Je hebt zo van die mensen die álles meegekregen hebben. Beauty, brains, en nog heel wat andere talenten. Wat je soms doet zuchten: is er eigenlijk iets wat ze niet kunnen? Wij spraken met enkele van hen en ontdekten dat alles kunnen ook best lastig is. Vandaag: gerenommeerd biologe Karine, zij baat een B&B uit in Brussel en had vroeger een bijzondere tenniscarrière. 

“Als biologe ben ik overtuigd dat je bepaald wordt door je genen én door je omgeving. Toen ik zeven jaar was, ben ik beginnen te tennissen. In de kelder van een vriendinnetje, waar haar opa ons lesgaf. Op mijn tiende werd ik geselecteerd door de tennisfederatie. Vanaf dan moest ik tien uur per week trainen. Bijhouden hoeveel buikspieroefeningen ik deed, wat ik at: al heel jong was mijn leven heel gestructureerd. Ik miste verjaardagsfeestjes en vakanties, maar ik leerde er plannen, zelfstandigheid en doorzetten. Ik ging ook vaak naar het buitenland en leerde daardoor al heel jong Engels.

Ik miste verjaardagsfeestjes en vakanties, maar ik leerde er plannen, zelfstandigheid en doorzetten

Op mijn vijftiende won ik van Justine Henin op een Belgisch tornooi. En toch ben ik op mijn zestiende gestopt. Ik was dan wel beter dan Justine die ene match, maar zij was jonger en ik wist dat zij beter zou worden dan ik. Als ik niet aan de top kon geraken, had het voor mij geen zin om verder tennis te spelen op hoog niveau. Je moet realistisch zijn. Die ingesteldheid klinkt wat cru, maar heeft er ook voor gezorgd dat ik in 2017 als enige Belgische vrouw een ERC consolidator onderzoeksbeurs van 2 miljoen euro van de Europese Onderzoeksraad kreeg om mijn fundamenteel onderzoek tot een hoger niveau te brengen. Op voorhand dacht ik dat het niet mogelijk was, maar ik heb er álles aan gedaan om het wel te doen lukken. Dat ik goed ben in verschillende dingen, heeft minder met talent te maken dan met mijn doorzettingsvermogen, denk ik.

Zoals dat zo vaak gaat, is mijn grootste kracht ook mijn grootste valkuil. Thuis spreken ze nog steeds over de ‘ERC-periode’, de periode waarin ik de beurs wilde halen. Het werd een zekere obsessie. De kinderen vragen weleens waarom ik zo graag en zo veel werk. Maar het is gewoon zo: ik doe mijn onderzoek graag en wil op de een of andere manier toch altijd naar die top streven. Ik hoor soms van vrienden dat ze voor hun gezin kiezen en niet voor hun carrière, terwijl ik voor beide wil kiezen. Als ik drie weken in Japan zit voor lezingen, zit mijn dochter van zeven in het auditorium te kleuren. Ze vindt dat boeiend en is dat gewend. Dat moet kunnen. Maar ik begrijp wel dat het voor mijn omgeving lastig is dat ik mijn eigen pauzeknop niet vind. Ik bezorg stress. Op vakantie blijf ik meestal werken, en ik kan soms banaliteiten niet relativeren. Toen we op reis een boot gingen missen, vond ik dat verschrikkelijk, terwijl mijn familie zei: ‘Het is vakantie, we nemen toch gewoon de volgende?’ Ik wéét dat ik daaraan moet werken. Ik heb ook moeten inzien dat ik onmogelijk álles kan. Op het werk zijn er programmeurs die computerprogramma’s schrijven voor mijn onderzoek. Ik vond het zo frustrerend dat ik niet begreep wat ze deden, dat ik een cursus heb gevolgd. Om dan toch te beseffen dat ik mijn tijd aan het verspillen was. Ik weet nu dat ik niet in alles een expert kan zijn, maar dat ik me moet omringen met anderen die dat zijn. Stap één, toch? (lacht).

Karine (43) : ‘Dat ik zo goed ben in zo veel dingen, heeft minder met talent te maken dan met mijn doorzettingsvermogen’

Ik heb het geluk gehad dat ik altijd passies heb gecombineerd. Er was nooit alléén tennis, er was ook wetenschap. En nu is er niet alleen wetenschap, maar ook kunst. Ik opende samen met mijn man een artistieke B&B in Brussel, Druum, waar kunstenaars kind aan huis zijn en we ook andere mensen laten kennismaken met kunst. Op zondag serveer ik af en toe zelf het ontbijt, omdat ik alleen zo kan weten wat er goed loopt en wat niet. Ook daar geniet ik van. Tennis doe ik nog zelden, maar ik boks soms, loop en doe yoga om mijn gedachtestroom te temperen. Ik ben goed in focussen en plannen, daardoor kan ik al mijn passies blijven combineren. Waar ik nog van droom? Secretaris-generaal worden van de FNRS, het Fonds National de Recherche Scientifique. En ja, ik heb dat al gemeld aan de huidige secretaris-generaal (lacht). Meer budget vrijmaken voor fundamenteel, innovatief onderzoek en kunst is écht een droom.”

Meer getuigenissen:

(Tekst: Lisa Gabriëls –  Foto: Duncan De Fey)