Chef mode Els keymeulen spot elke maand what’s hot & what’s not. Op een koude winteravond kreeg hond Bennie een jas van Mochino aan.

Hoe ziet hij eruit?” Ik: “Een cavalier. Zwart met lange oren. En met een euh… jas van Moschino aan.” Of hoe ik mezelf officieel tot sof van de hondenwei heb gekroond. Maar ik begin bij het begin. Ik heb sinds een halfjaar een hond; een Cavalier King Charles-spaniël. Langharig, precies klein genoeg om nog in een reistas te passen, en heel lief. Hij heet Bennie, luistert enkel als je er een handvol hondenbrokken tegenaan gooit en is mijn nieuwe personal trainer: Bennie houdt me een soort van fit. Elke avond, of het nu regent of stormt, wandelen we samen een rondje in het hondenpark bij mij om de hoek. Ik op rubberlaarzen onder mijn werkkleren; hij met een lichtje aan z’n halsband, want anders zie ik ’m niet in het donker. En ja, hij heeft van zichzelf best een dikke vacht, maar toen het afgelopen week ijs- en ijskoud was, dacht ik: Bennie moet een jas. Nu wil ik even vermelden: in de hondenwei zijn de mensen betrekkelijk low profile. Ze komen in fleecepak, met nylon heuptasje, bottines en een fluitje om hun hond de verdoemenis in te blazen. Hun honden zijn groot en wild en krachtig; mijn Bennie-met-de-lange-rasnaam wordt er net niet vertrappeld. We proberen te blenden, maar het is niet makkelijk: Bennie ligt er drie kwart van de tijd op z’n rug, in ‘ik geef me over’-positie. En ik heb als enige een handtas bij waarin poepzakjes en natte doekjes zitten: daar wordt druk om gegniffeld door de heren wier honden ‘Bull’ en ‘Chief’ heten, maar ik hou me kranig.

“Neem het even in je op: een stoere man, met een pitbull die luistert naar de naam ‘Bull’, die een zielig hondje in Moschino-pak kust: alles is nog niet verloren voor deze wereld.”

Terug naar vorige week: het was laat en ijzig en ik had net van H&M-persattaché M. een jasje gekregen voor Bennie, uit de Moschino x H&M-collectie. Kitscherig en niet subtiel, met die gouden kettingen, maar ik dacht: fuck it. Het is koud en trouwens ook donker, dus niemand merkt vast dat mijn hond een designerjas draagt.

Je voelt ’m komen: plots was ik Bennie kwijt. De batterij rond z’n nek had het tot overmaat van ramp begeven, dus het was zoeken naar een speld in een hooiberg. Ik riep eerst kalm, maar toen steeds schriller, zijn naam: geen Bennie. Mijn collega’s in fleecepak waren in eerste instantie vrij ongealarmeerd. “Diejen ee een kornaain gezien, hè ieffra.” En ook: “Em komt wel af sebiet alst em muug is.” Maar na een kwartier was ik in paniek, want zo lang was Bennie nog nooit weggeweest en ik zag niks EN KAN IEMAND ME HELPEN?! Ik bedacht me treurig dat ik helemaal niet voorbereid was op De Verdwijning van Bennie. Gsm niet bij me, handen niet vrij omwille van te grote handtas zonder schouderriem en een jas die, als ik moest hurken om achter een struik te kijken, over de grond sleepte. Toen ik bijna aan het wenen sloeg, kwam Team Heuptas in actie: de wei werd in zones verdeeld, de flashlights van gsm’s werden ingeschakeld en iedereen spoorde z’n hond aan tot zoeken. “Hoe ziet hij eruit?” vroeg één meneer me, “want ik ken uw hond niet.” Ik kon niet anders dan vermelden dat hij een Moschinojas droeg; het was momenteel zijn meest herkenbare kenmerk – alles om Bennie terug te vinden. “Een Moschino-jas? Moschino gelijk Versace? Dat merk?” “Ja”, sprak ik, diep beschaamd. “Maar ik heb die gekregen. En hij is eigenlijk maar gewoon van H&M, van die collab. En het is heel koud vanavond, dus ik dacht dat hij die wel nodig had.” En toen, voor ik me nóg dieper in het moeras praatte, weerklonk er luid ‘Jaa’ en had iemand Bennie gevonden: hij was in een hol geklommen en durfde er niet meer uit. Heel liefdevol kwam een man in survival-tenue hem brengen; voor hij ’m aan mij gaf, kuste hij Bennie op z’n kopje. Neem het even in je op: een stoere man, met een pitbull die luistert naar de naam ‘Bull’, die een zielig hondje in Moschino-pak kust: alles is nog niet verloren voor deze wereld.

Meer columns van chef mode Els: