Chef-mode Els Keymeulen spot elke maand what’s hot & what’s not. Afgelopen maand stond ze even met haar mond vol tanden aan de Nederlandse douane.

We zouden met het gezin op citytrip gaan, naar Beiroet. Leek ons leuk, want we houden veel van hummus en van zon op momenten dat het bij ons regent. Dus boekten we tickets, regelden we een mooi, statig stadshotel en fixten we een hotel voor onze hond Bennie. Dat laatste vonden we wel een ding, want Bennie was nog nooit op hotel geweest en we waren niet per se zeker dat hij zijn manieren zou houden. Soms als hij boos is, bijt hij aan de meubels; ik wilde niet dat hij zijn hotelbed zou opeten. Maar oké: voor alles een eerste keer.

Twee dagen voor vertrek kregen we verontrustende berichten vanuit Beiroet: de opstanden aldaar tegen het huidige regime bereikten stilaan het kookpunt, en ons hotel lag midden op de betogingsroute. ‘Wij weten niet hoe het zal evolueren, maar het is beter dat u niet komt met kinderen”, kregen we per mail van het hotel. En dus cancelden we onze trip, met pijn in het hart, want wég zon en hummus. ‘Laten we tóch weggaan’, zei mijn man, die mijn depressie al voelde hangen. ‘We gaan gewoon naar ergens dichterbij – Schotland bijvoorbeeld.’ Anderhalf uur later hadden we een ferry geboekt, en een hotel in Schotland, en waren we weer allemaal blijgezind. Zélfs Bennie, want die mocht nu gewoon mee – in Schotland viel er veel te wandelen, en die boot zou ook wel lukken.

Ik wisselde van kofferinhoud, belde het hondenhotel af en tegen de avond reden we naar Rotterdam, alwaar de ferry ons lag op te wachten. We schoven met auto en al aan bij de douane, en toen het aan ons was, draaiden we ons raampje omlaag, en stak Bennie zijn kopje uit het raam. ‘Oh,’ sprak de mevrouw achter het venstertje, ‘u reist met een hond?’ Ik snap nooit waarom mensen stellige zekerheden op een vraag laten eindigen, maar wij knikten van ja en werden prompt naar de hondeningang doorverwezen.

U kunt vertrekken, maar die hond wordt in Engeland gelijk afgemaakt

Heel leuk allemaal, die hondjes in een rij – tot het aan ons was. ‘Paspoort’, sprak een soort sergeant-douanebeambte met kort blond haar en buiten de lijntjes aangebrachte lipstick. Toen ik vroeg of ze die van mij, of die van de hond wilde, slaakte ze een zucht en zei: ‘Hond’. Ik gaf het paspoort af, en in ruil stak ze me een wit apparaat toe, met de woorden: ‘Scanner’. Ik begreep gelukkig dat ik Bennies chip moest scannen, en niet mezelf, maar eer ik gevonden had waar die chip zat, had de sergeant me al tot de orde geroepen in haar gekende telegramstijl: ‘Niet in orde’. ‘Pardon?’ zei ik. ‘Wat is er mis?’ En toen kwam het: Bennie had één inenting te weinig; of eerder: te lang geleden gekregen. Die werkte nu niet meer, en dus mocht hij niet reizen. ‘Lintworm’, sprak de lipstick-sergeant. En ook: ‘U kan vertrekken, maar die hond wordt in Engeland gelijk afgemaakt.’ Ze zei het alsof het een optie was, wat ik tot op vandaag ongelofelijk vind. Bonita huilde de hele weg naar huis, want ja, dat haar hondje zó dicht bij de dood was geweest, kon ze moeilijk relativeren.

En zo gingen we dus ook niet naar Schotland, maar gewoon met de auto naar Zeeland. De zon scheen, we aten hummus in een strandbar, en we beseften: als we maar samen zijn. Lintworm incluis.

 

Lees hier de vorige columns van onze chef-mode Els: