Uit de burn-outpandemie: ‘De meest kwetsbare groep op de arbeidsmarkt nu? Vrouwen met kinderen: zij moeten zowat alles tegelijk’
Steeds meer taken in evenveel tijd, een maatschappij die van werk en carrière nog steeds de grootste graadmeter van succes maakt en een recordaantal jongeren dat al bezwijkt onder de druk van zo’n systeem, nog vóór ze goed en wel een voet op de arbeidsmarkt hebben gezet: zeggen dat het goéd gaat met ons werkveld, zou gelogen zijn. Hoe we dit jaar beter doen? Een baanbrekend gesprek met drie arbeidsexperten over de toekomst van gezond werken.
Toegegeven: dit zal niet het eerste stuk over burn-out of over ‘welzijn op de werkvloer’ zijn dat je leest en – helaas – wellicht ook niet het laatste. Want alle moderne pogingen om onze work-life balance collectief terug op de rails te krijgen ten spijt, laat de realiteit er nog steeds geen twijfel over bestaan: de manier waarop we werk en leven vandaag met elkaar integreren, maakt niet bepaald gelukkig. Sterker nog, het maakt ons ziek. Maar liefst twee op de drie Belgische werknemers geeft aan op regelmatige basis stress te ervaren. Bij ongeveer één op de tien houdt die stress zo lang aan dat hij toxisch wordt, met de gekende burn-out, depressie of andere stressgerelateerde ziekte én een uitval op de werkvloer tot gevolg.
Wat misschien nog het meest met verstomming mag slaan, is dat het helemaal niet de oudste arbeidskrachten zijn die het vaakst uitvallen op de werkvloer. En zelfs niet onze naar status-en-betekenis-door-carrière hunkerende millennials. Wel gen Z (geboren tussen ca. 1995 en 2010, die van jongs af internet, apps en sociale media gebruiken), zo blijkt uit recente gegevens van het Riziv. Juist: net zij die qua werkuren, loon en takenpakket het meest op hun rechten lijken te staan. Een vreemde evolutie, of net niet? Om deze en vele andere vragen te beantwoorden, verzamelden wij in de aanloop naar alweer een nieuw werk- en academiejaar een panel van experten.
Schuiven mee aan tafel: Anna Lillioja, journalist voor onder meer Vrij Nederland en auteur van Waarom werken we?, een boek waarin ze proefondervindelijk op zoek gaat naar de zin – en onzin – van werken. Ann De Bisschop, auteur van het boek Hoe slimmer werken werkt. Van werkdruk naar werkgeluk, Belgiës allereerste ‘Wellbeing Director’ en een gerenommeerd keynotespreker die bedrijven via een degelijk welzijnsbeleid aan een gezonde werkvloer wil helpen. En An Luyten, in een vorig leven journalist en woordvoerder voor o.a. VRT. Nu, acht jaar en een zware burn-out later, zelfstandig communicatieadviseur die eigenhandig waakt over haar tijd, projecten en agenda. Over het traject waar ze door moest om op die begerenswaardige plek terecht te komen, schreef ze een boek: Superwoman burn-out, een humoristisch, eerlijk en bij tijden pijnlijk herkenbaar relaas over de valkuilen van perfectionisme, over people pleasen op de werkvloer en over eindelijk losbreken uit de ‘gouden kooi’.
Als het gaat om welzijn op de werkvloer en onze burn-outpandemie schreeuwen we al meer dan een decennium moord en brand. Toch lijkt er nog steeds geen beterschap aan de horizon. Sterker nog: het aantal burn-outs neemt enkel toe. Hoe komt dat?
Ann De Bisschop: “Heel gunstig zijn die cijfers inderdaad niet, maar ik denk wel dat er beterschap op komst is: er is een steeds grotere bewustwording rond het belang van welzijn op het werk, niet alleen bij bedrijven, maar ook bij werknemers zelf, waardoor die hun eigen grenzen beter in de gaten houden en ook sneller tegengas durven te geven wanneer een werkgever hen een richting uit duwt die niet strookt met hun waarden, of wanneer ze met een werkcontext te maken krijgen die hun batterij meer leeghaalt dan dat hij ruimte geeft om weer vol te lopen.”
‘We bekijken werk en carrière vaak als het enige dat zin geeft. Valt dat verhaal op de een of andere manier weg, dan weten we niet meer wie we zijn’
Anna Lillioja
An Luyten: “Dat neemt echter niet weg dat burn-out – net als andere aan werkstress gerelateerde ziektes trouwens – een heel complex en gelaagd probleem is, waarin zowel de werkvloer áls de werknemer als de maatschappij waarin die leeft, elk een hun rol spelen. Hoe jij je voelt, in het algemeen én op de werkvloer, is altijd een gedeelde verantwoordelijkheid. Wil je het aantal burn-outs consequent terugdringen, dan is er dus een shift in mindset nodig bij élk van die drie spelers. En dat verloopt op het ene niveau natuurlijk al wat makkelijker dan op het andere.”
Anna Lillioja: “Neem nu op vlak van de maatschappij: daar zit het gedachtegoed dat bijdraagt aan onze burn-outcultuur zo diep geworteld, dat die niet op een, twee, drie te veranderen is. Dat mensen hun hele identiteit vandaag vooral ophangen aan hun werk en instorten als dat niet haalbaar blijkt, heeft te maken met de kapitalistische ingesteldheid van die maatschappij: alles moet winst opbrengen. En dus moet alles in een mensenleven er zoveel mogelijk op gericht zijn daartoe bij te dragen. Op school resulteert dat in een overmatige focus op harde wetenschappen, dingen die de meeste zekerheid bieden op een carrière en die iets concreets opleveren, zoals een groot salaris – economie, bestuurskunde, rechten. In geestes-wetenschappen wordt gesnoeid, want die zijn niet nuttig. In ons volwassen leven betekent dat vaak dat we werk en carrière als het enige groot zingevend verhaal gaan bekijken: het is het enige wat telt in ons leven. En valt dat verhaal op de een of andere manier weg, dan weten we niet meer wie we zijn.”

Gen Z en de gespeelde rollen
Lillioja: “Dat je voor de zin en richting in je leven vooral naar werk kijkt, is op zich niet zo erg. Er blijven anno 2025 immers ook niet zoveel alternatieven meer over. De kerk als ‘betekenis gevende gemeenschap’ is al decennialang zo goed als uitgestorven, en door de verstedelijking kijken we voor ons sociaal contact vaak niet naar de buurt waar we wonen, maar naar onze collega’s: je beroepsgroep als sociale lijm. Wél erg is dat veel werknemers voor alle passie en energie die ze daardoor in hun werk steken, vaak niet voldoende terugkrijgen: tegenover al hun inzet staat bijvoorbeeld een slechte verloning, weinig flexibiliteit en weinig waardering. Daardoor loopt de batterij van veel mensen leeg.”
Luyten: “Exact: we zijn vandaag doorgeschoten in de waarde die we hechten aan die rol van ‘goede werknemer’, waardoor je je in een soort pleasende houding naar de werkgever toe volledig naar diens wensen gaat plooien, waardoor je je stressniveau totaal niet meer in het oog houdt, met mogelijke uitputting en burn-out tot gevolg. Daar ligt volgens mij een van de mogelijke oplossingen: mocht onze samenleving ons leren dat ook onze andere rollen waarde hebben – dat we naast werknemer ook nog moeder zijn, dochter, vriendin van of iemand die van paardrijden of fotograferen houdt – en dat ook die verhalen je leven waarde en zin geven, dan zouden we vermoedelijk een betere buffer tegen burn-out opbouwen.”
Is dat niet exact wat gen Z doet: minder uitgaan van werk als zingevend verhaal en zoeken naar nieuwe vormen van zingeving – zoals reizen, een gezin, genieten. Toch vallen net zij het vaakst ten prooi aan burn-out: hoe kan dat?
De Bisschop: “Ik denk dat daar twee dingen meespelen. Enerzijds is dat worklife voor hen zo belangrijk, dat ook dat weer stress bezorgt. Net zoals het behalen van die perfecte job bij millennials voor druk op de schouders zorgde, zo doet het uitbouwen van een uitermate interessant en begerenswaardig leven buíten het werk dat bij gen Z. Anderzijds begonnen veel jongeren uit die generatie ook met werken tijdens corona: een periode waarin er plots veel thuisgewerkt moest worden. Een telewerkcultuur die zich daarna eigenlijk nooit meer volledig hersteld heeft. Daardoor mist die generatie volgens mij een stukje structuur. Flexibiliteit is goed, maar te veel vrijheid maakt stuurloos.”
‘Burn-out is een stressziekte en die stress kun je oplopen óp de werkvloer, maar ook daarbuiten. Precies wat bij Gen Z gebeurt: naast een topcarrière op hun vijfentwintigste, hebben ze tegen dan liefst ook de halve wereld bezocht en zich bijgeschoold tot surf- en yoga-instructeur. Dat is veel’
An Luyten
Luyten: “Dat volg ik: burn-out is een stressziekte en die stress kun je oplopen óp de werkvloer, maar ook op veel vlakken daarbuiten. En aan stressoren tegenwoordig geen gebrek. Niet alleen zitten we met een klimaat dat aan een razend tempo naar de verdoemenis wordt geholpen, ook geopolitiek morrelt er van alles: van oorlogsdreiging tot een nonsens verkopende macho-alfaman in een van de machtigste functies ter wereld. Bovendien ‘moeten’ jongeren vandaag heel wat, ook buiten de werkvloer: ‘gewoon’ een carrière uitbouwen volstaat al lang niet meer om mee te zijn. Integendeel: nog voor ze afstuderen staan gen Z’ers liefst al aan het hoofd van hun eigen ‘creatieve start-up’, hebben ze zich daarnaast bijgeschoold tot yogaleraar of surfinstructeur en hebben ze thuis het perfecte ‘kweekje’ staan om zelf zuurdesembrood of kombucha te maken. (lacht) Zo wordt zelfs je vrije tijd één stroom van presteren.”
Lillioja: “Het ergst is misschien nog dat de grote hoeveelheid influencers op TikTok en Instagram ons doen geloven dat zo’n leven veeleer norm is dan uitzondering. Daardoor lijken de gen Z’ers uit mijn omgeving minder goed om te kunnen met de ‘banaliteiten’ uit het leven. Liever dan zich op te werken op de carrièreladder, staan ze instant aan de top. Maar zo werkt het niet: terechtkomen in een functie met verantwoordelijkheid en autonomie, vraagt tijd en inspanning. Die zij vaak niet bereid zijn te leveren.”

Luyten: “Ook een kwetsbare groep op de arbeidsmarkt van nu trouwens: jonge vrouwen met kleine kinderen, want van hen wordt zowat alles tegelijk verwacht. Enerzijds verwachten bedrijven en leidinggevenden evenveel output, uren en beschikbaarheid als van hun mannelijke tegenhangers. Maar aan de andere kant wacht er ook thuis vaak nog wel een een veel uitgebreider takenpakket dan bij diezelfde mannelijke collega’s: want hoe je het ook draait of keert, zelfs anno 2026 komt het merendeel van de huishoudelijke workload en van de opvoeding van de kinderen nog wel op de schouders van de vrouw terecht – of tenminste toch van de mental load achter alle taken die daarvoor moeten worden uitgevoerd. Waarom dat onevenwicht – ondanks een veel bredere bewustwording vandaag – zo moeilijk weg te werken is? Dat heeft te maken met diep ingesleten genderrollen en ideologische denkbeelden die we bijna automatisch vast hangen aan ‘man’ en ‘vrouw’ zijn. Daar komt gelukkig stilaan verandering in, maar zoals bij alles heeft dat tijd – en vooral ook veel strijd en herhaling – nodig.
Het belang van zelfzorg
Dat onze samenleving zich niet van haar ‘ziekmakende’ ideologieën kan ontdoen, wil niet zeggen dat we bij de pakken moeten blijven neerzitten?
Lillioja: “Klopt: ook al gaat maatschappelijke verandering traag, je kunt als individu die veranderingen met je eigen groep wel al proberen in te zetten. Bijvoorbeeld: organiseer met jouw wijk af en toe een buurtfeest, zodat je de waarde van je rol binnen die gemeenschap weer voelt. Of zoek uit welke hobby’s of projecten je naast je werk nog een fijn gevoel geven, zodat je ook die stukken van jezelf ontwikkelt.”
De Bisschop: “Niet wachten op verandering, maar zelf al actie ondernemen lijkt me inderdaad belangrijk. En ik denk dat dat vandaag misschien nog net iets te veel gebeurt, niet alleen op macroniveau, maar ook op werkvlak: we voelen ons niet goed en kijken daarvoor enkel in de richting van onze werkgever. Die is uiteraard enorm belangrijk, maar mensen vergeten vaak dat ze ook zelf al heel wat kunnen doen om hun mentale balans op pijl te houden. Bijvoorbeeld: maak met je werkgever de afspraak dat meetings maximum 45 minuten duren, sla je lunchpauze nooit over en gebruik die om te connecteren met je collega’s, en maak meteen na het werk bewust tijd om te deconnecteren. Die kleine, praktische zelfzorgtips, maken vaak al een groot verschil.”
‘Sta op tijd stil bij wie je bent als mens, bij wat jou gelukkig maakt en waar je precies heen wilt in dit leven. En durf daar dan ook naar te handelen’
An Luyten
Luyten: “Met die gedeelde verantwoordelijkheid ben ik het heel erg eens. Tijdens mijn burn-out ben ik lang kwaad geweest op mijn werkgever, omdat ik vond dat die mij die burn-out had aangedaan. Intussen weet ik natuurlijk dat dat maar één kant van het verhaal is, want ja: in de job die ik deed, werd van ons verwacht dat we altijd tegen tweehonderd per uur ‘gingen’. Maar een nog groter probleem misschien was dat ik daarin meeging. Ik had mezelf een aura van belangrijkheid aangemeten, waarin ik ervan overtuigd was dat ik elke mail binnen de vijf minuten moest beantwoorden. Zo werkte ik mee mijn burn-out in de hand: blijkbaar kende ik mezelf en mijn grenzen niet goed genoeg en vond ik mezelf, buiten mijn rol als werknemer om, niet genoeg waard om die rol ook eens aan de kant te schuiven.”
Weten waar je eigen grenzen liggen en vinden waar je precies van herstelt, is een zoektocht die voor iedereen anders loopt?
Luyten: “Absoluut: waar de een iets heeft aan een avondje op café gaan met vrienden, is een ander misschien beter af met een workshop pottenbakken of met alleen door het bos wandelen. En dat is net het lastige aan burn-out: wie zijn meniscus scheurt, weet wat te doen; een operatie, zes weken rusten en naar de kine. Herstellen van een burn-out is een proces zonder leidraad waarbij je van psychotherapie, naar psychiater, medicatie en een hele hoop lifecoaches sukkelt – van bewustzijnsworkshops tot yoga of bosbaden: je moet vinden wat werkt voor jou.”
De Bisschop: “Wat voor mij enorm ontspannend werkt, is de natuur. En pas op: ik ben absoluut geen zweverig type. (lacht) Maar na een drukke dag met mijn blote voeten het water in: dat is tot rust komen. Dat de natuur heilzaam werkt, is trouwens wetenschappelijk bewezen. In Canada bijvoorbeeld mogen dokters mensen met psychische stress gratis toegang voor natuurparken voorschrijven. En zo’n ticketje kost wat, hoor. (lacht) Dat het zorgsysteem dat toelaat, is een teken dat het werkt.”
Luyten: “Beweging is voor íédereen belangrijk. Op tijd en stond een wandeling maken of eens gaan zwemmen, helpt je lichaam om van stressmodus weer in rust terecht te komen. Wat bij burn-out eigenlijk gebeurt, is dat je lichaam zo lang en zo hevig onder stress staat, dat het de grote hoeveelheid cortisol en adrenaline niet meer kan afbreken, waardoor je in een permanente staat van alertheid terechtkomt. Een fight-flight-freeze-modus die compleet uitput. Vanuit die toestand weer naar een herstelmodus zakken, is niet eenvoudig. Beweging kan daarbij helpen, of yoga en mindfulness dus – als dat je ding is.” (lacht)

Follow the leader
Over één belangrijke speler hebben we het nog niet gehad: de werkvloer. Want uiteraard geen gezonde werknemers zonder een gezonde werkcultuur. Wat is essentieel?
De Bisschop: “De allerbelangrijkste steunpilaar voor een gezonde werkvloer is goed leiderschap: is de persoon aan het hoofd van je bedrijf of team empathisch en kan die luisteren? Als iemand niet over deze kwaliteiten beschikt, maak die dan vooral geen leidinggevende, want dat is zijn voornaamste taak. Ook een belangrijke pijler is het ABC van werkgeluk: geef werknemers voldoende autonomie (A), zorg dat ze zich deel van een groep voelen waarbinnen vertrouwen hangt (B van belonging) en zet in op hun competenties (C). En verder: geef als bedrijf je werknemers alle kansen om mentaal in balans te blijven. Concreet, houd het niet bij mooie woorden alleen.
Ga je als bedrijf prat op flexibele werkuren, mooi, maar geef werknemers die daar gebruik van maken dan ook niet het gevoel dat ze daardoor iets misdoen, of ga buiten de werkuren om niet voortdurend mails sturen. Ook belangrijk: ondersteun de fysieke gezondheid van je werknemers. Een flitsende werkvloer met standing desks en pingpongtafels klinkt misschien stom, maar het werkt wel. Put your money where your mouth is. Begrijp je dat voldoende pauzeren belangrijk is voor het welzijn, stimuleer dat dan actief. Zet mensen die tijdens de uren springtouwen in de kijker of voer feedbackgesprekken of meetings die dat toelaten al wandelend.”
Waar loopt het op de werkvloer anno 2025 nog het vaakst mis?
De Bisschop: “Zeker niet om alle schuld bij hen te leggen, maar ik denk bij de leidinggevenden. Vandaag geeft 33 procent van de bedrijven aan dat hun leidinggevenden eigenlijk niet voldoende opgeleid zijn om die functie naar behoren uit te oefenen. Terwijl dat zó belangrijk is.”
‘Wat mensen vaak vergeten, is dat ze niet enkel naar de werkgever moeten kijken, maar ook zelf heel wat kunnen doen om hun mentale balans op pijl te houden’
Ann De Bisschop
Luyten: Klopt, het gezegde luidt niet voor niks: ‘People join companies, but leave their bosses’. Wat nog te vaak gebeurt, is dat mensen vanuit een andere positie doorgroeien naar een leidinggevende functie. Daarbij wordt vaak vergeten dat je als leidinggevende heel andere skills nodig hebt: niet alleen hoe goed je inhoudelijk in je job bent is daar belangrijk, maar ook hoe goed je kunt luisteren naar werknemers, communiceren en hun een ‘veilig’ gevoel op de werkvloer bezorgen. Die skills moeten je worden aangeleerd. En dat ontbreekt dus.”
De Bisschop: “Van hartchirurg tot taxichauffeur: voor alles moet je een examen afleggen. Alleen leidinggevende, dat mag je blijkbaar zo worden. Dat slaat toch nergens op. Vergeet wel niet dat de meeste leidinggevenden in een sandwichpositie zitten: terwijl hun van bovenuit targets en doelen worden opgelegd, verwachten de werknemers dat er empathisch naar hen geluisterd wordt. Geen eenvoudige combinatie.”

Dus: een werkvloer waar je je veilig en gewaardeerd voelt en waar er wordt ingezet op je competenties, is cruciaal voor (werk)geluk. Waarom blijven zoveel mensen dan toch hangen in een job die hun dat niet geeft?
De Bisschop: “Ik vermoed dat daar vaak het principe van de ‘gouden kooi’ van kracht is: we denken vaak dat dat alleen geldt voor topfuncties met hoge lonen en extralegale voordelen, maar ook andere zaken kunnen gevangen houden. Zoals een huis dat moet worden afbetaald of kinderen die studeren. Bovendien zijn mensen bang voor verandering. Ook daardoor blijven ze vaak in een job die hen niet gelukkig maakt, want: ze kennen het daar en weten wat er verwacht wordt.”
‘Pas als je iets anders probeert, ervaar je vaak dat er veel meer in het leven is dan de context waarin je zat en dat je veel meer kunt dan je denkt.’
Anna Lillioja
Luyten: “En dus blijven we in een functie die ons uitput en ziek maakt – tot we in een burn-out belanden. Het advies van een ervaringsdeskundige: doe het niet. Sta op tijd stil bij wie je bent als mens, bij wat jou gelukkig maakt en bij waar je heen wilt in dit leven. En durf daar dan ook naar te handelen. Neem ontslag, durf te freelancen, durf even tijd te nemen om het allemaal wat uit te zoeken zelfs.”
De Bisschop: “Een stap in het onbekende waar wel wat moed en lef voor nodig is. Maar die het meestal wel dubbel en dik waard is. Hoe vaak hoor je niet dat mensen te lang gewacht hebben, daardoor ontslagen worden en achteraf komen vertellen dat dat ontslag het beste was dat hen kon overkomen?”
Lillioja: “Precies: pas als je iets anders probeert, ervaar je vaak dat er veel meer in het leven is dan de context waarin je zat en dat je veel meer kunt dan je denkt. En dat alle drogredenen die je aanhaalde om niet van werk te veranderen of om de sprong niet te wagen, veel makkelijker te overbruggen waren dan je verwachtte. Wat dan ook weer heel goed werkt voor je zelfvertrouwen en ruimte schept om de rest van je leven veel vrijer keuzes te maken. Dat wens ik iedereen toe.”
Meer weten over gezond werken: lees dan ook ‘Waarom werken we?’ van Anna Lillioja (Hollands Diep, € 22). ‘Superwoman burn-out. Een heerlijk dagboek van een gecrashte perfectionist’ van An Luyten (Pelckmans, € 24,90) en ‘Hoe slimmer werken werkt. Van werkdruk naar werkgeluk’ van Ann De Bisschop, (Silenro, €30).
Beeld: Filip Van Roe.
Meer lezen
Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier