Michiel (39) en Nathalie (35) waren als kind buurjongen en buurmeisje. Pas jaren later sloeg de vonk over. Vandaag zijn ze getrouwd, hebben ze twee kinderen en runnen ze samen een restaurant.

Echte kwajongen

Nathalie: “Wij woonden als kind allebei in Stene, een klein en gezellig dorpje bij Oostende. Onze tuinen grensden aan elkaar, Michiel was dus mijn achterbuur. We maakten samen deel uit van een grote groep jonge kinderen in de buurt, maar omdat ik vier jaar jonger was dan Michiel, had ik in die periode niet zoveel contact met hem. Ik speelde liever met mijn vriendinnen. Ik kende hem natuurlijk wel als een echte kwajongen. Een stout, ongedurig ventje (lacht). Toen Michiel op internaat ging in Koksijde, verwaterde het contact helemaal. Hij deed hotelschool en werkte altijd tijdens de weekends. Toen ik in het eerste middelbaar zat, ben ik hem nog eens tegengekomen. Ik deed aan competitief trampolinespringen en had mezelf per ongeluk een blauw oog gegeven: mijn knie was tegen mijn oogkas gebotst. Dat herinnert Michiel zich dus blijkbaar nog heel goed.”

Nathalie: “In het begin mocht Michiel niet binnen, mijn ouders kenden hem nog als dat stout manneke van vroeger”

“Op mijn vijftiende kwamen we elkaar opnieuw tegen tijdens een basketbalmatch in Gent. Ik dacht eerst dat het zijn broer was, maar het was Michiel. Daar zijn we aan de praat geraakt. Het was de periode rond Nieuwjaar en we zijn al snel iets gaan drinken. En daarna was het koekenbak. Het grappige is dat onze ouders elkaar ook kenden van in de wijk en in het begin waren ze niet zo blij met hem. Hij mocht niet eens binnen, ze zagen hem nog steeds als dat stout manneke van vroeger. Het mocht regenen, sneeuwen of ijzelen: hij moest aan de deur blijven staan. Gelukkig was mijn kamer op de benedenverdieping, dus liet ik hem stiekem binnen langs het raam. En kijk, twintig jaar later zijn we nog steeds gelukkig samen.”

Eigen restaurant

Michiel: “Thuis waren er duidelijke regels, zo moest ik altijd op tijd naar bed, ook als de andere kinderen nog aan het spelen waren. Maar ik wilde zo lang mogelijk opblijven en niks missen. Vanuit mijn kamer kon ik de tuin zien van Nathalie, ik was altijd een beetje jaloers als daar nog iemand aan het spelen was. Nathalie hoorde niet echt tot mijn vaste vriendengroepje, want dat waren allemaal jongens. We gingen zwemmen in de beek, met slijk gooien of kampen bouwen. Meisjes werden niet toegelaten. Op een bepaald moment zijn we verhuisd, nog steeds in dezelfde wijk maar enkele straten verder. Toen is het contact verminderd. Zeker omdat ik ook op internaat ging. Ik had vrienden van overal, maar niet meer uit Oostende. Toen we elkaar terugzagen op die basketbalmatch in Gent, kregen we inderdaad vrij snel een relatie.”

“Er volgde een periode dat we vaak samenwerkten in het weekend. Als ik ergens in de keuken stond, bijvoorbeeld bij Ostend Queen, stond Nathalie in de zaal. Ze deed dat gelukkig heel graag. En nu hebben we dus ons eigen restaurant, dat we uitsluitend met z’n tweeën runnen. Dat is niet evident, want ik heb een moeilijk karakter. In mijn keuken ben ik zelfs lichtjes autistisch. Maar met Nathalie verloopt alles vanzelf, het klikt gewoon tussen ons. Zij is ook de enige naar wie ik luister als ik iets laat proeven. Soms gaan er dagen voorbij dat we niet met elkaar praten, een blik hier of daar is voldoende. We zijn perfect op elkaar ingespeeld. Zo hebben we het allebei graag. Wie had dat kunnen denken, lang geleden in de wijk?”

Meer liefde en relaties:

Tekst: Evelien Rutten, openingsbeeld: Duncan de Fey.