De brandweermannen rolden de brancard voorzichtig in een ziekenwagen, die zonder sirenes wegreed. Verder waren er geen getuigen, behalve haar zoon, die met een paar documenten in de hand haastig naar zijn wagen stapte. Geen groot drama. Waarschijnlijk ook geen massa’s vrienden die geschokt reageren na ‘het telefoontje’.

Ik geef toe dat ik soms bang ben voor ouder worden en dan vooral de eenzaamheid die daar schijnbaar mee gepaard gaat. Soms zie ik op restaurant een oudere dame een dagschotel bestellen. Helemaal opgetut, zonder gezelschap, met een porto: vastberaden ervan te genieten. Het is zoals met vuurwerk, of een schitterend uitzicht: wat heeft het te beteken als je niet even opzij kunt kijken om ‘mooi hè’ te zeggen? Een restaurant moet al van goeden huize zijn om mij een comfortabel gevoel te geven als ik er in mijn eentje binnenstap. Deze week had ik onverwacht een fantastische solo-ervaring bij Little Beirut, een Antwerps restaurant waar ‘sharing’ nochtans in het dna zit. De Libanese keuken, met haar tientallen koude en warme mezze, is een filosofische keuken. Je eet traag, je praat, je deelt, je drinkt, je praat nog meer en de restjes neem je mee naar huis. Ik wandel er op een middag toevallig voorbij en besluit impulsief dat ik zin heb in Libanees.

De kaart is ontzettend uitgebreid en ik vind het lastig om te kiezen. Ik beslis totaal overboord te gaan met zes gerechten.

Ik ben de enige gast in het restaurant (‘De meeste mensen komen ’s avonds’) en mag een tafeltje uitkiezen. In sommige Libanese restaurants is de inrichting beyond kitsch, met beige muurschilderingen die zo uit 1001 Nachten lijken te komen. Little Beirut is een stuk eigentijdser. In een industrieel decor zit je aan comfortabele stoelen of op een gezellige leren bank. Prominent aanwezig is de bar, waaraan je op drukke momenten ook kunt plaatsnemen om te eten. De kaart is ontzettend uitgebreid en ik vind het lastig om te kiezen. Ik beslis totaal overboord te gaan met zes gerechten. Voordat de ober de kans krijgt om mij te bestempelen als extreem gulzig, begin ik mezelf goed te praten. “Ik ga het sowieso niet op krijgen, maar de restjes neem ik mee. Mijn man kon er niet bij zijn en ik wil hem deze avond alles laten proeven”. Zo dek ik mezelf en passant ook in: deze klant is vooral NIET zielig. Al snel blijkt dat er geen reden is om me ongemakkelijk te voelen. Ik ga in dialoog met de ober, die het vooral heel fijn vindt dat ik zo zit te genieten van al dat lekkers. Een crème van linzen is vrij neutraal, maar door de gefrituurde uitjes erbij wordt het een haast verslavende dip. De auberginekaviaar smaakt intens gerookt, het bewijs dat de groenten geduldig geroosterd werden boven vuur. De foul, een traag gegaard bruine bonengerecht, is niet helemaal plat gekookt maar heeft nog een aangename textuur. In combinatie met frisse, vers gesneden groenten is het één van de meest voedzame gerechten uit het Midden-Oosten. De tabouleh is geen couscous met hier en daar een vlekje peterselie, zoals dat bij ons vaak het geval is. Nee, deze authentieke versie is een fantastische, gezonde salade van bladpeterselie en tomaat, op smaak gebracht met citroensap en slechts spaarzaam bestrooid met enkele gebroken tarwekorrels. Ik peuzel van de geflambeerde kippenvleugels, die in een verslavend sausje van citroen, koriander en knoflook geserveerd worden. Tenslotte geniet ik nog van de sambousek shanklich: Libanees brood gevuld met kaas en tomaat. De restjes worden probleemloos ingepakt en pas drie dagen later is alles echt op.  Wie de Libanese keuken enkel kent als falafel uit snackbars, moet deze verfijnde versie zeker gaan proeven. Met een vriend, maar het kan ook zonder.

Op ons bord bij Little Beirut

Op ons bord bij Little Beirut

Op ons bord bij Little Beirut

Op ons bord bij Little Beirut

 

Score (max. 5 sterren)
★★★★

Little Beirut
Kribbestraat 18 – 2000 Antwerpen

 

Meer lezen van Evelien: