Saar vond op 23-jarige leeftijd de liefde van haar leven in Karl. Ook toen hij chronisch ziek werd, koos Saar onvoorwaardelijk voor hem en besloot ze zijn ziekte een plaats te geven. Dit liefdesverhaal gaat door merg en been.

“Ik kende Karl pas vijf maanden toen hij op een dag wakker werd met hoge koorts. Niets aan de hand, dachten we. Gewoon een stevige griep. We kenden elkaar nog maar pas. Voor het eerst had ik het gevoel dat hij weleens de man van mijn leven kon zijn. Na anderhalve week ging Karl opnieuw aan de slag. Ik zie hem nog vertrekken. Fel verzwakt, maar koortsvrij. Maar twee uur later al belde hij me op. ‘Ik kom naar huis’, zei hij. ‘Ik kan niet meer’. Hij kwam thuis en kroop in bed. Stiekem belde ik zijn huisarts op. ‘Een lichaam herstelt zich soms traag van griep’, stelde hij me gerust. ‘Niet toegeven aan de vermoeidheid, is de beste manier om snel te genezen’. Dus maande ik Karl aan om op te staan en te gaan werken. Maar telkens weer kwam hij doodziek thuis. Zes weken na de griepdiagnose voelde hij zich slechter dan ooit. Zijn bloed werd onderzocht. Alle organen werden bekeken. Het uiteindelijke verdict viel: Karl had het chronisch vermoeidheidssyndroom.

‘Je kent elkaar nog maar pas’, zei ze. ‘Zo diep kan de liefde toch nog niet zitten?’

Lees verder op de volgende pagina

1 2 3
bekijk op één pagina

Meer straffe getuigenisssen vind je in het stuk over Cathy die verliefd werd op de man van haar beste vriendin en in het verhaal van Els die obsessief door haar man werd gecontroleerd.

Lees ook:

Tekst door Barbara Claeys