Chef-mode Els Keymeulen schrijft elke maand in Feeling over haar wedervaren in modeland. Al durft dat af en toe ook wel eens fout te lopen, komt-ie.

 

DE BEL! Jij moet opendoen!” riep ik naar boven, tegen mijn man. “Héh?”, kwam er van bovenaan de trap. En dan: “Doe zelf eens open, jij staat daar.” “NEE KAN NIET KOM NU HET IS DIOR”, krijste ik terug. “NU!”. Mijn man hoorde de urgentie, kwam hoofdschuddend de trap af, en deed de deur open. Maar weet je wat: ik zal even vooraan beginnen.

Voor het eerst in mijn toch best lange carrière, had ik de leiding over een juwelenshoot. Juwelen bij Feeling, dat zijn geen prullaria die je uit een jetonbak schuift, maar Zeer Dure Dingen van pakweg Cartier, Vuitton en Longines. De juwelen waren zorgvuldig door onze stylist uitgekozen, maar zouden de avond voor de shoot bij mij thuis geleverd worden, omdat ik het dichtst bij de shootlocatie woonde. En hoe korter het transport, hoe veiliger. De hele dag al was ik lichtjes zenuwachtig, want koeriers zouden al dat moois bij mij, De Klunzigste Mens ter Wereld, droppen in verzegelde verpakkingen. Ik durfde die doosjes haast niet aan te kijken, uit angst dat ik per ongeluk iets zou kapotmaken. Of erger: kwijt zou raken. Ik controleerde elk half uur of de deur wel op slot was, en verplaatste de doosjes tig keer van keuken, naar hal, naar garderobekast. Tegen de avond stond er een flink stapeltje luxe in de hal: Marni, Versace, Slaets, Dinh Van, Bigli. Het torentje werd steeds hoger en ik werd langzaamaan relaxter: wat kon er eigenlijk misgaan? Als ik een keer een dekseltje openmaakte? Een keer een oorbelletje probeerde? Tegen zessen ging de deurbel: Chanel. Een doos ter grootte van een reiskoffer, bomvol zwarte doosjes met witte sierlijke letters. Ik hield het niet meer, en maakte voorzichtig één doosje open. Dan nog één. Ik deed de armbanden – zwarte cuffs, met een oversized Chanel-logo in glitterende parels en stenen – rond mijn polsen. Ik probeerde de grote schakelketting aan, en clipte de pareloorbellen op mijn oren. Nét toen ik me met huppelend hart wilde spiegelen in de hal, ging de bel. Oh nee. OH NEE! Dior!

Nét toen ik me met huppelend hart wilde spiegelen in de hal, ging de bel. Oh nee.

Dat pakket moest als laatste nog geleverd worden, en ik stond in de gang, behangen met Chanel. Ik rende terug naar de keuken en deed de schakelketting af. Dan de oorbellen. De bel ging voor de tweede keer. Die cuffs!! Die oversized, glitterende Chanel-cuffs moesten af – maar ik wist niet hoe ik die weer open moest krijgen. Ik probeerde voorzichtig te trekken, maar er kwam geen beweging in. “DE BEL!!”, riep ik naar mijn man. “Jij bent toch beneden?!”, riep hij terug. Ik denk dat hij uiteindelijk de paniek in mijn stem detecteerde, want oogrollend kwam hij de trap af, waar ik stond, met twee Chanel-handboeien aan mijn polsen. “Het is Dior”, zei ik, “en ik kan écht zo de deur niet opendoen. Ik moet googelen hoe je die armbanden openmaakt.”

De cuffs gingen uiteindelijk af en ik stopte alles netjes opgepoetst terug in de doosjes. Dior liet ik ongeopend in de halkast; ik vergrendelde de deur en nam een glas wijn. De volgende ochtend reed ik met een bakfiets vol luxe twee straten verder, naar onze shootlocatie. Mijn hart klopte de hele tijd in mijn keel, want uiteraard zou ik a) kantelen, b) ergens tegenaan rijden of c) iets overboord laten vallen zonder dat ik het merkte. Maar alles ging goed; de shoot in kwestie kun je bewonderen in onze Antwerpen-special, en ik bedacht me: volgende keer is het juwelenthema ‘Jetonbak’. Meer mijn niveau, al bij al.

 

Meer columns van Els: