Met een beetje geluk is je job je grote passie, haal je er voldoening uit en is het een meerwaarde in je leven. Maar wat als dat niet (meer) zo is? Lotte (35) vertelt hoe ze geen klik had met haar baas en hoe dat jaren vrat aan haar zelfvertrouwen.

 

“Toen ik zeven jaar geleden mocht starten bij een communicatiebureau, was ik dolenthousiast. De gesprekken verliepen vlot, de functie was interessant en het leek een tof team. Ik was meer dan klaar om er in te vliegen.

Tijdens mijn eerste dagen kreeg ik al een raar gevoel bij Sara, mijn bazin. Ze had het tijdens onze vergaderingen niet enkel over mijn taken, maar vooral ook over de collega’s. ‘De dikke billen’ van collega A of ‘het saaie leven’ van collega B of ‘die rare van de dienst boekhouding’. Ze besprak het allemaal uitvoerig. Als groentje durfde ik er niet tegenin gaan, en al snel bleek ook dat andere collega’s lustig meeroddelden met haar. Meer zelfs, het aantal vaste roddelmomentjes op onze bureau was niet te tellen. En omdat ik mij er zelf niet goed bij voelde, hield ik mij in stilte op de achtergrond en stortte me op mijn werk. Uiteraard viel ik al snel uit de boot, ik merkte steeds vaker dat het muisstil werd als ik de kamer binnenkwam, en ik hoorde soms dat ze met z’n allen gezellig iets waren gaan doen zonder dat ik er iets van wist. Ik begon te twijfelen aan mezelf, voelde me uitgesloten. ‘s Nachts lag ik te piekeren over wat ze zouden vertellen en wat er mis was met mij.

“Ik begon steeds vaker te twijfelen aan mezelf, voelde me uitgesloten. ‘s Nachts lag ik te piekeren over wat er mis was met mij”

Toch wilde ik positief blijven. Dit was mijn droomjob, en ik zou gewoon keihard knokken. Maar al snel kwam er ook kritiek op mijn werk. Mijn bazin vond mijn ideeën niet leuk of spannend genoeg, vond dat ik te traag werkte of nog erger: ze vroeg me op voorhand om mijn ideeën om dan tijdens een vergadering te doen alsof het haar idee was en het door te geven aan een andere ‘leukere’ of ‘betere’ collega. Dat was misschien wel het ergste: ze liet me te pas en te onpas weten dat ik niet goed genoeg was. Ze vertelde het zelfs doodleuk waar iedereen bij was. Door mijn onzekerheid werkte ik steeds harder, maar werd ook steeds onzekerder en ongelukkiger. Op vrijdag was ik opgelucht. Op zaterdag keerde mijn maag zich al als ik nog maar dacht aan maandag.

Toen ik eindelijk een collega in vertrouwen durfde te nemen, vertelde ze dat het altijd zo ging. Je moest mee roddelen om erbij te horen. Als je niet in de juiste schuif lag, kon je het wel vergeten. Na enkele maanden voelde ik me zo leeg: ik werkte heel hard om mijn onzekerheid te compenseren, maar kreeg bakken kritiek.

“Na enkele maanden voelde ik me leeg: ik werkte keihard om mijn onzekerheid te compenseren, maar kreeg bakken kritiek”

Op een ochtend werd ik op haar bureau geroepen. “Ik was duidelijk niet capabel”, was de boodschap. Zonder een eerdere negatieve evaluatie werd ik gevraagd om te tekenen voor ontslag met wederzijdse toestemming. Ik voelde mij verslagen en zette snel mijn krabbel. Hoewel ik opluchting voelde dat ik weg kon uit die toxische omgeving, had ik ook het gevoel dat ik had gefaald: wat kon ik eigenlijk? Was ik ergens wel goed in? Het heeft lang geduurd voor ik terug geloofde dat ik wél iets waard ben.

Nieuwe wereld

Ergens neem ik het Sara nog altijd kwalijk. Ze heeft veel van mijn zelfvertrouwen weggenomen en op slechte dagen twijfel ik nog altijd aan mezelf en aan mijn capaciteiten. Tegelijkertijd ben ik ergens dankbaar, ik heb veel over mezelf geleerd. Ik werk ondertussen zes jaar voor een ander bureau. Ik heb fantastische collega’s en ben dol op mijn job. Dat was even wennen in het begin, er ging een nieuwe wereld voor me open, toch duurde het een tijdje vooraleer ik me zelf durfde open te stellen. Maar ik heb nu duidelijk gezien dat het anders kan. En ik weet ook heel zeker dat ik het gedrag van Sara niet meer zou pikken.”

Meer over psychologie & werk: