De stijlvolle Sophie Helsmoortel, het creatieve brein achter het Belgische modemerk Cachemire Coton Soie, woont in een kleurig en eclectisch appartement waarin je haar hand meteen herkent: een ruimte vol persoonlijke en unieke keuzes.

“Ik kijk uit op een charmant en perfect onderhouden parkje”, zegt ze. “Dat was een pluspunt. Mijn appartement is klein, maar het zicht is prachtig. De geometrie van het groen en de paadjes, de standbeelden, de wandelaars en de honden. Ik geniet er telkens weer van.”

Sophie Helsmoortel woont vijfhoog aan de vijvers van Elsene. Ze verhuisde zo’n acht jaar geleden, of misschien zijn het er al tien. “Ik ben slecht in data.” Het was een coup de cœur, dat zeker, en ze vindt dat ze veel geluk heeft gehad. “Ik had hier al een appartement op de eerste verdieping bekeken. Hoewel de rechtlijnigheid en de mogelijkheden van de ruimtes me aanspraken, vond ik de eerste verdieping echt te laag. Ik keek niet uit op het park, maar op de voorbijrijdende auto’s. Uiteindelijk kwam enkele maanden later dit te koop. Het moest zo zijn.”

Zes maanden lang werd er gewerkt. “De renovatie wees zichzelf uit en heeft niet te lang aangesleept. Het was een kwestie van alles een beetje op te frissen en voor een meer natuurlijke flow in het appartement te zorgen. We hebben wat muren opengemaakt en de gang naar achteren doorgetrokken. Links en rechts van die gang liggen de dressing, badkamer, slaapkamer en het thuiskantoor. Een heel logische indeling.”

Het appartement is elegant, kleurrijk, persoonlijk. Licht en zonnig. Zo strak en neutraal als het seventiesgebouw is, zo charmant en eclectisch is het interieur. Eén muur is volgehangen met borden – “Gekregen van de familie”; de wand ertegenover is stralend goud – “Koper, eigenlijk. Een studente van de schilderschool heeft dat blaadje per blaadje aangebracht. Als de zon schijnt, baadt heel de kamer in een warme gloed.” De zitkamer is één grote open ruimte die aansluit bij een zwart betegelde keuken. En overal waar je kijkt, is moois te zien: veel glaswerk en kunst, interessante keramiek. Het is een verzameling van unieke objecten en meubels die de ‘aanwijzer’ en de ‘vragensteller’ in iemand naar boven halen. Met een wijsvinger gericht op een mooie kast, lamp of kandelaar volgt de vraag: ‘Van welke designer is dat?’ of ‘Waar hebt u dat gevonden?’ Sophie heeft een antwoord klaar, want ze heeft alles in de loop der tijd zelf bij elkaar gezocht.

“Met decoreren heb ik weinig moeite. Inrichten zit in mijn natuur. Ik wil het woord passie niet gebruiken, maar het is in elk geval een groot plezier om meubels en objecten te combineren tot een sfeer waarin ik me goed voel. Het hangt natuurlijk samen met mijn beroep. De compilatie van kleuren en vormen, het samenbrengen van texturen en kwaliteiten, is iets wat ik elke dag doe. Het creëren van een coherent universum is mij niet vreemd, het ligt me goed. Te goed misschien. Ik heb mezelf verboden om nog iets te kopen. Ik ben dol op brocantes, voddenmarkten en zelfs garage sales. Maar wat ik allemaal naar huis sleep! Ik kan niks laten liggen. Dus heb ik mezelf streng toegesproken: gedaan, genoeg is genoeg.”

Herhaling is mooi

Hoewel, is het ooit genoeg? Sophie heeft de neiging om te verzamelen. “Ik houd wel van herhaling. Niet één vaas, maar vijf vazen, met dezelfde bloemen. Het oog houdt ervan een patroon te ontdekken. Repetitie brengt rust in de drukte. Eén bord aan de muur, dat zou totaal geen effect hebben. Maar een hele reeks, dat maakt het indrukwekkend. Ik bouw graag ‘composities’ op. Ik heb een grote verzameling glaswerk. Op de salontafel zie je veel Val Saint Lambert, omdat ik dat gewoon erg mooi vind. In de vitrinekast staat wat van mijn Murano-collectie. Ik weet graag waar een stuk vandaan komt, en wie het ontworpen heeft, maar de naam of de herkomst primeren niet. Ik volg mijn hart. Als iets me bevalt, kan ik erg snel beslissen. De aardewerken kandelaars op de tafel zijn van Caroline Pholien. Ik zag ze in de winkel Scènes de Ménage en heb er meteen tien gekocht.” (lacht)

Een andere ‘leverancier’ van mooie stukken is antiquair Jean-Claude Jacquemart. “Bij hem ga ik graag langs, hij heeft knappe vintage spullen die dicht bij mijn eigen smaak aanleunen. De zwart-gouden consolekast komt van bij hem. De tafel ook. Over zo’n aankoop moet ik niet eindeloos lang nadenken: ‘Past het wel, en is het de juiste kleur?’. Het is vintage, uniek, je kunt het niet bijbestellen. Als het je hart sneller doet kloppen, koop het dan gewoon.”

Zoals de selectie in Cachemire Coton Soie een uitdrukking is van haar persoonlijkheid, zo is het ook met elk stuk in dit huis. “Hier creëer ik mijn bubbel, vanuit mijn ziel. Dit is wie ik ben, en wat ik wil, ongeacht wat anderen ervan denken.” Net zoals in haar winkel krijgt eigenzinnigheid voorrang op trends. Sophie: “Het is niet mijn ding om met elke wind mee te waaien. Ik wil buiten de tijd staan. Sommige bezoekers vinden dat het hier wat ‘oud’ aanvoelt. Anderen zeggen dat mijn vorm van maximalisme net heel hedendaags is. Wat het ook zij, ik lig niet wakker van de commentaren van anderen.”

Kunstig

Bij het binnenkomen in het appartement valt een gigantische schildering van de Franse kunstenaar Julien Colombier op. Een jungle die van de muren spat. “Ik ontdekte zijn werk op de Zavel in Brussel en viel meteen voor zijn kleurige en originele stijl. Ik heb hem carte blanche gegeven: doe iets met de deuren van mijn gangkast. Het is oliepastelkrijt op een zwarte ondergrond, en hij heeft er drie dagen aan gewerkt. Hij heeft op zijn eigen manier het groen van buiten naar binnen gebracht.”

Het elegante werk in de hoek van de zitkamer blijkt van haar oom, Robert Helsmoortel, een succesvol modernistisch kunstenaar die lang in Amerika werkte. “Het dateert van mijn geboortejaar, en het is een portret van mijn moeder en mij. Het werk is me dierbaar.” In de andere hoek staat een klassiek portret van een ietwat nors uitziende heer. “Het is van de kunstenaar Veydt. Het zou een oudoom van mijn moeder zijn. Hoewel ik het technisch gezien een knap werk vind, is er iets in het gezicht van de man dat me niet bevalt. Ik zeg niet dat hij gestraft is, maar ik heb hem in de hoek gezet tot ik weet wat met hem aanvangen.”

Eerder stelde Sophie een muur in haar winkel ter beschikking van de Brusselse graffitiartiest Jean-Luc Moerman. “Hij was toen nog lang niet zo bekend als nu, het resultaat was monumentaal en prachtig. Na zes maanden hebben we het overschilderd, dat was ook de afspraak.”

Sophie leeft omringd door kunst. “Kunst is een gevoel, een uitdrukking, een moment. Collaboreren met kunstenaars maakt het leven rijker en geeft energie. Ik houd niet van de nadruk die er tegenwoordig op het prijskaartje wordt gelegd. Kunst is voor mij vooral een emotionele investering.”

De eerste conceptstore

Meer dan dertig jaar geleden opende ze een klein en bijzonder winkeltje in een charmante, burgerlijke buurt in Brussel: Cachemire Coton Soie.

Sophie: “Voor mij een evidente naam, een aanduiding van wat ik wilde doen: terug naar de basis gaan, kwaliteit bieden, stoffen voor zichzelf laten spreken.” Het woord werd nooit gebruikt, maar eigenlijk was het een conceptstore avant la lettre. Een multimerkenwinkel, geleid door haar zeer persoonlijke keuzes. “Ik vond toen dat er te veel rommel op de markt was, te weinig doordachte eenvoud. Duurzaamheid, kwaliteit, stijl; die woorden waren mijn leidraad. Zelf hield ik veel van kasjmier, maar de stukken die verkrijgbaar waren, waren te mannelijk en te klassiek. Mijn aanbod was eigenlijk erg simpel: truien van Italiaans kasjmier, flanellen broeken, witte hemden. Aangevuld met mooie mocassins, Smythson-agenda’s en Creed-parfum.” Dat was het jaar van het naveltruitje, van hiphop en skatepunk, van de Kipling-rugzak. Madonna begon aan de Blond Ambition Tour, maar Sophie voer haar eigen koers. “Ik wist dat mijn aanbod niche was, en in vergelijking met de markt ook erg prijzig. Maar heel langzaam bouwde ik mijn publiek op, en breidde ik het aanbod uit.” De schoenen van Heschung, het tricot van Smedley, de handtassen van Just Campagne; het waren samenwerkingen van het eerste uur. Het woord ‘ontdekken’ wil ze niet horen, daarmee zou ze haar eigen aandeel overschatten. Sophie: “Maar ik moet toegeven dat ik me vaak aangetrokken voel door merken die onbekend zijn, en het is een fijn gevoel om te zien hoe ze hun weg vinden en aanslaan. Ik vertrouw op mijn intuïtie, op de radar die ik in die dertig jaar heb ontwikkeld. Het overkomt me dat ik plots een kleine obsessie ontwikkel voor een bepaald kledingstuk: ‘De kilt, daar moeten we iets mee doen’. En twee seizoenen later zie je hem dan ook overal.” Haar intuïtie zuiver houden, is misschien wel het moeilijkste. “Aankopen doe ik alleen. Iedereen wil me goede raad geven: ‘Die heeft dat stuk gekocht’ en ‘Dat model is erg populair’… Ik wil openstaan voor alles, en al het nieuws in me opnemen zodat ik niet vastroest; maar ik wil ook trouw blijven aan mezelf, me niet halsoverkop in een trend storten. Het is niet altijd een makkelijk evenwicht. Mijn keuzes zijn de rode draad in de winkel, ze vormen seizoen na seizoen een coherent geheel. Mode is geen wetenschap, maar ik probeer de onderliggende stromen toch een beetje te doorgronden. Passen de kleuren en motieven van dit seizoen nog bij het vorige? Klopt de mix nog? Ik wil de continuïteit bewaren. Met een nieuw accessoire moeten die lievelingsstukken van vorige seizoenen nog perfect up-to-date zijn.”

Sophie’s choice

Wil je meer weten over de kunstenaars die Sophie inspireren? Hier vind je ze terug:

  • Caroline Pholien, Quai de l’Ourthe 42, 4020 Luik, carolinepholien.be
  • Scènes de Ménage, George Brugmannplein 4, 1050 Elsene
  • Jean-Claude Jacquemart Antiquités et Décoration, Darwinstraat 50, 1050 Elsene, @jcjacquemart
  • Julien Colombier, juliencolombier.wordpress.com
  • Jean-Luc Moerman op Facebook
  • Robert Helsmoortel, roberthelsmoortel.com

Wie is Sophie?

Geboren in 1958, groeide ze op in Antwerpen waar ze naar de balletschool ging. Een roeping als ballerina of balletlerares maakte plaats voor een huwelijk en drie kinderen en nadien voor een carrière in de kledingsector.

In 1990 opende ze Cachemire Coton Soie bij het Brusselse Kasteleinsplein. Negen jaar later verhuisde ze naar een groter pand in de Franz Merjaystraat. Ondertussen werd ook een winkel in Antwerpen geopend, en een zaak gespecialiseerd in broeken Suite (ondertussen gesloten), startte ze een eigen hemdencollectie Blanc Kelly en werd ze voorzitter van BEL (Brussels Exclusive Labels).

Lees ook: