Feeling zet deze maand de nieuwe lichting van de Belgische modeacademies in de spotlight. Ze studeren af voor het kritische oog van headhunters van de grootste modehuizen, de internationale pers en de top van de Belgische mode. Een maand voor het grote defilé gingen wij de temperatuur opmeten in La Cambre in Brussel.

Tussen halfnegen en negen druppelen de studenten van La Cambre een voor een binnen. Elk met een eigen stijl, een grote rolkoffer vol ontwerpen en een paar meter stof onder de arm. Het is de laatste dag voor de paasvakantie, één maand voor het finale jurymoment.

Stand van zaken: stress, maar alles komt goed

De modeafdeling van La Cambre bevindt zich op de dertiende verdieping van een gebouw op de Louizalaan in Brussel. Het uitzicht is adembenemend. In twee ruimtes werken de studenten aan hun designs. Rond halftien zit het zaaltje tjokvol ontwerpers, modellen, paspoppen en stapeltjes stof, lintmeters en scharen. Waar Antwerpen heel internationaal is, vinden we in Brussel vooral Belgische en Franse studenten met als voertaal Frans. Vandaag hebben de masterstudenten tussentijdse evaluatie. “Ik loop enorm achter met mijn mastercollectie”, vertelt Samuel Quertinmont. “Ik ben maar half klaar en dat bezorgt me veel stress. Over een maand moet ik mijn collectie voorstellen tijdens het laatste jurymoment. Maar het komt goed. Ik werk lange dagen. Mijn lijn vraagt veel handwerk, precisie. Ik ben heel perfectionistisch, dus als er een foutje zit in een rij steken, begin ik opnieuw.”

Abdel El Tayeb zit er relaxter bij. Zijn overleg met de leerkrachten ging er gemoedelijk aan toe. Het leek meer op een bespreking in het atelier van een modehuis dan op een jurymoment. Iedereen denkt mee na hoe ze de looks naar een hoger niveau kunnen tillen. “We werken inderdaad een beetje als in een atelier”, zegt chef d’atelier Tony Delcampe. “De kracht van onze school is dat we heel selectief zijn. Vijftien mensen raken binnen in het eerste jaar. Dit jaar studeren maar vijf mensen af. We hebben meer tijd met de studenten omdat we met een kleine groep werken. We gaan meer in detail, met veel aandacht voor techniek. In hun masterjaar moeten de studenten ons tonen hoe ze alle methoden gebruiken om hun collectie tot een goed einde te brengen. Iedere week gaan we in dialoog.” “Tony en de collega’s pushen ons enorm, maar in deze laatste fase is het steeds meer een samenwerking”, vertelt Abdel. “Ik ben blij met waar ik sta met mijn collectie. Het onderwerp ligt vast en ik weet welke richting ik uitga met iedere look.”

Inspiratie: geometrie en soedan

Terwijl Abdel al van jongs af aan droomde van een carrière in de mode, stond het absoluut niet in de sterren geschreven dat Samuel die richting zou inslaan. In de humaniora studeerde hij Wetenschappen-Wiskunde en hij was vast van plan om burgerlijk ingenieur te worden, maar toen veranderde er iets. “Ik was bang om me te vervelen en had altijd al een grote bewondering voor designers als Yohji Yamamoto en Comme des Garçons, ontwerpers die de perfecte balans zoeken tussen creativiteit en techniek”, vertelt hij. “Op veel vlakken voel ik dat mijn academische achtergrond tekortschiet. Ik heb lang niet alle films gezien of boeken gelezen waar mijn medestudenten over praten. Maar langs de andere kant liggen wiskunde en modeontwerp dicht bij elkaar. Je moet exact rekenen. Er komt veel geometrie bij te pas. Ik denk ook dat ik daarom voor een collectie met veel maatwerk heb gekozen. Mijn mastercollectie is geïnspireerd op het schoolgirl uniform, een overwegend mannelijke stijl vertaald in een vrouwenlijn.”

Abdel vond zijn inspiratie dan weer in de kleerkast van zijn moeder. “Ik ben uitgegaan van een tob, een typisch Soedanese jurk en ik zet die tegenover alle grote, westerse designers die ik bewonder. Een tob is een grote lap stof die het vrouwenlichaam verstopt. Ik leg de link naar de westerse wereld, waar vrouwelijkheid net extra benadrukt wordt. Ik werk met ritsen, zodat je kunt kiezen voor een vlakke, wijde versie, of een jurk die het lichaam extra in de verf zet door de ritsen te gebruiken”, vertelt hij.

De toekomst: duurzaamheid en werkplezier

Eén ding is zeker, de nieuwe generatie bij La Cambre is er een van wereldverbeteraars. Abdel zou later graag een productie opstarten in Soedan. “Het lijkt me fantastisch om in het land van mijn ouders iets te doen rond handwerk. Ik ben enorm geïnteresseerd in biologische materialen en duurzaamheid. Hoe we vandaag leven en werken, dat kan gewoon niet meer. Ik hoop dat we teruggaan naar meer waardevolle mode. Eén jas kopen, die je hele leven dragen en daarna doorgeven aan je kinderen. Dat soort mode wil ik heel graag maken”, zegt Abdel.

“Ik grap altijd dat ik volgend jaar dakloos zal zijn”, zegt Samuel. “Een job vinden als ontwerper heeft veel te maken met timing en geluk. Ik hecht veel belang aan de werkomstandigheden. Je moet kunnen werken op een plek waar er geen misbruik van je wordt gemaakt. Tijdens mijn stage bij Saint Laurent bijvoorbeeld,
was ik de enige stagiair een week voor Fashion Week. Om 18 u ging iedereen naar huis en bleef ik over met werk voor vijf personen dat die avond af moest. In de mode vergeten we vaak wat normaal is. Kinderarbeid bijvoorbeeld, ik snap niet hoe het zo uit de hand is kunnen lopen. Ik hoop daar later een verschil in te maken. Na mijn studie droom ik ervan om aan de slag te mogen bij een inspirerend modehuis. Maar eerlijk, al maak ik een hele dag Tshirts bij H&M, als de sfeer op de werkvloer goed is, maakt dat mij gelukkig.”

op 31 mei en 1 juni om 21 uur vindt het eindejaarsdefilé van de studenten van La Cambre plaats in KANAL, Centre Pompidou, Quai des Péniches, Brussel. Meer info vind je hier.

Tekst door Kristin Stoffels. Foto’s: Liesbet Peremans.

Lees hier ook de achter de schermen repo bij de modeacademie in Antwerpen.

Meer over mode: