Opvoedingsexperten pleiten voor een beter systeem voor onze crèches en onthaalmoeders. We laten ons meest dierbaarste bezit achter bij anderen, dan moet er wel goed voor gezorgd worden. “Negen kindjes per onthaalouder is te veel”, klinkt het resoluut. Werkende mama’s moeten kiezen tussen carrière of kind of voelen zich schuldig over de keuze voor de opvang. Maar is dat terecht? Kinder- en jeugdpsychiater Binu Singh geeft uitleg.

 

“Negen is te veel”

Jonge ouders zien hoe moeilijk het is om een goede crèche te vinden: de wachtlijsten zitten overvol. Nochtans een belangrijke en mooie job. Maar zowel kinderverzorgers als experten en ouders pleiten voor een verandering in het systeem. Momenteel kan een opvoeder in de kinderopvang 8 à 9 kindjes begeleiden. Het hoogste getal in Europa, samen met Bulgarije.

Experten als kinder- en jeugdpsychiater Dr. Binu Singh trekken aan de bel. Een grondige reorganisatie, betere arbeidsomstandigheden en meer respect voor het beroep zouden al een mooie stap zijn. Na de dood van een baby in een crèche in Mariakerke en de schrijnende berichten over personeelstekorten, groeit nu ook de bezorgdheid van ouders. Is de crèche wel zo’n goed idee? Stephanie en Katrien voelen zich schuldig als ze hun dochters naar de crèche brengen. “Als het financieel mogelijk was, bleef ik misschien wel thuis. Niet omdat ik mijn job niet leuk vind, wel omdat ik vind dat een kind het best bij haar mama is.”

“Ik zocht bewust naar een nieuwe job die beter past bij mijn gezinsleven. Maar als de optie er was, bleef ik liever thuis”

Stephanie (29), mama van Lilly (4) en Amelie (2), zou thuis blijven bij de kinderen als ze de optie had

“Ik had één grote droom: ik wilde dolgraag voor mijn 25ste mama worden. Dat is op de valreep gelukt (lacht). Toen Lilly geboren is, heb ik hard getwijfeld of ik wel voor een crèche of onthaalmoeder zou kiezen: we kregen veel hulp van ouders en schoonouders. Maar omdat we graag wilden dat ze zich ook op haar gemak zou voelen bij andere mensen, besloten we haar naar de crèche te sturen. Achteraf een goede keuze: ze is nog steeds verlegen, maar ze is daar opengebloeid. Op het einde zorgde ze zelf mee voor de andere baby’tjes.”

“De zoektocht naar een crèche was niet gemakkelijk. Bij één crèche konden we gewoon binnenwandelen en werden we niet eens aangesproken. Mensen met slechte intenties zouden kinderen dus ook zomaar kunnen meenemen. Die crèche werd het duidelijk niet. Toen we bij onze crèche binnenkwamen, waren we meteen overtuigd. We zagen meteen met hoeveel liefde er voor de kindjes gezorgd werd. Lilly gaat nu naar school, maar ze ging graag naar de crèche.”

“Amelie ging pas later naar de crèche: ik beviel van onze tweede dochter in het midden van die eerste strenge lockdown. Kraambezoekjes werden raambezoekjes, en hoewel we meer rust hadden, werd ik overspoeld door angst. Wat als er mij iets zou overkomen? Wat als we ziek zou worden? De angsten werden zo groot dat ik regelmatig paniekaanvallen kreeg. Ik voelde me tekortschieten als moeder en belandde in een postnatale depressie. Ik bleef noodgedwongen een tijdje thuis en was voor even fulltime mama.

“Als het financieel mogelijk was, was ik waarschijnlijk nog langer thuisgebleven. Maar dat is heel moeilijk. Ik zocht wel naar een nieuwe job die beter past bij het gezinsleven: dankzij mijn functie als salesmarketeer hoef ik niet meer op zaterdagen te werken en ben ik het hele weekend thuis bij mijn gezin. Mijn bazin is gelukkig zelf een voorstander van een goede balans tussen werk en privé. Ze heeft begrip voor mijn situatie. Toen ik 4/5 wilde werken, stemde ze meteen in.”

“Amelie gaat sinds een jaar naar dezelfde crèche als zus Lilly. Ik ben dankbaar omdat we zo’n goede crèche hebben, maar vind het ook heel moeilijk. Ik voel me schuldig dat ik veel mis. Kinderen hebben bovendien enorm veel nood aan hun mama en papa. We merkten dat heel goed aan Amelie: als ze één dag naar de crèche was geweest, was ze de dag erna heel aanhankelijk. Dat gaat nu iets beter, maar het blijft mij parten spelen. Ik vind het ontzettend jammer dat je als jonge ouder door het systeem gedwongen wordt om je kind naar de opvang te brengen.”

“Een kind heeft haar ouders nodig, dat voelden we heel duidelijk. Brachten we Amelie één dag naar de crèche, dan was ze dag erna heel aanhankelijk”

 

Katrien (38) vindt het door het overlijden van haar eerste dochter Liene nog moeilijker om haar tweede dochter Féline (5 maanden) naar de opvang te brengen

Katrien en Féline

“Toen we zwanger wilden worden, liep dat niet van een leien dakje. Het heeft ons vier jaar gekost voor we in verwachting waren van Liene, onze eerste dochter. Het was een zware zwangerschap: na tien weken viel mijn zicht volledig weg door een bloeddrukval. Hoewel mijn zicht daarna terug kwam, bleef ik kwaaltjes hebben. Zo had ik steeds een hoge bloeddruk en moest ik enkele weken later dagelijks medicatie nemen. Ons dochtertje haar ontwikkeling verliep niet zoals gehoopt. Uiteindelijk woog ze bij haar geboorte amper 370 gram. Ze heeft gevochten als een leeuw, en kwam flink bij. Maar na enkele maanden – ze woog toen 850 gram – kreeg ze een hersenbloeding. Ze is in mijn armen gestorven.”

“Het verdriet was onbeschrijfelijk en ik kampte met een vreselijk schuldgevoel: mijn lichaam had gefaald. Toen ik bijna anderhalf jaar later opnieuw zwanger was, wisselden vreugde en angst zich continu af. Ik leefde van echo naar echo, en had de hele tijd schrik dat het opnieuw mis zou gaan. Gelukkig werd ik goed opgevolgd, maar pas toen ik Féline in mijn armen had, vond ik een beetje rust. Een beetje, want de angst om haar te verliezen zal er altijd zijn.”

“Hoewel ik vroeger een carrièrevrouw was, is mijn gezin nu mijn grootste prioriteit. Ik zocht een nieuwe job waarbij ik drie vijfde kan werken en we gingen op zoek naar een opvang. Veel keuze hadden we niet, het aanbod was heel schaars. Uiteindelijk vonden we twee onthaalmoeders waar we ons goed bij voelden. Een mama en een dochter hebben een huis gekocht en het volledig ingericht als opvang. Beneden is het een echt speelparadijs met een ballenbad en heel wat speelgoed. Boven is er verdieping om te slapen. Er zijn maximum 16 kindjes per dag, maar meestal zijn het er minder. Ik begrijp niet hoe onthaalouders voor zoveel kinderen kunnen zorgen, maar deze vrouwen doen het verrassend goed.”

Toen ik Féline voor de eerste keer afzette, ging dat gepaard met heel veel tranen. Zowel voor haar als voor mij. Liefst van alles zou ik Féline de hele dag dicht bij me houden, maar dat kan helaas niet. Ondertussen lukt het al iets beter, maar het blijft een innerlijke strijd om mijn dochter achter te laten. Toch ben ik eerlijk: als ik voltijds thuis zou kunnen blijven, zou ik dat waarschijnlijk niet langer dan een aantal maanden willen. Het werk geeft mij de kans om sociale contacten te hebben en uitgedaagd te worden op andere vlakken. Toch hoop ik met hart en ziel dat ik mijn kindje niet tekortschiet door te gaan werken.”

“Mijn job zorgt voor sociale contacten en daagt me uit. Toch hoop ik dat mijn kindje niet tekortschiet door te gaan werken”

Dit zegt Binu Singh over de crèche

Er is tegenwoordig heel wat heisa over de crèche. Heel wat jonge ouders, waaronder Stephanie en Katrien, voelen zich er schuldig over. Brengen we kinderen best niet meer naar de crèche? 

Dr. Singh:  “We mogen jonge ouders geen schuldgevoel aanpraten. Je moet de vraag dus omkeren: is de crèche wel goed genoeg voor mijn kind? Worden aan alle noden tegemoetgekomen? Nabijheid en liefde zijn heel belangrijk voor jonge kindjes. Niet enkel op het moment zelf, want je wilt natuurlijk dat je kindje getroost wordt. Maar vooral ook naar later toe: tijdens die eerste levensjaren wordt bepaald hoe ze gehecht zijn en hoe veilig ze zich voelen. Dat laatste bepaalt mee hoe ze tegen de wereld aankijken. Als de crèche slechts één begeleider heeft per negen kindjes, is de kans nihil dat het lukt om aan al die noden tegemoet te komen.”

“Begrijp me niet verkeerd, dit is geen aanval op de crèche of op de begeleiders die heel belangrijk werk doen. Er zijn kinderbegeleiders die fantastisch werk leveren en het beste van zichzelf geven. Dit is een oproep naar de overheid die ervoor moet zorgen dat de begeleiders de kans krijgen om het nóg beter te doen.”

Die eerste dagen starten al bij de bevruchting. Wat kunnen jonge ouders (in spe) doen?

Dr. Singh: “Eigenlijk start het zelfs al voor de bevruchting. Zo is wetenschappelijk bewezen dat de levensstijl van de man invloed heeft op de spermakwaliteit. Vrouwen weten inmiddels dat ze foliumzuur moeten slikken alvorens ze zwanger proberen te raken, maar dat is slechts een klein deeltje. Zo is gezonde voeding heel belangrijk en moet een jonge mama voldoende rust inbouwen. Het probleem van stress tijdens de zwangerschap wordt zwaar onderschat. Als we een zwangere vrouw op café wodka’s achterover zien slaan, voelen we ons daar heel ongemakkelijk bij, en willen we ingrijpen. Als we een hardwerkende vrouw gebukt zien onder stress, lijkt ons dat veel minder te doen. Er is dus sensibilisering nodig, we zouden daar dezelfde reflex moeten hebben.”

Waarom is die stress zo’n belangrijke factor?

Dr. Singh:  “In de baarmoeder wordt het stressregularisatiesysteem van een kind gevormd. Als een zwangere vrouw aan chronische stress lijdt, heeft dat een impact op het kleintje. Het zal stressgevoeliger en minder veerkrachtig zijn. Bovendien stijgt de kans op regularisatiestoornissen.”

“We zien heel duidelijk aan het aantal van die stoornissen dat er tegenwoordig veel stress is in die vroege ontwikkelingsfase. Dat kan gaan van huilbaby’s, slaapproblemen tot zelfs slechte eters bijvoorbeeld. De aantallen liggen momenteel tussen 8 en 45%. En deze kinderen hebben later een hoger kans op andere psychische maar ook lichamelijke problemen ”

“Het is trouwens niet enkel stress van de moeder die een rol speelt, maar elke persoon die het kindje verzorgt. Die leert het kind immers omgaan met stress. Dat doet het door nabij te zijn en te reageren op stressvolle situaties van het kind. Bij baby’s zijn honger of een overprikkeling bijvoorbeeld stressfactoren. Doordat de mama of crèchebegeleider op dat moment positief reageert door te voeden of tot rust te brengen, daalt het stressniveau van het kind. Het gevolg is dat het kind op termijn zelf leert om met stress om te gaan. Dat is nog zo’n reden om één begeleider slechts voor een paar kindjes te laten zorgen.”

Allemaal goed en wel, maar het is niet zo evident in deze maatschappij om minder stress te ervaren. Heb jij tips? 

Dr. Singh: “Het probleem is dat we veel individualistischer geworden zijn. We willen als jonge ouders alles alleen doen. Dat is echter niet realistisch. Een kind is een levensingrijpende verandering.”

“Daarom is het belangrijk dat je al tijdens de zwangerschap goed nadenkt over wie je vangnet kan zijn. Buren, familie, vrienden… zijn allemaal mensen die je kunnen ondersteunen. Jonge ouders moeten afstappen van het idee dat ze alles alleen moeten doen. Zwangere vrouwen en jonge mama’s moeten op wimpers gedragen worden: zij creëren nieuw leven, daar mogen we echt niet te licht over gaan. ‘It takes a village to raise a child’, is een uitspraak waar ik echt in geloof. Jonge ouders hoeven die taak niet alleen te volbrengen.”

Daarnaast moeten ouders volgens jou hun verwachtingen bijstellen? 

Dr. Singh: “Klopt. Heel wat jonge ouders verwachten na de bevalling een grote roze wolk, maar als je er dan afvalt, is de teleurstelling extra groot. We willen een bloeiende carrière, een huis (ver)bouwen, een uitgebreid sociaal leven, nooit last hebben van FOMO, een bruisend seksleven, boeiende hobby’s… Maar dat is helaas niet realistisch. Een ouder moet keuzes maken, dat is niet altijd gemakkelijk, maar kinderen vragen nu eenmaal dat er prioriteiten gesteld worden.”

“Sociale media spelen daar een vreselijke rol in. Een kindje opvoeden vraagt veel van je. Als je op Instagram dan foto’s ziet van ouders die het fantastisch lijken te doen, hakt dat schuldgevoel er extra in. Dat is natuurlijk maar een plaatje, maar kan veel teweeg brengen. Ouders denken dat ze abnormaal zijn als niet alles prima loopt, maar dat is wel zo.”

De regel van de negen kinderen is er al lang. Hoe komt dat er nu zoveel commotie rond is? 

Dr. Singh: “Het probleem was er al jaren. Het is misschien door corona een beetje vergroot. En door het overlijden van een kindje in de crèche in Mariakerke kwam het extra onder de aandacht. Het staat trouwens al jaren op de politieke agenda, maar het moet er ook doorkomen.”

“Als expert draag ik graag mijn steentje bij. Ik spring niet snel op barricades, maar dit is zo’n essentieel thema dat ik niet anders kan. De volgende generatie gaat sowieso al heel wat uitdagingen het hoofd moeten bieden. Met een stijgende inflatie, de klimaatproblematiek, financiële crisissen en vermoedelijk nog pandemieën wordt het niet gemakkelijk. Een minder stabiele maatschappij maakt dat deze generatie maar best zo veerkrachtig mogelijk is en alle kansen krijgt om sterk te worden. En dat kan enkel als er een goed kader is.”

Geïnteresseerd om meer te leren van Binu Singh? Op 22/4 geeft Binu Singh het online webinar ‘door de ogen van het kind’. Ontdek hier meer informatie.

Meer over mama’s: