Tijdens het najaar is het vriendinnentijd en dat wordt gewoonlijk gevierd met een weekendje weg. Tip voor dit jaar? Het noorden van Spanje. Naast prachtige rotsen, piekfijne delicatessen en een eeuwenoude cultuur vind je nabij het dorpje Alquézar – in de regio Aragón – de beste wijnen uit de streek. Onlineredactrice Lise Milbou ging er op verkenning en gaf haar smaakpapillen een verwenkuur. Salud!

5 redenen om naar Alquézar te gaan

De fantastische wijn

Somontano (letterlijk: onder de berg) klinkt je waarschijnlijk iets minder bekend in de oren dan Bordeaux of de Elzas, en toch is de wijn uit deze streek in Noord-Spanje hélemaal de moeite waard. Alle flessen van Viñas del Vero – het label dat er wordt geproduceerd en vernoemd is naar de rivier Vero – bevatten het Spaanse DO (Denominación de Origen) certificaat die de herkomst en kwaliteit van de wijn garandeert. In de streek worden zo’n 15 druivenrassen verbouwd: 8 rode (Cabernet Sauvignon, Merlot, Tempranillo, Syrah, Garnacha Tinta, Moristel, Parraleta, Pinot Noir) en 7 witte (Chardonnay, Gewürztraminer, Macabeo, Sauvignon Blanc, Garnacha Blanca, Riesling, Alcañon).

We verkennen de drie wijnhuizen van Viñas del Vero – Viñas del Vero zelf (waar jaarlijks 5 à 6 miljoen flessen van worden geproduceerd), Secastilla (50 000 flessen) en Blecua (amper 1000 flessen per jaar). Wanneer we vanuit de Viñas del Vero shop naar de wijnranken in Secastilla rijden, maakt het landschap een enorme ommezwaai. Zonnige vlaktes maken plaats voor rotsachtig gebied – we zitten hier immers aan de voet van de Pyreneeën – en eenmaal in Secastilla zien we naast veelkleurige druivelaars (ze hebben prachtige herfsttinten in het najaar) ook heel wat olijf- en amandelbomen. Alles groeit hier op een ecologische en biologische manier en de Granasha is de belangrijkste druif voor de Secastilla-wijnen. Mijn favoriet (ik nam er 3 flessen van naar huis) is de La Miranda de Secastilla Garnacha Blanca, omwille van haar minerale smaak met toetsen van appel en peer. Je betaalt er zo’n € 9,40 voor. Ook de zuivere rode variant met invloeden van rozemarijn en tijm weet mij te overtuigen, al heeft dat vast ook te maken met de heerlijke kazen en ham uit de streek die de degustatie tussen de wijnranken vergezellen.

Voor we aankomen bij het derde en meest exclusieve (knalgele) wijnhuis Blecua, maken we een stop bij de Puente Del Diablo in Olvena. Vanop deze brug heb je een prachtig uitzicht over de rotsen en het grijsblauwe kalkwater, wat je in een oogopslag doet ontnuchteren. Wanneer Blecua aan de beurt is, ontdekken we dat het de enige wijn is die in houten vaten rijpt én fermenteert. Voor de unieke smaak worden er 5 druivensoorten gebruikt (Cabernet Sauvignon, Merlot, Tempranillo, Syrah en Garnacha Tinta) en rijpt de wijn zo’n 20 à 24 maanden. Een flesje Blecua kost je dan ook al gauw € 67,80.

Het lekkere eten

Als je aan de locals vraagt naar dé delicatesse uit de regio, antwoorden ze resoluut: Dobladillo de Alquézar. Het typische koekje met anijs, amandelen en honing koop je bij L’Artica, het plaatselijke bakkertje van het dorp. Tip: neem even tijd voor een koffie op hun terrasje achteraan, je hebt er een prachtig uitzicht over de Sierra de Guara en het fort.

De beste chef uit de streek? Dat is Rafael Abadía. In Huesca baat hij Las Torres uit, een restaurant met een Michelinster en dat zie je aan de bordjes. Als lunch serveert hij ons Pink-Barbastro – de regio is bekend om deze immense tomaten – met kaki, gefrituurde haring en zamburiña (een schaaldiertje dat bij ons bonte mantel wordt genoemd). Verder op het menu staat onder andere een tartaar van aubergine, kastanjes, zucchini-sliertjes en pompoen en een heerlijk chocoladesoepje met olijfolie, zout en broodstokjes als afsluiter. Een degustatiemenu heb je vanaf € 40, inclusief wijnen.

Voor ’s avonds tip ik graag Casa Pardina in Alquézar zelf. Uitbaters Ana en Mari hebben een soort Spaans Mama Miracoli gehalte en stellen ons, in hun elegant en modern interieur, enthousiast het menu voor. Als starters proeven we chorizo uit de streek, geserveerd in een gouden sardientjesblik, maar ook geitenkazen met truffel, papaya, blauwe en witte schimmel én een salade met zucchini en champignons. Wanneer we aan het hoofdgerecht komen, somt de chef ons een ellenlange lijst aan opties op. Gegrild konijn, varken met amandelen, kabeljauw, visballetjes, ree, wild zwijn… ik ben verbaasd over de hoeveelheid verse ingrediënten voor een dorpje van amper 300 inwoners. Ik ga voor de visballetjes, geserveerd met zoete aardappel krokantjes en pas – na alweer een resem zoete voorstellen – toch maar voor het dessert. Een menu zonder wijnen speel je naar binnen voor zo’n € 29 per persoon.

Ook in Barbastro, een dorp iets verderop, kan je heerlijk dineren. Schuif ’s avonds je voeten onder tafel bij La Bodega del Vero, een 14de eeuwse kelder (bodega in het Spaans) die vroeger waarschijnlijk gebruikt werd door de beste chocolatier van de streek. Het concept hier? Net zoals in de meeste Spaanse restaurants: foodsharing én -pairing met heerlijke Viñas del Vero wijnen uiteraard ;-).

De prachtige natuur

De rivier Vero doorkruist Somontano en baant zich een weg door de indrukwekkende kalkrotsen in de regio. Dé ideale habitat voor wildlife dus en daarom loop je in deze streek al eens een hert, gier, wild zwijn of arend tegen het lijf. Zo’n natuur leent zich uiteraard ook perfect tot prachtige wandelingen en de Sierra de Guara – het voorgebergte van de Pyreneeën – is zelfs de geboorteplaats van canyoning. Als het weer het toelaat spring je met een wetsuit het water in om je te laten leiden door de canyons. Wij hielden het droog en kozen voor een wandeling via La ruta de las Pasarelas, een tocht van anderhalf uur die je via bruggetjes langs de rotswanden leidt. Weetje: iets verderop in de bergketen ligt de Monte Perdido, die met een piek van 3340 meter de hoogste kalkstenen berg van Europa is.

Het dorpje Alquézar

Alquézar dankt zijn naam aan het eeuwenoude Moorse fort op de berg (Alquézar betekent fort in het Arabisch). In de twaalfde eeuw leefden er religieuzen in het kasteel maar omdat er al snel plaatsgebrek was, bouwden de Moren extra huisjes uit kalksteen rond het fort. Zo ontstond het dorpje Alquézar, waar nu nog zo’n 300 mensen wonen.

Het fort heeft binnenin een indrukwekkend altaar (vierde foto) met 400 houten figuren die het leven van Jezus afbeelden. Het zwarte oog in het midden, waar achteraan brood en een kaars in worden geplaatst, is kenmerkend voor de regio Aragón. Verder ontdekken we in de kapel een uniek Jezusbeeld uit de 13e eeuw (tweede foto). Wat het beeld zo uniek maakt? Jezus wordt afgebeeld zonder riem en met zijn voeten van elkaar, dus niet gekruisd met één nagel. Het fort bezichtigen kan van 11u tot 14u en van 16u tot 19u, dinsdag is hun sluitingsdag.

Wanneer we door Calle Pedro Arnal Cavero (derde foto) wandelen, de hoofdstraat van Alquézar, passeren we één van de 3 stadspoorten die uit de twaalfde eeuw werden bewaard. In deze straat ligt ook de Ermita de Nuestra Señora de las Nieves, ofte: de kapel van de sneeuw. Hier werd tijdens de winter sneeuw gestockeerd om het tijdens de zomer te verkopen als ijsblokken. Iets verderop komen we op het stadspleintje Plaza Rafael Ayerbe (eerste foto) en wat daar opvalt zijn de zwijnenpoten die er tegen de muren hangen. Het zou hen extra vruchtbaarheid geven en Alquézar beschermen tegen boze heksen.

Logeren bij de burgemeester

Logeren doen we bij Villa de Alquézar, een hotel op de Calle Pedro Arnal Cavero waarvan de burgemeester eigenaar is. Vanaf het terras van de ruime kamer heb ik een prachtig uitzicht over Alquézar, de rotsachtige canyons en de groene cipressen. ’s Ochtends is het vanuit bed heerlijk genieten van de oranjerode zon, die in het najaar rond 8 uur opkomt vanachter het fort. Na een stevige hike is het reuzenbrubbelbad mét waterval ideaal om te relaxen en de echte diehards kunnen daarna nog een duik nemen in het buitenzwembad (al is dat tijdens deze periode wél bibberen natuurlijk).

Met Brussels Airlines of Vueling ben je op 2 uur en 10 minuten vliegen in Barcelona. Van daaruit is het zo’n 2 uur 30 minuten rijden naar Alquézar. Plan je bezoek niet rond mei of april want dan is de kans op buien het grootst.

Meer tips voor vriendinnenreisjes