Wat als je dingen ziet, hoort, ruikt of voelt die er niet zijn of dat je overtuigd bent van dingen die door andere mensen niet als werkelijk worden beschouwd? Sylvia dacht dat ze een paniekaanval kreeg maar het was nog erger: ze kreeg een psychose. Sylvia ging een lange lijdensweg en vele psychoses tegemoet.

Een complot

Sylvia (45): “Ik was 24 toen ik enthousiast startte als regieassistente op een televisieset. Tot ik enkele dagen later opeens een paniekaanval kreeg. Ik was ervan overtuigd dat al die camera’s er waren om mij te filmen, verschillende mensen vormden een complot en wilden vastleggen wat een vreselijk iemand ik was. Ik reed in paniek naar huis. Iedereen was tegen mij, mijn auto hing vol camera’s en zelfs Studio Brussel speelde een nummer om mij op mijn plaats te zetten. Het was de langste rit van mijn leven. Op het moment zelf besefte ik het nog niet, maar het was mijn eerste psychotische aanval. Ik sloot me op in mijn kamer en wilde niemand meer zien. Het zou een lijdensweg van 15 jaar worden.

‘Mijn auto hing vol camera’s en zelfs Studio Brussel speelde een nummer om mij op mijn plaats te zetten’

De angsten kwamen en gingen, en zogen de energie uit mijn lijf. Op een dag ben ik naar het ziekenhuis gegaan: ‘Ik wil dood’, zei ik. Ze spoten mij plat en na enkele weken ging het beter en mocht ik naar huis. Ik trouwde en kreeg mijn dochter Fleur. Het leek beter te gaan, maar diezelfde angsten over de film staken telkens weer de kop op. Op goede momenten besefte ik dat het psychoses waren, maar tijdens zo’n aanval was ik verschrikkelijk bang en eenzaam. Toch verzweeg ik het al die jaren. Ik schaamde me en durfde niemand te vertellen over mijn ‘rare’ gedachten. Ook niet over mijn moeilijke jeugd.

Lees hier ook het verhaal van Laura, zij heeft leren leven met een bipolaire stoornis.

Groepstherapie: een verademing

Op mijn 34ste ging het niet meer. Mijn psycholoog stuurde me naar groepstherapie. Een verademing, ik voelde me eindelijk ergens thuis. Ik was niet alleen. De eerste sessie luisterde ik vol verwondering, ik begreep niet hoe iemand openlijk durfde te vertellen over zijn problemen. Langzaam bloeide ik open. Ik vertelde over mijn moeilijke jeugd en hoe mijn ouders altijd ruziemaakten, over het psychologische misbruik, over hoe ik op mijn elfde uit de klas werd geplukt, verhuisde en opeens een nieuwe papa had. Over de pesterijen en over hoe ik van mijn luxueuze huis in Limburg verhuisde naar een krot in Brugge waar het binnenregende en we geen geld hadden voor eten. Ik durfde voor de eerste keer open te zijn over hoe eenzaam en verwaarloosd ik mij al die tijd had gevoeld. Beetje bij beetje groeide mijn zelfvertrouwen.

Ik bouwde een sociaal netwerk uit en besefte iets wat mijn psycholoog al veel eerder inzag, maar me zelf wilde laten ontdekken: ik moest weg uit mijn destructieve relatie. We hadden schulden, mijn man schuwde geen fysiek geweld en hield me klein. Vijf jaar geleden heb ik er een einde aan gemaakt. Gemakkelijk was het niet, maar het was mijn enige uitweg. Ik kreeg wat geld van mijn vader, zocht een appartement en begon van nul opnieuw. Het bleek achteraf de beste beslissing van mijn leven. Enkele dagen nadat ik weg was, kreeg ik nog één psychose. Toen ik mijn beste vriendin Greet – in mijn hoofd de producer van mijn film – openhartig vertelde over de film en zei dat ik die helemaal niet wilde, gaf ze mij een dikke knuffel en zei ze: ‘Jij bent niet slecht. Dit is niet echt’. Ik ben haar eeuwig dankbaar voor het begrip op dat moment. Ik heb nadien nooit nog een psychose gehad.

Praten helpt

Praten over mijn psychoses is nog steeds moeilijk, maar ik moet het doen. Om dat hoofdstuk af te sluiten, maar ook om anderen te helpen. Als ik eerder de juiste hulp had gevonden, had ik misschien die lange lijdensweg niet moeten doorstaan. Bovendien krijgen we zo misschien wat meer begrip. Mijn buurvrouw riep onlangs: ‘Je zou beter werken in plaats van rond te lopen op straat’. Dat is zo met psychisch lijden, je ziet het niet altijd aan iemand, en daarom worden we vaak als lui beschouwd. Jammer, want ik wil niet liever dan mijn leven weer opbouwen. Ik doe vrijwilligerswerk als oppas voor kinderen met een beperking, terwijl ik zoek naar een job. Ik heb lang genoeg van het ziekenfonds geleefd, nu wil ik graag iets terugdoen voor de maatschappij.”

 

Lees ook:

Door: Goele Tielens – Foto’s: Lichtwaas