Chef-mode Els Keymeulen spot elke maand what’s hot & what’s not. Afgelopen maand kwam ze tot de conclusie dat aankopen omruilen in een fysieke winkel echt wel awkward is.

Ik denk dat ik weet waarom de boetieks slechte zaken doen en de onlineverkoop boomt. Het is niet de zogenaamd moeilijke bereikbaarheid – mensen genoeg die op zaterdag de stad willen inrijden, en het openbaar vervoer werkt behoudens stakingen ook prima. Het ligt ook niet aan de openingstijden: ik heb het gevoel dat in Antwerpen de winkels stilaan elke zondag open zijn. Neenee: het ligt aan het omruilen. Dát moet je eens proberen in een fysieke winkel: alsof je naakt, op je knieën, armen in de lucht, moet vragen om vergiffenis voor het per ongeluk kopen van pakweg de foute maat. Je snapt: I’ve been there. Komt-ie.

Ik had bij het begin van de solden een jeans gekocht in wat heet ‘de betere boetiek’. De jeans zat prima, en ook thuis voor de spiegel vond ik ’m perfect, alleen: na dag twee knapte de rits. Geen idee wat er misging, maar plots stond ik daar op het werk, te midden van de collega’s, met een open broek. Ik knoopte mijn trui rond mijn middel (niet meer gedaan sinds de middelbare school) en ging later die week terug naar de winkel om de jeans om te ruilen. Dat ging ongeveer zo: “Dag mevrouw, ik heb een probleem met een jeans die ik hier onlangs…” Mijn zin werd afgehakt: “Hebt u het bonnetje?”. Ha! Dat had ik (mirakel). Mijn bon werd hoofdschuddend in ontvangst genomen: “Dit is een soldenstuk mevrouw. Soldenstukken worden niet omgeruild.” “Jamaar,” zei ik, “het gaat denk ik om een productiefout. De rits was na één dag al stuk.” Ik haalde de broek in kwestie boven en wilde middels een kleine demonstratie mijn punt bewijzen, maar de verkoopster hief haar hand: “Ik ga eerst even dit klantje afrekenen mevrouw.” Owkee. Toen het weer aan mij was, probeerde de verkoopster eerst twee keer zelf de rits uit, om toen tot deze conclusie te komen: “De rits is kapot.” No shit, Sherlock. Ze ging triomfantelijk verder: “Raar, want we hebben verder geen enkel broekje binnengekregen met een foutje aan de rits.” Ik vond de verkoopster stilaan om te gillen: niet alleen verkleuterde ze elk woord, ze deed ook verrekte moeilijk over een dure broek die gewoon slecht was gemaakt. “Oké,” zei ik, “maar wat is dan het plan?”.

Plots was ik een paria geworden. Een marginale soldenshopper die een dure jeans had verprutst

“Ik ga u een uitzondering toestaan,” antwoordde ze triomfantelijk, “want we ruilen eigenlijk niet in de solden. U mag een ander broekje kiezen, maar vóór het einde van de solden, want u mag niet uit de nieuwe collectie kiezen.” Zo snel kan het gaan: plots was ik een paria geworden. Een marginale soldenshopper die een dure jeans had verprutst en nu een beetje moeilijk deed. Of zo voelde het toch. Bref: de jeans die ik eerst had, was uitverkocht, dus ik koos er een andere die iets goedkoper was (“Centjes krijgt u niet terug, mevrouw!”) en keerde huiswaarts met een broek die ik niet had gewild en een rotgevoel. En ik dacht: dáárom shop ik dus steeds vaker online. Terugsturen kan anoniem, zonder vragen, zonder gedoe, zonder schaamte. Werk aan de winkel – pun intended.

Lees hier de vorige columns van onze chef-mode Els: