Een notitieboek en een pen. Meer heb je niet nodig om je leven op orde te krijgen en het toppunt van organisatorische perfectie te bereiken. Onze redactrice testte de Bullet Journal.

 

Een Bullet Journal is Marie Kondo voor je hoofd, het agendasysteem waar duizenden vrouwen voor warmlopen, zó handig en overzichtelijk dat ze zich nog maar één ding afvragen: hoe hebben we al die tijd zonder gekund? Het klinkt allemaal een beetje hyper. Een beetje Amerikaans zelfs. En dat is het ook: de Bullet Journal werd ‘uitgevonden’ door ene Ryder Carroll, een designer uit Brooklyn. Toen een vriendin van hem in 2007 op trouwen stond en in een stresskip zonder kop veranderde, oordeelde hij: ‘Wat jij nodig hebt, is een goed schema, schat’, en liet haar vervolgens in zijn eigen notitieboek kijken: het resultaat van twintig jaar nadenken over de perfecte planningsmethode. Toen hij z’n systeem aan de bridezilla uitlegde, viel ze net niet om van verbazing: zoiets briljants had ze nog nooit gezien.

state of the agenda art

Zelf heb ik jarenlang geen agenda gehad. Hier en daar slingerden papiertjes met data rond, verplichtingen waar ik geen zin in had ‘vaporiseerden’ vanzelf en op een paar familiefeesten of doktersafspraken na dacht ik nooit verder dan twee weken vooruit. M’n job was niet van dien aard dat ik van meeting E naar meeting moest, en mijn sociaal leven viel ook te managen. Mijn bestaan was, kortom, betrekkelijk rustig. Alles veranderde toen ik een iPhone kocht. Plots kon ik via een paar swipes het verloop van een week, een maand, een jaar aanpassen. In geen tijd stond de kalender vol. Wat gek. Maar ook handig. Ik kreeg het gevoel dat ik stipter, attenter, volwassener werd. Meneer iPhone herinnerde me subtiel aan hetgeen er de volgende dag te gebeuren stond en afspraken konden makkelijk verwijderd of verplaatst worden: mensen met een papieren agenda begreep ik nu helemáál niet meer. Maar goed, de Bullet Journal dus. Als zoveel jonge Amerikaanse vrouwen hysterisch doen over een manueel systeem, heeft het misschien tóch voordelen die de technologie niet biedt. Bovendien hou ik geweldig van ‘boekjes’: Moleskine-schriftjes, Hemanotitieboekjes, overal in huis liggen ze mij, maagdelijk onbeschreven, aan te kijken.

Nuttig of niet, ik móét ze kopen.

En zo beland ik in Bullet Journal-land: in talloze YouTube-filmpjes zie ik dat een mooi en kwaliteitsvol notitieboekje hét hebbeding is voor wie zich aan het journallen waagt. Elk merk is goed, maar de Rolls-Royce onder de opschrijfboekjes is de Leuchtturm: een prachtige leren kaft en Duits kwaliteitspapier waar je pen niet snel doorheen drukt. Ik bestel er één en voel een lichte kick. Met mijn nichtje van elf ga ik daarna de stad in op zoek naar goed schrijfgerief, want ook de ene pen is de andere niet, en mijn nichtje weet als geen ander waar ze de perfecte stiften hebben. Had ik al gezegd dat er behoorlijk wat afgekleurd wordt in zo’n Bullet Journal? Kúnstwerken zijn het, vol zelf getekende bloemen, sierletters en grafische effecten. State of the agenda art.

De B van bullshit?

Tot zover het materiaal. Nu de werkwijze. Op internet bekijk ik instructiefilmpje na instructiefilmpje (check bulletjournal.com). Een heldere uitleg in het Nederlands vind ik in het kersverse Bullet Journal-boek van blogster Kelly Deriemaeker, die hip Vlaanderen wellicht binnenkort aan het journallen krijgt – op het moment van schrijven telt de Facebook-groep Bullet Journal België nog maar 400 leden. Er blijken een paar vaste regels te zijn: na een inhoudstafel en een legende te hebben gemaakt (want ja, er wordt met symbooltjes gewerkt), hou je twee pagina’s vrij voor een vooruitblikkend jaaroverzicht in vogelvlucht (het jubileum van nonkel Freddy eind december vul je daar alvast op in). Vervolgens maak je een schema van de maand waarin we ons bevinden, met alle afspraken en to do’s van dien. Tot slot ga je letterlijk over tot de orde van de dag: de daily’s waarop je invult wat je vandaag niet mag vergeten.

Ja, dat betekent dat je sommige dingen drie keer moet overschrijven, maar de overzichtelijkheid betaalt zich later terug.

Hoe de pagina’s er concreet uitzien, hangt af van je eigen goesting, tijd en gevoel voor esthetiek. En de symbooltjes waarmee je aanduidt dat items op je to dolijst afgevinkt, geschrapt dan wel verplaatst mogen worden, mag je ook zelf bedenken. En dan, dán begint de pret. Want naast kalenderoverzichten en to do’s mag je ‘collecties’ toevoegen naar believen. Concreet: alle lijsten of schema’s die je maar kunt bedenken, krijgen een plek. Denk aan weekmenu’s, opsommingen van boeken die je dit jaar hebt gelezen, inspirerende quotes, of restauranttips die je anders op een smoezelig papiertje zou schrijven. Kelly houdt bijvoorbeeld een pagina vrij voor bijzondere uitspraken van haar kinderen. Dat vind ik mooi, want na twee uur YouTube-filmpjes kijken van vrouwen die met strak gemanicuurde nagels hun agenda doorbladeren, valt me vooral op hoe ik-gericht de meeste lijstjes zijn: er zijn er die een ‘mood tracker’ hebben, waarop ze iedere dag invullen hoe hoog het zonnetje in hun humeur staat, anderen houden dagelijks een ‘weight and measurement’-schema bij. Omringd door vlaggetjes en palmboompjes.

Wie schrijft, die zweet

Met bevende vingers trek ik de eerste lijnen, en met het puntje van mijn tong uit mijn mond schrijf ik de maanden van het jaar op. Lap, daar maak ik al een fout. Ik heb twee keer ‘september’ geschreven. Daar zit ik nu, met een verpeste agenda.

Zou het normaal zijn, dat je daar als volwassen vrouw bijna van gaat huilen?

Mijn weekplanning staat al snel vol to do’s. Ik word al moe als ik ernaar kijk, dus besluit ik wat vrolijkheid toe te voegen: een pagina ‘Lees- en Doetips’, en God ja, nu we toch bezig zijn, een habit tracker: een raster met hokjes waarin ik een maand lang dagelijks mijn gewoontes zal invullen. Geen alcohol gedronken, op tijd naar bed gegaan, geen uren op m’n iPhone gescrold en vegetarisch gekookt? Dan mag ik alle vakjes groen kleuren.

Lieve kitty

Zelfs zonder huishoudschema (wat ik veel zie opduiken) voel ik me na een dag of twee in een braaf, saai mieke veranderen. De dagelijkse to dolijst die ik zo gretig heb opgesteld, achtervolgt me als een wild dier. Nooit krijg ik alles afgewerkt, ’s avonds ben ik doodop en leuke dingen doen schiet erbij in. Maar de badkamer is proper, dat wel. En de rekeningen betaald. Structuur en planning, allemaal goed en wel, maar een agenda die in mijn moeder verandert, dat kan niet de bedoeling zijn. Ik bel naar Kelly. Takenlijsten te vol proppen is geen goed idee, beaamt ze. En ze heeft een tip: ‘Zelf noteer ik pas ’s ochtends een paar dingen die ik die dag wil doen, in plaats van de avond ervoor al van alles op het programma te zetten’. Puik plan. En waarom zou ik mijn daily’s niet van wat anekdotes voorzien? Per slot van rekening is een Bullet Journal óók een soort dagboek, heb ik gelezen. Op 28 april probeert mijn puberzoon voor het eerst zelf spaghetti te maken, snijdt hij zijn vinger aan een blikje tomatenpuree en racen we naar de dokter van wacht. Dat zal ik dankzij mijn Bullet Journal nooit meer vergeten. Rond het verslagje in telegramstijl heb ik een wolkje getekend. Al bij al zien mijn pagina’s er knullig uit. Vergeleken bij de exemplaren van de doorgewinterde bulletters lijken ze gemaakt door een kleuter. Mijn bloemenguirlande rond het woord ‘april’ is ook al wat treurig uitgevallen. Maar geen nood; in tal van filmpjes wordt gedemonstreerd hoe je handlettering kunt oefenen. Wacht, ho, wat heeft dit eigenlijk nog met ‘planning’ te maken? En waarom, for crying out loud, zou ik uren van mijn dag aan het schetsen van pioenrozen willen besteden? Als ik van fröbelen hield, kocht ik wel een kleurboek voor volwassenen. En zet iemand ooit iets spannends in zo’n agenda? Seks, bijvoorbeeld.

Hokjesdenken

Mijn weerstand vecht met mijn verwondering. Want ook als cynicus moet ik toegeven dat er voordelen zijn aan dit papieren planningsysteem. Het feit dat je ’s avonds, bij wijze van dagsluiting, nog even via je journal de voorbije dag overloopt en je mentaal voorbereidt op de volgende, brengt rust. Ook al omdat je dat halfuur voor het slapengaan níét naar een scherm zit te staren. De neuroot in mij vindt het bovendien best prettig om goede gewoontes aan te kweken via een hokjesmethode. Sterker nog, na twee weken voel ik me zo fris als een hoentje. Op tijd naar bed en alleen alcohol in het weekend, works like a charm! Weekmenu’s in je agenda zetten is ook een aanrader: zelfs al maak je maar één recept van de geplande reeks maaltijden, dan nog heb je denkwerk verricht dat bewaard blijft voor later.

Een Bullet Journal is vooral wat je er zelf van maakt.

Voor sommigen is het therapeutisch tekenen, anderen houden het clean en zakelijk, weer anderen durven er zelfs in te brainstormen. Voorlopig vervangt hij m’n iPhone niet en vind ik ’m te zwaar om overal mee te zeulen, maar algemeen ben ik op praktisch vlak meer bij de les. Is een Bullet Journal werkelijk het nec plus ultra van de organisatie, en here to stay? Persoonlijk vermoed ik dat we er over tachtig jaar een beetje meewarig op terugkijken, net zoals we zullen zeggen: ‘Weet je nog, toen we groene sapjes dronken uit confituurpotten met een rietje door het deksel?’ Maar niks houdt je tegen om ermee te experimenteren en je te amuseren. Ik heb op het vakje van volgende zaterdag alvast een eenvoudig glaasje wijn getekend. En daar werd ik tóch best blij van.

 

Bullet Journal – de Handleiding, Kelly Deriemaeker, uitg. Horizon, € 17,50.

 

 

 Lees ook:

Door Nathalie Cardon