Was jij ontroostbaar na de laatste aflevering van Game of Thrones of hou je je hart al vast voor wanneer Orange is the New Black binnenkort afloopt? Dan heb je misschien wel last van de post-serieblues. Drie superfans getuigen over het afscheid van hun favoriete fictiereeks. Vandaag het verhaal van Magali (29): zij leerde haar buren beter kennen door Desperate Housewives.

“Er wordt nogal laatdunkend gedaan over mensen die last hebben van een post-seriedipje, vind ik. We zouden te veel aan ons scherm gekluisterd zitten. Dat vind ik onzin. Iedereen heeft zijn eigen manier om te ontspannen. Voor mij was het kijken naar Desperate Housewives een vaste routine geworden: elke avond kroop ik na het eten met mijn laptop in bed en keek ik een tweetal afleveringen. Wanneer je het laatste seizoen achter de kiezen hebt, valt die routine plots weg. Ik heb geprobeerd om de leegte op te vullen met een andere serie, maar dat voelde niet even vertrouwd aan. Ik had het moeilijk om closure te vinden en heb zelfs een traantje gelaten toen de reeks afliep (lacht). Erg, hé?

Routine en ontkenningsfase

Ik ben de serie beginnen te volgen toen ik nog bij mijn ouders woonde. We volgden de reeks samen op Canvas, maar na een aantal seizoenen haakten mijn ouders af. Ik kon daarentegen amper wachten op het nieuwe seizoen. Het was toen nog niet zo eenvoudig om series online te vinden. Toen Netflix uitkwam, hoopte ik dat Desperate Housewives in het aanbod opgenomen zou worden. Dat bleek niet het geval, dus haalde ik een verzamelbox in huis en keek ik alle negen seizoenen met mijn toenmalig lief in één ruk uit. Toen we aan het laatste seizoen waren aanbeland, zat ik in een soort ontkenningsfase. Ik weigerde te erkennen dat het de laatste jaargang zou zijn.

Een van de manieren om mijn post-serieblues te bestrijden was een ticket boeken voor de Facts-conventie in Gent, een beurs voor liefhebbers van fantasy en sciencefiction. Ik had gehoord dat actrice Julie Benz kwam om een nieuwe reeks te promoten waarin ze meespeelde. Zij had echter ook een kleine rol in het zesde seizoen van Desperate Housewives. Tijdens een Q&A met haar heb ik mezelf op de eerste rij gezet en stak ik continu mijn hand in de lucht om vragen te stellen over mijn favoriete reeks, ook al kwam ze voor een heel andere serie.

Daarnaast heb ik ook twee keer de set bezocht in Los Angeles. De eerste keer was toen ik net met mijn ouders de eerste twee seizoenen had gezien. Twee jaar geleden plande ik met mijn lief een tweede tripje naar de westkust en bezochten we de studio opnieuw. Terwijl je langs de verschillende sets rijdt, hoor je op de achtergrond de intromuziek van de reeks. Het klinkt wellicht overdreven, maar ik kreeg echt kippenvel. En dat terwijl er ondertussen al verschillende sets waren afgebroken. Ik vond het gewoon heel fijn om me nog eens dicht bij de serie te voelen waaraan ik zo lang verslaafd was.

Desperate Housewives in real life

Desperate Housewives heeft ervoor gezorgd dat ik op een andere manier met mijn buren ben beginnen om te gaan. Uiteindelijk deel je een straat en zie je die mensen bijna elke dag. Ik probeer daarom vaker een babbeltje met hen te slaan. Het is leuk om een band op te bouwen en te weten dat je bij hen terechtkunt als je bijvoorbeeld je sleutel bent vergeten of een ei nodig hebt. Door meer contact te hebben met mijn buren merkte ik dat sommige intriges uit de reeks ook in de realiteit voorkwamen. Iedereen heeft zijn eigen drama’s.

Onlangs ontdekte ik dat de reeks volledig op streamingsite Hulu staat. Ik kreeg er echt kriebels van in mijn buik. Het is me gelukt om mijn vriendin te overtuigen om de eerste aflevering samen te zien. Ze wilde eerst niet verder kijken, maar draaide ondertussen gelukkig bij. En anders zou het mij ook niet tegengehouden hebben om de reeks nog eens op mijn eentje te bekijken.”

Desperate Housewives in een notendop

De bewoners uit een rustige Amerikaanse buitenwijk worden de ene na de andere dag geconfronteerd met intriges en geheimen. Niet zelden heeft hetzelfde groepje huisvrouwen daar alles mee te maken.

Lees ook:

Tekst: Jorik Leemans – Foto’s: Jean Van Cleemput