In de wasserij van een voormalig sanatorium gaan wonen: vreemd idee. Maar niet als je weet dat het een creatie van Maxime Brunfaut was, een van Belgiës belangrijkste modernisten. Dan kan het alleen maar goed uitpakken, redeneerde Laura Coninx. En ze had gelijk.

Een grote naam uit het Belgisch modernisme

In de online advertentie stond geen foto, om potentiële kopers niet af te schrikken met apocalyptische beelden van een verontreinigde ruïne. Maar de naam van de architect was voor Laura reden genoeg om dit gebouw interessant te vinden. Maxime Brunfaut was immers haar jeugdidool. Op haar kot hingen schetsen van hem, en ook haar masterscriptie was aan hem gewijd. Deze grote naam uit het Belgisch modernisme (met grootse projecten als de luchthaven van Zaventem en de voltooiing van Horta’s Centraal Station op zijn palmares) is amper 24 jaar als hij in 1933 aan een titanenwerk begint: de bouw in pakbootstijl van het Sanatorium Joseph Lemaire in Tombeek (Overijse). In 1937 is dit architecturale meesterwerk voltooid. Het zal een vijftigtal jaar worden gebruikt, om daarna te worden verlaten, tot groot genoegen van urban explorers en plunderaars. Lange tijd wordt het door de politiek genegeerd, tot het wordt herontdekt als waardevol patrimonium. Sindsdien is het hoofdgebouw gerenoveerd tot woonzorgcentrum en werden de verschillende bijgebouwen verkocht aan particulieren. Laura en haar gezin wonen in de voormalige wasserij en stookplaats.

Nog meer binnenkijken: spectaculaire woonbalk van beton, hout en glas

Een hachelijk avontuur

“We hebben de originele plannen van Brunfaut hier aan de muur hangen”, vertelt Laura. “De wasserij bevond zich op de eerste verdieping, en was onderverdeeld in een schone was- en vuile was-vleugel. Wij wonen in de oude stookplaats, die zich in de kelder bevond. De ruimte waar nu onze woonkamer is, stond vol machines (de stoom die ze maakten, werd via buizen naar het hoofdgebouw gestuwd, dat honderden meters verderop lag). Onze slaapkamers bevinden zich in de kolenkelders. Die ruimtes waren nog nooit bewoond geweest en na dertig jaar verwaarlozing in een lamentabele staat. Maar Pieter, mijn man, en ik waren ervan overtuigd dat we er iets moois van konden maken.”

De hele site is beschermd. We wisten zelfs niet of we gevelhoge ramen mochten plaatsen, terwijl het huis zonder niet leefbaar zou zijn

Nu kun je je nauwelijks nog voorstellen tot wat voor een ruïne het gebouw verworden was, maar de verbouwing bleek een hachelijk avontuur. De structuur van het gebouw was wel nog stevig, maar het beton was behoorlijk aangevreten en dringend aan restauratie toe. Het administratieve luik was ook een hele boterham: “De hele site was beschermd. We wisten in het begin zelfs niet zeker of we wel gevelhoge ramen mochten plaatsen, terwijl het zonder die ramen hier niet leefbaar zou zijn. En zo doken er gedurende het hele renovatieproces telkens weer andere problemen op, vooral omdat meerdere instanties allemaal hun zegje wilden hebben. Er zijn werfvergaderingen geweest waarbij we met vijftien rond de tafel zaten! Gelukkig hadden we de steun van de gemeente.”

Binnen even belangrijk

De tuin is een van de laatste dingen die Laura en Pieter onder handen hebben genomen, dus die moet nog wat groeien, maar het uitzicht op het bos rond het eigendom en de voorbijstromende rivier is sowieso al mooi. De bouwvallige kelder werd een met zorg ingerichte, lichte en functionele loft. “Mijn liefde voor modernistische meubels dateert al van een hele tijd voor we hier kwamen wonen, en architecten die zich niet beperken tot de architectuur, maar ook het interieur voor hun rekening nemen, hebben me altijd gefascineerd.

Nog meer binnenkijken: van indsutriële ruimte naar een warme loft  

Dat deze ruimtes ooit nog zijn gebruikt om kolen in op te slaan: onvoorstelbaar

Ook ik beschouw het interieur als een essentieel onderdeel van elk project. Voor de aankleding van dat van ons werkte ik samen met Sanne van de Antwerpse winkel Nome Furniture. Ik brief haar altijd uitgebreid over het concept dat ik voor ogen heb en dan gaat ze voor mij op zoek. Ik snuister ook graag zelf rond op een rommelmarkt en soms kruisen hedendaagse designstukken mijn pad, zoals de Rocking Chair van het Belgische duo Muller Van Severen.” Zo slaagde ze erin om een vintage, maar toch hedendaags interieur te creëren, dat op één lijn ligt met de open, op de natuur gerichte architectuur. Een kindvriendelijk interieur, ook, met een reling van gevlochten touw die Laura zelf ontwierp, geïnspireerd op knutselwerkjes uit haar jeugd.

Energie geeft rust

Na haar diploma Architectuur begon Laura al snel andere professionele domeinen te verkennen. Maar nu heeft ze de bouwmicrobe weer te pakken. Deze verbouwing was trouwens niet haar eerste. Na een aantal pilootprojecten besloot ze haar eigen bedrijf op te richten, dat ze LaumPaum doopte. “Ik ben een perfectionist en wil dat alles klopt, tot in de kleinste details. Vandaar dat we verbouwingen van a tot z verwezenlijken, dat wil zeggen: met ons eigen team arbeiders. Het volledige ontwerp komt van mij, gaande van de ruimte-indeling tot de kleinste details van de ramen, badkamer, keuken… zelfs het meubilair. LaumPaum koopt ook haar eigen panden op om ze na een grondige verbouwing weer te koop aan te bieden, ‘Laum-Paum Originals’, zou je kunnen zeggen. Ik vind het fantastisch om mijn ideeën op een werf werkelijkheid te zien worden. Onze eigen loft, bijvoorbeeld. Nieuwe uitdagingen aangaan, geeft me energie. En die energie geeft me weer rust.”

Vind je vast ook leuk:

Tekst: Jean-Michel Leclercq, beeld: Nome Furniture