Toen architect Axel Devroe dit industriële pand renoveerde, vulde hij wat er van het originele gebouw overbleef aan met nieuwe elementen en materialen. Waardoor oud en nieuw op een unieke manier met elkaar dialogeren. Kijk even mee…

Reconversies van voormalige fabrieksgebouwen leveren wel vaker spectaculaire resultaten op, maar soms bots je op een project dat er echt bovenuit steekt. Deze site van een metaalbewerkingsbedrijf van rond 1800 in het historische centrum van Gent is daar een mooi voorbeeld van. Doordat het terrein een eindje van de straat verwijderd ligt, vonden bouwpromotoren het minder aantrekkelijk en konden drie vrienden het samen kopen. Ze besloten van het bestaande volume in Lvorm, waar vroeger de werkhuizen en opslagplaatsen van het bedrijf gevestigd waren, drie afzonderlijke woningen te maken en de vroegere parkeerplaats om te vormen tot een collectieve tuin. Een soort van woonerf dus, maar niet in de traditionele betekenis van het woord. De woningen zijn immers strikt van elkaar gescheiden en beschikken elk over een eigen, afgesloten stuk grond.

GOEDE AFSPRAKEN

Van de drie bouwheren waren er twee zelf architect. De derde deed voor zijn deel van de renovatie een beroep op architect Axel Devroe. “Het was mijn eerste grote architecturale opdracht”, aldus Axel. “Je zou denken dat aan zo’n verbouwing nogal wat gepalaver voorafgaat, maar in dit geval is dat erg meegevallen. Niet alleen omdat we alle drie grotendeels op dezelfde lijn bleken te zitten, maar ook omdat elke partij zich in de eerste plaats op haar eigen woning concentreerde. Voor de buitenkant hebben we echter wel een aantal goede afspraken gemaakt, zodat de drie units visueel mooi bij elkaar aansluiten: alle schoorstenen aan de achterkant, geen veluxramen aan de voorkant, dezelfde kalei op de muren… Ook de ramen zijn van hetzelfde type, al werden ze voor elke woning wel anders gedetailleerd.”

LEGE DOOS

Het deel van het pand dat Axel Devroe onder handen nam, werd vroeger als pakhuis gebruikt en is grosso modo een rechthoek van 20 x 6 m. “Het gebouw stond er al een tijd verlaten bij en was dus behoorlijk vervallen”, herinnert de architect zich. “Het werd dan ook veeleer een reconstructie dan een renovatie. We hebben de ‘doos’ volledig leeggemaakt, zodat op een bepaald moment alleen nog de buitenmuren overeind stonden. We legden een nieuw dak, er kwamen nieuwe vloeren en plafonds… De bouwheren – ook die van de andere units – hebben veel zelf gedaan: slopen, nivelleren, schilderen… Om meer licht binnen te halen, voorzagen we het blok aan de kop en aan de tuinzijde van grote raampartijen, opteerden we voor een vide en brachten we op de bovenverdieping een binnentuin aan. Ook de vloer van polybeton is in dat verband belangrijk, want die reflecteert het licht.”

ÉÉN DEUR IN HUIS

De renovatie nam een paar jaar in beslag. “Een project moet groeien”, zegt Axel Devroe. “Je moet de tijd nemen om alle opties te onderzoeken. Zo heb ik niet geprobeerd om de oude elementen van het gebouw zo veel mogelijk intact te laten, maar wel zaken toegevoegd waarvan de neutrale observator zich afvraagt of ze oud of nieuw zijn. Ik had over het algemeen carte blanche, maar heb tussen de bedrijven door natuurlijk wel met de bouwheer overlegd. Hij wilde vooral een woning met een open sfeer. Daarom hebben we op beide verdiepingen gekozen voor een structuur met drie opeenvolgende ruimtes, die in elkaar overvloeien maar door kleine details toch ook duidelijk afgelijnd zijn. Er is in het hele huis trouwens welgeteld één binnendeur: die van het toilet. Qua materialen opteerden we voor ruw beton – de sporen van de bekisting lieten we bewust zichtbaar -, hout en witte wanden.

MEUBELS MET EEN VERHAAL

De sobere setting en het neutrale kleurenpalet – wit, grijs en houttinten – komen het zorgvuldig gekozen meubilair alleen maar ten goede. “Ook dat maakte deel uit van de opdracht”, vertelt Axel. “Ik ben altijd al met interieurs in de weer geweest en heb ook een tijd voor het Deense designmerk Fritz Hansen gewerkt. Meubilair moet een verhaal vertellen. Je koopt het niet voor even, maar om het levenslang te koesteren en door te geven aan de volgende generatie. Het moeilijkste is om geen al té evidente stukken in huis te halen. Ik hou van het flamboyante van Italiaans meubilair, maar toch nog iets meer van de Scandinavische stijl. Voor deze woning kozen we voor een mix van vintage, klassiekers en eigentijds design. Die komt in deze minimalistische, zeg maar Spartaanse omgeving uitstekend tot zijn recht.”

 

Dit ga je ook leuk vinden:

DOOR JAN DE VOS. FOTO’S: KAATJE VERSCHOREN.