Met de voeten in het water en het hoofd tussen de palmbomen. Bij het afbreken van een oude textielfabriek in Sint-Niklaas kwam er ruimte vrij, niet voor één, maar voor twee tuinen: een pocketjungle in mediterrane sfeer en een verborgen rozentuin.

Dromen over verre oorden, dat is wat de ontwerpen van landschapsarchitect Jan Minne je laten doen. En dat is ook precies de reden waarom Gijs De Cock van architectuurbureau  Raamwerk en Dorien Van Doorsselaer een beroep op hem deden. Om hun art-decohuis in Sint-Niklaas te vergroenen, braken ze het volgebouwde perceel gedeeltelijk af. Daardoor kreeg Minne niet één, maar twee stadstuinen ter beschikking die hij naar zijn gevoel kon invullen. Inspiratie voor zijn ontwerpen – die uit een andere wereld lijken te komen – haalt hij uit de reizen die hij maakt. Zo is de mediterrane tuin een knipoog naar het Spaanse eiland La Palma waar Chinese waaierpalmen en vijgenbomen goed gedijen. De subtropische sfeer sluit mooi aan op de historische architectuur van de woning. Wist je dat escapisme en exotisme belangrijke elementen zijn van de art deco?

Bomen als verrassingselement

Ontsnappen en wegdromen gaat bij de landschapsarchitect altijd gepaard met het planten van bomen. Door die in de tuin uit te zetten als personages, ontstaat er spanning in zijn ontwerpen. Daarbij gaat het om volwassen of volgroeide bomen en nooit over ‘schaamplantjes’, zoals hij ze omschrijft. Dit zijn kleine planten, waarvan je het effect pas over dertig jaar voelt. Minne houdt van spektakel en wil onmiddellijk resultaat boeken. Vandaar de keuze voor grote Chinese waaierpalmen met ranke stammen, die vanaf elke verdieping van de woning via de nieuwe glazen achtergevel zichtbaar zijn. De tuin en de woning zijn volledig op elkaar afgestemd: “Door bestaande raamopeningen te verlagen tot op de vloerpas hebben we plekjes gecreëerd die in directe verbinding staan met de tuin. Zo staat de eetruimte in de schaduw van een vijgenboom en via de leeshoek heb je een mooi zicht op de jungle. In de speelruimte of het bureau heb je de kruin van de palmboom op ooghoogte”, vertellen De Cock en Van Doorsselaer.

Het was een bewuste keuze van Minne om de afstand tussen de gevel en de bomen zo veel mogelijk te verkleinen. “Mensen hebben schrik van bomen. Nooit zullen ze bijvoorbeeld een ficus pal voor een raam plaatsen, omdat dit het zicht beperkt. Toch zijn het net die limieten en onverwachte elementen die een tuin interessant maken”, licht hij toe. “Een tuin is geen poster om naar te kijken. Hij mag zijn geheimen niet meteen prijsgeven.” Naast een gezonde mix van bomen telt de compacte stadstuin ook succulenten, sedums, hoge en lage grassen. Het resultaat is een patchwork van kleuren, bloemen en planten die op verschillende momenten doorheen het jaar bloeien.

Stenen maken plaats voor rozen

De eerste tuin is niet alleen mooi om naar te kijken. In het stalen, verzonken buitenbad onder de vijgenboom is het ook heerlijk relaxen en afkoelen in de zomer. Langs weerszijden van het bad heb je slingerende paden van schelpen die leiden naar het atelier. Bij het ontmantelen van de daken van dit achtergebouw, kwam er een tweede buitenruimte vrij, die qua stijl enorm verschilt van de mediterrane pocketjungle vooraan.

Het is hier dat de familie samenkomt om te spelen, te lezen en te BBQ’en. Omdat de bewoners de tuin zo intensief gebruiken, bleef de stenen tegelvloer grotendeels bewaard. Hier en daar werden tegels verwijderd om plaats te maken voor klimplanten die zich wild een weg banen naar boven via stalen poutrels. De mix van liaan-, klimrozen, clematis en een druivelaar omschrijft Minne als “een kakofonie, waarbij de bonte wisseling van kleuren, bladstructuren en bloeimomenten ervoor zorgt dat er altijd wel iets nieuws in de tuin te beleven valt.” Kijken, spelen, baden, en het hele jaar door chillen in een tuin die bloeit en groeit. Deze compacte, verrassende stadstuinen in het hartje van Sint-Niklaas combineren vele voordelen.

 

Lees ook: