Sid (15) zit in het derde middelbaar op de Steinerschool. Zijn moeder, Ietje (54) is directeur van dezelfde school waar Sid nu al acht jaar leerling is. De tiener heeft er helemaal geen moeite mee en ziet zijn moeders aanwezigheid eerder als een voordeel.

Sid: “Toen ik pas naar school ging, was mama mijn handwerkjuf. Ze heeft zich opgewerkt tot directeur, en ondertussen pendelt ze tussen de drie vestigingen waar ze de leiding over heeft. Twee jaar geleden gingen mijn ouders uit elkaar, dus vandaag combineert ze die job met haar rol als alleenstaande moeder. Dat is zeker niet altijd evident, dus ik ben vooral heel trots op haar.

Ik heb het eigenlijk altijd een voordeel gevonden om mijn moeder zo dichtbij te hebben. Als kind gaf het mij een gevoel van veiligheid om te weten dat ik altijd bij haar terechtkon. Ik vond het evident om de leraarskamer in en uit te lopen als ik haar iets moest vragen, ook al was dat eigenlijk verboden terrein. Het was vooral handig als ik mijn lunch thuis vergeten was (lacht).

‘Ik ben van nature nooit echt een rebel geweest, ik hoef me dus niet te forceren om me beter voor te doen dan ik ben’

Ik herinner mij dat ik het in het begin raar vond mijn moeder als juf Ietje te moeten aanspreken. Ik ben een keer op de vingers getikt door een andere leerkracht omdat ik haar mama had genoemd op de speelplaats. Als kind snapte ik niet waarom dat niet mocht. Mijn moeder zelf heeft er ook nooit een probleem van gemaakt. Na een tijd begon ik haar vanzelf juf te noemen, omdat ik de andere kinderen dat ook hoorde doen. Nu nog word ik door sommigen van hen bekeken als ‘de zoon van de directeur’, terwijl ik daar zelf nauwelijks bij stilsta. Ik merk soms dat jongere kinderen extra vriendelijk tegen me zijn, omdat ze denken dat ik de macht heb om hen te laten schorsen of zo, wat natuurlijk onzin is. Ik heb nooit privileges gehad op school en mijn moeder houdt werk en privé altijd gescheiden. Thuis wordt er zelden over school gepraat, en dat vind ik prima zo. Het zou mij in een hele rare positie plaatsen tegenover mijn klasgenoten.

Eigenlijk heb ik het nooit als een nadeel beschouwd dat mijn moeder de directeur was, behalve misschien rond mijn twaalfde. Dat is de leeftijd waarop de meeste kinderen zich beginnen te schamen over hun ouders en liever niet te veel in het openbaar met hen willen worden gezien. Ik heb haar in die periode weleens weggeduwd toen ze me een afscheidskus kwam geven wanneer we op schoolreis vertrokken. In die tijd vond ik dat gênant, maar ondertussen heb ik er helemaal geen problemen meer mee om haar op de speelplaats tegen te komen. Ik kan niet ontkennen dat ik mij bewust ben van haar aanwezigheid als ik met mijn vrienden rondhang. Natuurlijk gedraag je je anders als je moeder in de buurt is. Je voelt je bekeken, op een manier heb je toch een voorbeeldfunctie. Maar ik ben van nature nooit echt een rebel geweest, dus ik hoef me niet te forceren om me beter voor te doen dan ik ben. De situatie zou misschien helemaal anders geweest zijn als ik op school slecht presteerde, maar tot nu toe behaalde ik gelukkig altijd goede resultaten.

‘Ik vond het evident om de leraarskamer in en uit te lopen. Dat was vooral handig als ik mijn lunch thuis vergeten was’

Met mijn moeder naar de supermarkt gaan, is een hele onderneming. We komen altijd wel iemand tegen met wie ze begint te babbelen. Ze kent alle leerlingen en hun ouders bij naam, en maakt tijd voor iedereen. Ik heb veel bewondering voor de manier waarop ze haar job doet. Ze is enorm gedreven en zet zich honderd procent in voor de school. Mensen hebben een vertekend beeld van het onderwijs. Ze denken dat mijn moeder veel vakantie heeft, maar ze zien niet hoeveel voorbereiding zo’n schooljaar vergt en hoeveel avonden per week ze na de uren nog naar bestuursvergaderingen, infoavonden of ouderraden moet. Ze is non-stop bereikbaar voor haar leerlingen en het schoolpersoneel, en iedereen rekent op haar om alle problemen op te lossen. Ondanks haar drukke agenda staat ze altijd klaar om mij te helpen met mijn schoolwerk. Dat ze weinig thuis is, vind ik op mijn leeftijd eerlijk gezegd niet meer zo erg.

Soms lijkt het mij een leuk idee om haar later op te volgen, al weet ik niet of ik zou kunnen wat zij doet. Ik sluit een job in het onderwijs zeker niet uit, maar voel me momenteel nog te jong om al een keuze te maken. Ik heb eindeloos respect voor wat mijn moeder doet. Het zou sowieso een uitdaging zijn om in haar voetsporen te treden.”

Meer over liefdevolle moeders:

Tekst door: Ans Vroom