Als een van de oprichters van de Klimaatzaak is film- en televisiemaker Nic Bathazar (57) al jarenlang een bekende op vlak van duurzaamheid en het gevecht tegen de klimaatopwarming. Koen Vanmechelen (56) kennen we vooral van zijn fascinatie voor de kip en het ei en zijn Cosmopolitan Chicken Project. Biodiversiteit staat in zijn werk centraal.

Interview met Nic Balthazar en Koen Vanmechelen

Wat is je belangrijkste persoonlijke bijdrage aan het klimaat, naast je maatschappelijke inzet?

Nic: “Mijn persoonlijke bijdrage ís mijn maatschappelijke inzet. Zo heb ik in het verleden verschillende films en programma’s over het klimaat gemaakt, maar  Sing for the Climate is echt wel straf geworden. Samen met de vrijwilligers van 11.11.11 zijn we er toen in geslaagd om zowaar 380.000 mensen te laten meezingen met Do It Now, in 180 gemeenten en steden, inmiddels is dat ook verspreid over meer dan 40 landen. Op de klimaattop van Doha (in 2012) werd het clipje getoond op de laatste cruciale plenaire vergadering, toen alles diplomatiek muurvast zat. Die avond zijn uiteindelijk de fundamenten voor Parijs gelegd. Ik denk altijd dat de positieve vibe van die 380.000 zingende Belgen er misschien wel voor iets tussen zat. De laatste actie die ik probeerde op te zetten, Clap for the Climate, liep minder vlot, en het toont hoe gepolariseerd het klimaatdebat ondertussen is geworden. Dan kun je enkel proberen te blijven informeren.”

Koen: “In alles wat ik aankoop, probeer ik monocultuur te vermijden en me te richten op community’s. Mijn statement is: the global only exists by the generosity of the local. Als je het lokale veld ondersteunt, denk ik dat je ook in het globale geheel veel meer diversiteit kunt ontwikkelen. Ik ondersteun de gemeenschappen, zowel bij ons door lokaal te kopen, maar ook in Zimbabwe waar ik deels woon. De Future of Hope-stichting is er gevestigd en zet volop in op de community’s, bijvoorbeeld door vrouwen en jonge kinderen te betrekken bij de lokale kweek van champignons, zodat je hen een kans geeft én eerlijk voedsel krijgt.”

Als je morgen de macht had om één wet over ons klimaat goed te keuren met onmiddellijke ingang, welke zou dat zijn?

Nic: “‘De vervuiler betaalt’ zou al lang de grondslag moeten zijn van ons rechtssysteem. We moeten gewoon goed verrekenen wie en wat het meeste broeikasgas veroorzaakt. Dat zou progressief beboet en duurder gemaakt moeten worden en met dat geld betaal je alle innovatie en alle mensen die het wel goed doen, alsook de mensen die sociaal niet meekunnen in de transitie.”

Koen: “Net als bij de sigaretten zou er op ieder product waar fossiele brandstoffen voor worden gebruikt, een sticker moeten komen met de tekst dat deze brandstoffen je gezondheid kunnen schaden. Ik denk dat dit soort sensibilisering veel invloed heeft, omdat je het direct in je brein opneemt. Wetten kunnen afstandelijk zijn, maar als je er iedere keer in je persoonlijk leven mee wordt geconfronteerd, zou dat een verschil kunnen maken. Kijk maar naar de sigarettenindustrie. We roken niet meer op openbare plaatsen. Dat konden we ons vroeger niet voorstellen.”

Hoe zou je willen dat de wereld er in 2100 uitziet?

Nic: “We moeten gewoon durven te denken aan hoe beroerd het er zou kunnen uitzien, maar ook hoe veel gezonder, sociaal rechtvaardiger en veiliger de wereld kan worden als wij dat willen. Om een voorbeeld te geven: als we echt geloven en volop investeren in hernieuwbare energie, dan kunnen we op een moment uitkomen waarop er simpelweg te veel energie is. En vermits energie geld betekent, betekent dat ook geld om alle andere wereldproblemen aan te pakken. Iemand zei ooit: mensen kunnen zich beter het einde der tijden voorstellen dan een betere tijd. Het is zaak gewoon in het tweede te geloven.”

Koen: “Ik zou graag zien dat we in clusters gaan wonen. Niet dat we allemaal op een appartement moeten zitten, zo leef ik zelf ook niet, maar dat we het meer Europees en continentaal durven te bekijken. Naast steden als woonclusters moeten we ons inzetten voor het behoud en de bescherming van natuurclusters, zowel kleine natuurgebieden als de heel grote.”

Lees ook

Tekst: Joanie De Rijke. Beelden: Lieve Blancquart en Studio Leyssen.