Als er iets is waar we vaak aan moeten inboeten bij het reizen is het wel onze slaap. Hoogstwaarschijnlijk overkwam het je ook al eens: de eerste nacht op vakantie deed je amper een oog toe. Wij hebben de verklaring gevonden.

Op z’n vogels

Na een lange reis ben je eindelijk op je bestemming aangekomen. Niets liever wil je je nieuwe bed inkruipen om de volgende dag volop aan je vakantie te beginnen. Toch zat een volwaardige nachtrust er niet in, ondanks je zo moe was. Onbegrijpelijk, is het niet? Niet echt.

Het fenomeen heet het eerste nacht-syndroom. Volgens slaapdeskundigen slaap je slecht omdat je in een nieuwe omgeving bent. “We hebben de neiging om op vreemde plekken op onze hoede te zijn. Eigenlijk lijken we een beetje op vogels: ze houden altijd één oog open terwijl ze slapen en hun hersenen blijven actief zodat ze roofdieren kunnen opmerken”, legt wetenschapper Gerard Kerkhof uit.

Omdat we in een vreemde omgeving zijn, blijven onze hersenen actief, zonder dat we het merken. Bijgevolg houden wetenschappers die de slaap in een laboratorium bestuderen dan ook nooit rekening met de eerste nacht, maar wel met de tweede”, vervolgt de deskundige. “Gelukkig slapen we de tweede nacht meestal veel beter”, zegt hij.

De oplossing

Er is volgens een Amerikaanse slaapexpert wel een eenvoudige oplossing om de eerste nacht van je verblijf goed te slapen: je eigen kussen meenemen. Erg praktisch is het niet, maar omdat je kussen jouw geur heeft, stel je je hersenen een beetje gerust. Heb je geen zin om je kussen mee te sleuren? Dan is er ook een andere optie: geduld hebben en wachten op de tweede nacht.

Lees ook: