Chef-mode Els Keymeulen schrijft elke maand in Feeling over haar wedervaren in modeland. Al durft er af en toe ook een meer dagdagelijks verhaal tussen kruipen. De voorbije maand ergerde Els zich aan haar eigen slordigheid, haar klunzige onhandigheid, maar vooral aan de groeiende groep van ‘online moraalridders’.

Ik erger mij vaak, en graag. Vooral aan mezelf. Aan mijn vreselijke slordigheid, waardoor ik op dit moment niet één, maar twee paar schoenen kwijt ben. Waardoor ik de vrij levensnoodzakelijke pillen die ik dagelijks slik, al drie dagen niet heb kunnen nemen wegens kwijt, zoek, vermist. Dat ik als gevolg daarvan al 72 uur mijn hond bespied omdat ik bang ben dat hij ze heeft ingeslikt en momenteel een tergende dood aan het sterven is, moet ik erbij nemen. Ik erger me ook dagelijks aan mijn klunzige onhandigheid. Ik moet tegenwoordig wijn drinken uit een beker wegens geen glas meer heel, ik heb meer blauwe plekken dan een vierjarige en het is wachten op het moment dat ik per ongeluk de spaghetti afgiet over het hoofd van een van mijn dierbaren.

Maar vandaag erger ik me vooral aan die steeds groeiende groep moraalridders op Facebook en andere social media. Ik kan niet meer inloggen of ik lees het, bovenaan mijn feed: Een Mening, bijna altijd in coronaverband, bijna nooit gestoeld op Een Feit. Ik hou zeer veel van feiten, maar blijkbaar sta ik daarin steeds vaker alleen. ‘SCHAAM U VERITAS’ postte iemand recentelijk. Niet omdat Veritas pakweg illegale feestjes organiseerde: het verkocht simpelweg mondmaskers voor kinderen, en daar vonden allerhande mensen van alles van. ‘Dodelijk ongezond’, ‘schadelijk voor de hersenen’ en nog een resem aannames.

Voor feiten mag je me altijd wakker maken, maar hou je mening bij voorkeur achter je mondmasker. Ik ben er zeker van dat het oplucht

Ik ben blij dat Veritas mondmaskers voor kinderen verkoopt: het is verplicht op de school van mijn zoon, en een volwassen mondmasker hangt bij hem onder de kin te flapperen. Maar ik sta daarin alleen, zo blijkt. Nog erger wordt het wanneer mensen het hebben over de rijen voor Primark: ‘BENDE DOMMERIKEN’ (wel vaak met twee k’s geschreven, waardoor ik dan een beetje moet grinniken-met-één-k). In één postje zijn alle mensen die bij Primark shoppen veroordeeld tot randdebielen en/of zielige, de-planeet-kapot-consumerende egoïsten. Ik vind dat griezelig; misschien hebben sommige mensen geen andere keuze, of misschien maakt een uurtje spotgoedkoop winkelen iemand wel heel gelukkig. Mij deert het weinig: ik veeg wel voor mijn eigen deur – glasscherven genoeg daar.

Maar helemaal te gek werd het gisteren, op zondag 1 november. De dag voor de tweede lockdown, de dag waarop we onze vele doden herdenken, de dag ook waarop de winkels in Antwerpen nog een laatste keer open mochten. ‘IK ZIE U IN HET ZIEKENHUIS’, postte een verpleegkundige. ‘Wie nu nog gaat shoppen, mag corona krijgen’, las ik in een krant. ‘Een beetje winkelier met respect sluit zijn winkel gewoon’, postte iemand anders. “Ga jij straks even pralines halen bij Neuhaus?”, vroeg mijn man, die amper op Facebook zit, halverwege de middag. “Voor bij het dessert?” Zalig zijn de onwetenden. “Nee!!” zei ik. “Dat mag niet! Ik word afgemaakt! Op Facebook. Of op het VTM-nieuws. Of misschien kom ik wel in beeld terwijl ik nét voor de Primark loop en denken de mensen dat ik in de rij sta! Ik durf niet hoor!”

Geen pralines dus. Wel deze bedenking: het coronavirus beperkt onze vrijheden énorm. Laten we zelf daar niet nog een schep bovenop doen. Voor feiten mag je me altijd wakker maken, maar hou je mening bij voorkeur achter je mondmasker. Ik ben er zeker van dat het oplucht. Vriendelijk bedankt,

Els

Meer columns van Els: