Net nu velen beweren dat Gent zijn rafelige randjes is kwijtgeraakt aan een overdosis hipsters, compileren we een groezelige architectuurroute in de hipste architectuurstijl van het moment: het brutalisme. Wie langs deze grauwe gebouwen en betonnen mastodonten uit de sixties en seventies loopt, ziet Gent op zijn ruwst.

1. BelgacomToren

Het brutalisme is een bedreigde diersoort in Gent-Centrum. Nog eventjes en het beruchtste voorbeeld van betonarchitectuur wordt onherkenbaar verminkt. We hebben het natuurlijk over de Belgacomtoren, door veel Gentenaars lang als ‘het lelijkste gebouw van de stad’ weggezet. Maar er is een kentering bezig. Nu het brutalisme wereldwijd een revival kent, krijgt ook deze grauwe mastodont een nieuwe generatie fans. Tegenwoordig gaat er geen dag voorbij of iemand maakt een foto van de grafische betongevel aan de kant van de jachthaven, Portus Ganda. De toren zelf was vroeger het kantoorgebouw van de RTT, later Belgacom.

brutalisme architectuurwandeling

Pal erachter staat die fotogenieke technische bunker, waar geen ramen maar betonnen ‘vouwen’ in zitten. Het complex is in de jaren 70 ontworpen door vader Geo & zoon Dirk Bontinck: de architectendynastie, die ook de Ghelamco Arena bouwde. Op de benedenverdieping zit nog tot december Chambre Séparée, het toprestaurant van Kobe Desramaults. Maar Gentenaars kennen vooral Kobes pizzeria, op het terras van het RTT-gebouw. Het Gentse architectenbureau Coussée & Goris, bekend van de bibliotheek De Krook, won in 2015 de wedstrijd voor de verbouwing van de RTT-toren. Hun ontwerp ziet er knap uit, daar niet van. Maar wij gaan die ruwe parel (en Kobes pizza’s) missen.

Doornsteeg 2, Gent

2. Faculteit economie

Ons favoriete brutalistische gebouw van Gent? Zonder twijfel: de Faculteit Economische Wetenschappen aan de Hoveniersberg. Het betonnen complex uit 1975-1978 ligt vlak bij Feestzaal Vooruit en het Sint-Pietersplein. Met die monumenten in de buurt mocht de universiteitscampus absoluut geen hoogbouw worden.

Maar daar vonden de Brusselse architecten Raoul Brunswyck en Odon Wathelet een oplossing voor: ze tekenden de faculteit als één grote lasagne van verspringende terrassen in geribd beton. Het mooiste zicht op de faculteit heb je niet vanaf de Hoveniersberg zelf, maar van aan de overkant van het water. Meer bepaald vanaf de Muinkkaai. Als de zon er schuin op valt, zie je die ruwe betonhuid het best.

Hoveniersberg 24, Gent

3. Rectoraat

Pal naast de Faculteit Economie ligt nóg zo’n verguisde toren van de Gentse skyline: het Rectoraat. Net als de Faculteit Economie kun je het meest ‘sovjetachtige’ gebouw van het centrum best bekijken vanaf de Muinkkaai. De lompe hoogbouw van negen verdiepingen is niks meer dan een gortdroge combinatie van glas, staal en geribd beton. Het architectenkoppel Jean Zerck en Claire Mulder ontwierp de toren in 1977. Zoals de meeste brutalistische realisaties, is het grimmige gebouw niet bepaald uitnodigend. Maar het straalt wel zakelijkheid, standvastigheid en degelijkheid uit: en dat past dan weer perfect bij een Rectoraat.

Sint-Pietersnieuwstraat 25, Gent

4. Dokterspraktijk Jacques Coupez

Wie Belgisch brutalisme zegt, kan niet om architect Juliaan Lampens heen. Zijn bekendste voorbeeld, Villa Van Wassenhove (1973) in Sint-Martens-Latem, is sinds kort te huur op Airbnb. In datzelfde jaar bouwde architect  Ivan Van Mossevelde een al even radicale dokterswoning in de Hertstraat, aan de achterkant van de Muinkkaai. Je kunt er onmogelijk naast kijken: de gevel is één grote sculptuur van ruw bekist beton. Ga je de buitentrap op, dan kom je terecht in de vroegere dokterspraktijk, waar nu het architectuurkantoor is van zoon Tom Coupez. Om maar te zeggen: het beschermde pand is in goede handen.

Hertstraat 6A, Gent

5. ICC (International Convention Center Ghent)

Het S.M.A.K., het MSK, het Kuipke, de Floraliënhal, de kiosk: in het Gentse Citadelpark staat een ratjetoe van historische gebouwen en paviljoenen. En dan zouden we het  ICC nog vergeten: het congrescentrum dat in 1972 ontworpen werd door Geo Bontinck. Juist, dat is diezelfde architect van de al even betonnen Belgacomtoren. Toegegeven, de curvy luifel van het ICC is indrukwekkend, maar om het met Clouseau te zeggen: de echte schoonheid zit vanbinnen. Wie er al eens naar de Designbeurs, lezing of concert is geweest, zal dat beamen. Het ICC krijgt er dit jaar trouwens een buurman bij: het wetenschapsmuseum GUM in de Plantentuin.

Van Rysselberghedreef 2, Gent

6. Kapel van het UZ

De meeste gebouwen van het UZ Gent verdienen geen schoonheidsprijs meer. Maar de kapel van het Universitair Ziekenhuis is sinds 2019 voorlopig wél beschermd als monument. ‘Een opvallend voorbeeld van naoorlogse kerkarchitectuur’ stond in het toekenningsdossier. Het was prof. ir. Jan Lodewijk Cnops die in 1968 de kapel tekende, ook al was hij eigenlijk gespecialiseerd in klinieken en laboratoria. Op de ziekenhuiscampus realiseerde hij in de jaren 50 verschillende gebouwen. De vijfhoekige kapel in beton, staal en glasramen is ongetwijfeld zijn meest poëtische.

De Pintelaan 185, Gent

7. Het Provinciaal Handels- en Taalinstituut

Het Provinciaal Handels- en Taalinstituut is prachtig gelegen, aan een bocht van de Leie, vlak bij de Bijloke. Maar de mastodont van architecten Jan Tanghe en Francis Serck is niet echt een beauty. Je ziet duidelijk dat het gebouw tussen 1960 en 1984 in verschillende stijlen is uitgebreid. Toch is het sinds 2019 voorlopig beschermd als ‘toonbeeld van avant-gardeschoolbouw in Vlaanderen’. En als je er binnen piept in het atrium, snap je ook waarom: de combinatie van ruw beton en hout is er zo goed verouderd, dat je zo opnieuw zou willen studeren.

Henleykaai 83, Gent

8. Parking Center

Aan de Gentse Kouter – bekend van Boomtown tijdens de Gentse Feesten – vertrekt een sluipweg richting de Korenmarkt: de Korte Meer. Dat straatje is de beste manier om de drukke Veldstraat te vermijden. Kijk ter hoogte van de AVA-papierwarenzaak eens naar boven: Parking Center heeft een spectaculaire façade met zeshoekige betonpanelen. Brutalistischer kun je je niet parkeren in het historisch centrum.

Korte Meer, Gent

9. Toreken

Als je nog eens uitgaat in de hipste bar van Gent, Café Ventura, kijk dan eens naar de buren. Links ligt Café Albatros, ook al zo’n trendy keet. Maar rechts staat een smal pandje, met een intieme gevel in grauwe steen. Oké, strikt genomen is dit gebouw uit 1980 natuurlijk geen brutalisme: de façade is in musschelkalk, niet in beton. Maar het stamt uit dezelfde periode en is even enigmatisch als de bunker achter het RTT-gebouw. Dat de verborgen parel niet opvalt, is de verdienste van architect Jean Van den Bogaerde en zijn team. Hij deed het pand perfect blenden met het Toreken ernaast: het 15de-eeuwse gildenhuis van de leerlooiers.

Vrijdagmarkt 36, Gent

10. Kapel van het Sint-Lievenscollege

Als je van de Beestenmarkt richting Portus Ganda stapt, passeer je langs de Nieuwbrugkaai. Daar heb je niet alleen het mooiste zicht op het RTT-gebouw, om de hoek passeer je ook aan een ander brutalistisch icoon: de kapel van het Sint-Lievenscollege, ontworpen door Marc Dessauvage in 1965. Zonde dat je niet makkelijk binnen kunt, want het sobere interieur in hout en beton verdient beter. Maar de gesloten buitengevel in baksteen is minstens even ingetogen. Als je het metselwerk al mooi vond, stap dan eens de Volmolenstraat in: de betonnen buitentrap is de mooiste blokkendoos van Gent.

Brutalisme gent

Hoek Volmolenstraat en Nieuwbrugkaai, Gent

Offpiste icoon

Als je met de wagen bent en niet genoeg kunt krijgen van het Gentse brutalisme, dan is Villa Van Wassenhove een interessante excursie buiten het centrum. De betonvilla ligt weliswaar in Sint-Martens-Latem, maar hij is de verplaatsing meer dan waard. De woning uit 1973 is een meesterwerk uit de topperiode van Juliaan Lampens, de Oost-Vlaamse architect die van beton, glas en hout een primitieve woonsculptuur maakte.

Je kunt Villa Van Wassenhove huren op Airbnb, maar de durfals kunnen ook gewoon eens door het raam piepen. Je zult zien: het huis is opgevat als één grote open ruimte in zichtbeton, ontworpen voor een vrijgezel. Voor je een weekendje boekt, toch even waarschuwen: privacy heb je er niet. Slapen doe je in een open houten cilinder van één meter hoog, het toilet is geen afgesloten ruimte. Maar dat maakt de ervaring extra uniek. 

Tekst en foto’s: Thijs Demeulemeester. 

Meer lezen over architectuur, wandelen en reizen: