Van 28 februari tot 8 maart is het de 34ste week van de vrijwilliger. Naar aanleiding hiervan besloot onze redactrice zelf ook de handen uit de mouwen te steken. Ze ging al pratend speeddaten met anderstaligen en keerde naar huis met talloze verhalen én een goed gevoel.

Nederlands spreken met anderstaligen

  • Organisatie: Atlas (integratie & inburgering) in Antwerpen.
  • Profiel van de vrijwilliger: je bent Nederlandstalig en sociaal.
  • Taakomschrijving: al pratend speeddaten met anderstaligen.
  • Locatie: bibliotheek Hoboken.

week-van-de-vrijwilliger

Het babbelfestival

“Je mag een drankje nemen en aan een van de tafels plaatsnemen. Als Nederlandstalige blijf jij gewoon zitten, de anderstaligen schuiven om de twintig minuten op.” Nadat ik de uitleg heb gekregen, zoek ik een plekje waar ik de volgende twee uur zal ‘babbelen’ op Het Babbelfestival. Het is de eerste keer in mijn leven dat ik ga speeddaten. Niet om een nieuwe man te vinden – eentje is genoeg – maar om te kletsen met mensen die onze taal niet goed machtig zijn. Het is een unieke kans voor anderstaligen om een-op-eengesprekken aan te gaan met mensen die het Nederlands wél beheersen. Op die manier pak je hun eventuele spreekangst aan: ze moeten wel praten. De gesprekken zijn veel intiemer dan wanneer je in een groepje praat. Een van de organisatoren vertelt me dat ik vandaag veel persoonlijke verhalen zal horen, zeker als iemand is moeten vluchten uit het land van herkomst. Maar veel deelnemers komen ook omdat het in de bibliotheek lekker warm is, omdat ze iets te drinken krijgen en omdat ze anders toch maar alleen in hun appartementje zitten.

Concentratie vereist

De ruimte staat vol vrolijk gedekte tafels en ze zijn bijna allemaal al bezet. Er is vandaag een groepje studenten Sociaal Werk dat meedoet, dus aan vrijwilligers geen gebrek. In de gang staan de deelnemers ook al klaar. Ik zie een bont allegaartje van nieuwe Belgen en ben razend benieuwd naar hun verhalen. Voor me ligt een map met visuele hulpmiddelen, zoals foto’s van fruit en groenten, feestende families aan tafel, een wereldbol, werktuigen. Ik kijk er even naar en maak me sterk dat ik het zonder ook wel zal redden. Ik ben tenslotte journalist: luisteren en vragen stellen is mijn beroep. Het belletje klinkt en daar is mijn eerste date: de 58-jarige Loukili, een Marokkaan die opgroeide in Spanje en al twaalf jaar in België woont. Hij spreekt Arabisch, Berbers, Spaans en zeer gebrekkig Nederlands. “Geen plaats meer in kop”, lacht hij verontschuldigend.

“Ik besef nu al dat dit veel meer is dan zomaar wat babbelen.”

Ting! Het belletje gaat. Ik besef nu al dat dit veel meer is dan zomaar wat babbelen. Ik moet me enorm concentreren om de mensen te verstaan en het gesprek op een natuurlijke manier gaande te houden. Ik ga op zoek naar common ground: delen we iets gemeenschappelijks? Bij de 52-jarige Ahlam, een vluchtelinge uit Irak, is het meteen bingo. Ze heeft twee jaar in een vluchtelingenkamp gezeten in Syrië en woont nu met haar volledige gezin in België: twee zonen en twee dochters. Ze vertelt over haar lievelingshobby, koken. Ik ga een beetje rechter zitten en vraag wat haar beste recept is. “ Biryani,” antwoordt ze zonder aarzelen, “rijst met lam.” “Vertel!” Ik krijg een gedetailleerde beschrijving die me doet watertanden.

Even valt het gesprek stil: ze komt niet op het woord voor kleine groentebolletjes die bij de rijst moeten. “Aardappelen?”, probeer ik. “Zilveruitjes?” “Nee, nee… wacht.” Ze haalt haar telefoon boven en googelt een woord. Ze toont me een foto van een schaal groene ‘bolletjes’. “Erwten!”, roep ik uit. “Ja, erwten”, herhaalt ze. Ik krijg ineens ook foto’s te zien van de lamsbout die ze bij elk familiefeest klaarmaakt. “Familie is belangrijkste.” Ik vraag haar of ze gelukkig is in België. “Ja, want is hier veilig.”

‘Wat zeg je?’

Ting! De 51-jarige Zaher komt aan mijn tafel zitten. Hij is zeven jaar geleden gevlucht voor de oorlog in Afghanistan. Geen gezin, geen vrienden. “Ik alleen.” Vrienden maken is verschrikkelijk moeilijk als je de taal niet spreekt. In Afghanistan had hij een rijstwinkel, in België werkt hij als arbeider. Zaher spreekt zeer slecht Nederlands, bij elke zin vraag ik “Wat zeg je?”. Na vijf minuten zijn we eigenlijk uitgepraat en grijp ik toch naar de visuele hulpmiddelen. Ik toon een plaatje van een verzameling groenten. Als een ijverige student somt hij alles op: “Tomat? Ardappel? Woertel?” Ik knik bevestigend en ben eerlijk gezegd opgelucht als het belletje gaat. Ook met mijn volgende gesprekspartner heb ik weinig voeling. De 42-jarige Bernarda komt uit Angola en houdt vooral van tv-kijken. Komen Eten is haar lievelingsprogramma. Denk ik.

week-van-de-vrijwilliger

Bakken energie

Ting! Mijn laatste date is opnieuw een Afghaan: de 25-jarige Mirwais. Een knappe kerel met een stralend witte glimlach en een verzorgd baardje. Een jaar geleden trouwde hij met een Afghaanse die al twaalf jaar in België woont. Hun eerste kindje is op komst. Mirwais is iemand die vooruit wil in het leven. Hij heeft een diploma Economie dat in België erkend is, maar omdat hij nu nog geen Nederlands spreekt, vindt hij geen job. Hij doet enorm zijn best om nieuwe woorden meteen te onthouden. Hij is de derde die me vertelt hoe veilig het hier is. En dat de Belgen dat niet altijd lijken te beseffen. Als het belletje gaat, vind ik het een beetje jammer dat we afscheid moeten nemen. Maar mentaal ben ik op. Twee uur intensief luisteren en praten vergt bakken energie. Toch voel ik me goed: een beetje te vergelijken met de tinteling in je buik als je op café nieuwe mensen hebt leren kennen met wie je onmiddellijk een klik voelde.

“Mentaal ben ik op. Twee uur intensief luisteren en praten vergt bakken energie. Toch voel ik me goed”

Wat me na al die gesprekken wel opvalt, is het sociale isolement waarin deze mensen vaak zitten. Ze krijgen bijna niet de kans om Nederlands te spreken, want het is aartsmoeilijk om vrienden te worden met Vlamingen. Wij zitten in ons eigen kringetje, dat we al kennen van het werk, de school of de jeugdbeweging. Zelden geraakt iemand voorbij de barrière die we ‘kennissenkring’ noemen. Ik hoop dat ik iets heb kunnen betekenen voor deze mensen.

Give a day

Wil jij ook een zinvolle invulling geven aan je vrije tijd? Dan kun je terecht bij Give a Day: een fantastische website met honderden vacatures voor vrijwilligers. Er is een handige zoekfunctie waarmee je kunt aangeven wat jouw interesse wegdraagt (vervoer, communicatie, zorg, reizen, onthaal, cultuur, festivals, duurzaamheid…) en op welke locatie je graag zou werken.

Meer getuigenissen:

Tekst: Evelien Rutten, foto’s: Liesbet Peremans.