Geen zomer zonder festivals. En al zeker niet voor deze fans. Eva De Roo, Sarah Mahassine en Leonie Gysel over de magie van de wei. Deze keer: Leonie Gysel.

Leonie Gysel (45) houdt van festivals, als gast op de wei en als frontvrouw op het podium. Met Arsenal trapte ze de festivalzomer af met Werchter Boutique en is ze o.a. nog te zien op Buikrock in Deerlijk en Bruis Festival in Maastricht.

Mijn eerste festival: “De Lokerse Feesten, een thuismatch. Ik moet een jaar of 12 geweest zijn en genoot van de familiale sfeer en de muziek. Toen mijn neven naar Werchter gingen, vroeg ik me wel af wat ze daar zo leuk aan vonden: ze kwamen onder de modder en helemaal kapot terug. Nu zie ik de fun daar wel van in.” (lacht)

Dit vergeet ik nooit meer: “De eerste keer Werchter als frontvrouw. We hebben met Arsenal ook al op de mainstage opgetreden, maar ik geniet nog meer van shows in de tent, omdat je als artiest echt iets samen met je publiek maakt. Een ander onvergetelijk moment: toen mijn zoon met zijn vrienden in het publiek van Werchter stond en ik en zijn papa (bassist Mirko Banovic, speelt ook bij Arsenal, red.) aan het optreden waren. Beseffen dat zij ook écht genoten van onze muziek: heerlijk.”

Mijn ultieme festivaltip: “Nu we allemaal ons mondmasker achterwege mogen laten: rode lippenstift.”

Dit festival moet je ontdekken: “Copacobana Festival in Gent: het bestaat al een tijdje, maar heeft nog de magie van een beginnend festival. Een festival dat me heel veel fomo heeft bezorgd omdat ik het gemist heb, is CORE Festival. Iedereen was vol lof, volgend jaar ben ik daar sowieso ook.”

Beste optreden ooit: “Damon Albarn, de zanger van Gorillaz, had een prachtige plaat uit en speelde op Werchter. Ik had het geluk dat hij vóór Arsenal moest spelen en ik dus de show kon zien. Bij de eerste noot kreeg ik kippenvel en begon ik te huilen. Pure muzikale ontroering.”

Slechtste optreden ooit: “Als artieste zelf kan ik dat niet zeggen. Ja, ik heb al slechte optredens gezien, maar je weet nooit waarom de show niet werkt. Is het de muziek? Hebben de bandleden ruzie? Is er iets persoonlijks aan de hand? Wij artiesten zijn ook maar mensen, een offday is iedereen toegestaan.”

Gaf me de festivalmicrobe: “Mijn vader. We hebben in Kinshasa gewoond, hij startte daar een radio op en speelde als hobby ook in een band. Toots Thielemans die kwam jammen bij ons, mijn vader die ging touren: ik ben opgegroeid in het festivalmilieu. Als 18-jarige stond ik zelf op het podium met mijn zussen en het is niet meer gestopt sindsdien.”

Mijn ideale festivalbuddy: “Mijn vriendinnen, die dan in dezelfde state of mind zijn. Dansen zonder beperkingen, geen oordeel als je een beetje tipsy bent: gewoon even helemaal in het moment zijn. Heerlijk.”

Slaapplek: “Ik ben nooit een tent-persoon geweest, waarom zou ik het dan worden op een festival? Een kraan waar water uitkomt, is voor mij het minimum.”

Mijn festivalaccessoire: “Een heuptasje dat je over je borst draagt: handig én veilig, want een festival kan snel met een sisser aflopen als je op het einde aan je auto staat zonder sleutel.”

Lees ook: