Jaloerse collega’s, een onredelijke baas, urenlange files of vervelende klanten: soms werkt je werk gewoon niet meer. En dan hou je maar beter de eer aan jezelf. Voor Elke (36) was de toxische sfeer op kantoor de druppel. “Toen ik ontdekte dat mijn collega’s me afbrandden en uitlachten achter m’n rug, was de maat vol.”

Elke: “Het is tijd om dit verhaal uit mijn systeem te krijgen. Dan gaan mijn nekharen misschien niet meer overeind staan als mijn huidige collega’s eens iets op fluistertoon tegen elkaar zeggen. Ik was aan de slag in een sector waarvoor ik nooit heb gestudeerd, maar ben telkens doorgegroeid bij verschillende bedrijven. Het afdelingshoofd van het bedrijf waar ik toen werkte, wou zijn afdeling hervormen en zag mij daar een prominente rol in spelen.

Enig probleem: de vrouw wier functie ik geleidelijk moest overnemen – ze zou snel op pensioen gaan – werkte daar nog en ze was niet ingelicht over mijn komst. Haar gedrag werd erger en erger. Ze bleef altijd als laatste op kantoor zitten, om zo het hoger management in te lichten over alles wat er op kantoor gaande was. Ze dikte haar eigen prestaties aan en maakte me zwart. Ze kleineerde me openlijk tegenover alles en iedereen.

“De vrouw wier functie ik geleidelijk aan moest overnemen kleineerde me openlijk tegenover alles en iedereen. Ze dikte haar eigen prestaties aan en maakte me zwart”

Ik werkte nog met twee andere collega’s waar het gelukkig wel mee klikte: Jana en Sarah. Of dat dacht ik toch. Ik had blijkbaar nog een vijand. Op een blauwe maandag stuurde ik Sarah een mail en vroeg of ik een bepaald dossier mocht afsluiten. Een minuut later kreeg ik een mail terug, gericht aan Jana, met mij in cc: ‘Zie wat ze nu weer vraagt’. Ze excuseerde zich en zei dat het lag aan de stress.

Maar een maand later ging Sarah op vakantie en had ik voor het eerst in drie jaar toegang tot haar mailbox. Ik vond ontelbare mails van Sarah aan Jana, waarin ik totaal werd afgebrand en uitgelachen. Hoe ik liep, wat ik droeg, hoe ik sprak: alles aan mij was belachelijk. Jana’s antwoorden op de mails waren sussend: ze heeft me altijd proberen te verdedigen.

“Nog geen minuut later kreeg ik een mail terug, gericht aan Jana, met mij in cc: ‘Zie wat ze nu weer vraagt'”

Ik sprak Jana erover aan en ze was enorm opgelucht dat de waarheid eindelijk aan het licht kwam: ze had nooit begrepen wat Sarah tegen mij had, maar durfde er niets over te zeggen. Maar voor mij was het duidelijk: ik vertrok. Op zo’n toxisch kantoor had ik niets meer te zoeken.”

Meer over werk:

Tekst: Evelien Rutten. Beeld: Getty Images.