Wie zonder partner een kind wil, kan dat via anonieme spermadonatie. Maar een biologische vader zonder gezicht, zorgt voor vragen zonder antwoord…

Hoeveel van jouw unieke eigenschappen zijn genetisch bepaald en hoeveel door de omgeving waarin je opgroeide? Misschien is dat voor jou zo klaar als een klontje en vind je het niet zo’n belangrijke vraag. Maar als je op een dag te horen krijgt dat je een donorkind bent en je 50 procent DNA deelt met een onbekende, wordt die genetische link misschien plots wél relevant. Het is als een blinde vlek vol informatie waar je niet bij kunt. Zo ervaarde Steph Raeymaekers (43) het toch. Zij werd verwekt met het zaad van een anonieme donor en staat al tien jaar op de barricades opdat de anonimiteit wordt opgeheven. “Het feit dat een donor anoniem blijft, is eigenlijk een verloochening van het kind, nog voor het verwekt is. De strijd die ik vandaag voer, gaat over het recht op fundamentele informatie. Medisch, maar ook over je afkomst en potentiële verwantschappen. Niet enkel ik, ook mijn kinderen, andere donorkinderen én de wettelijke kinderen van spermadonors moeten op de hoogte zijn dat ze misschien dichte verwanten hebben. In Nederland is er een groep van negentig donorkinderen ontdekt met dezelfde donorvader. Zij komen elkaar soms letterlijk tegen op Tinder. Mijn zoon wilden we inschrijven in een populaire middelbare school. Achteraf bleek dat er ook een nicht van hem schoolliep: de dochter van mijn op dat moment nog onbekende halfzus. België is een klein land. De grootste groep Belgische donorkinderen is intussen met negen, maar dat kunnen er uiteraard nog veel meer worden. Niet iedereen weet van zichzelf dat het een donorkind is of doet een DNA-test. Drie van hen studeerden op hetzelfde moment aan dezelfde universiteit. Ze liepen samen op die campus rond en hadden verliefd kunnen worden. Dat is toch beangstigend?”

Parallelle geschiedenis

Steph werd geboren als deel van een drieling, in een gezin waar ze zich nooit echt thuis voelde. De band met haar papa was koel en afstandelijk, hij bleef altijd een beetje een vreemde. Op zijn schoot zitten voelde onnatuurlijk, er was geen connectie. “Mijn moeder wou kinderen, maar hij niet. Toen bleek dat hij onvruchtbaar was, kozen ze voor een donorkind. Het werden er ineens drie tegelijk. Een cadeau, maar ook geen cadeau. Op papier waren we een perfecte, klassieke familie. Maar ons gezin was verre van perfect. Mijn vader verloor zich in zijn werk als zelfstandige en mijn moeder bleef alleen thuis met de kinderen. Ze had altijd gedacht dat als ze kinderen had, ze gelukkig zou worden, maar dat was niet het geval. Ze raakte verbitterd en heeft het ons zelfs kwalijk genomen dat we bestonden. Uiteindelijk waren we meer een last dan een zegen. We zijn opgegroeid met het gevoel dat we er niet mochten zijn.” Toen Steph als twintiger te horen kreeg dat ze een donorkind is, vielen de puzzelstukjes op hun plaats. Heel haar jeugd was er dat grote gemis: het gevoel dat er naast haar eigen verhaal nog een andere, parallelle geschiedenis was die verborgen bleef. Eindelijk werd die leegte benoemd. “Maar die ongelukkige kindertijd is niet dé reden waarom ik uiteindelijk op zoek ben gegaan naar mijn biologische vader. De klik kwam toen ik zelf kinderen kreeg. Mijn zoon lijkt keihard op mij: echt genetica in your face. Zo fascinerend. Het onzichtbare werd zichtbaar. Ik begon me af te vragen waar ik vandaan kwam. Niets is zo raar als beseffen dat er iemand rondloopt die jouw biologische vader is en dat heel veel mensen beslist hebben dat jij geen toegang krijgt tot die informatie. Integendeel: het wordt je zo moeilijk mogelijk gemaakt. Nadat ons tweede kind werd geboren – twee druppels water mijn man – moest ik het weten. Zien. Vergelijken. Herkennen.”

Spermacocktail

Steph bijt zich als een pitbull vast in dossiers, DNA-resultaten, stambomen, krantenartikels en gesprekken met mogelijke getuigen. Ze laat geen enkel pad onbewandeld. “De gerespecteerde arts die mijn ouders had behandeld, de godfather van de spermadonatie die zowat alle fertiliteitsartsen in ons land heeft opgeleid, bleek het niet zo nauw te nemen met de regels. Hij had zogezegd zaad van één donor gebruikt, maar uit een DNA-test bleek dat mijn drielingzus een andere vader heeft dan onze drielingbroer en ik. Er is dus een cocktail van sperma toegediend bij mijn moeder. De dokter had mijn moeder gezegd dat de donor een vader met gezonde kinderen was, maar in werkelijkheid ronselde hij gewoon jonge studenten op de VUB, waar hij lesgaf. De donoren werden totaal niet gescreend, hun medische achtergrond was onbekend. Hoe langer ik zocht, hoe meer schandalen er naar buiten kwamen. Vandaag heb ik het echt gehad met artsen die liegen. Het is heel heftig om te beseffen dat je het resultaat bent van een sociaal experiment.” Nadat ze in een Amerikaanse DNA-databank een match vindt, wordt de zoektocht concreter. Steph ontdekt een halfzus en twee halfbroers. En dan, na zeventien (!) jaar stamboom- en DNA-onderzoek, ook haar biologische vader.

De advocaat van Delphine

“Ik stuurde een bericht via Messenger, maar hij antwoordde niet. Ik probeerde het dan maar via zijn Facebookvrienden. Een van hen heeft me uiteindelijk ingelicht dat hij drie jaar daarvoor was gestorven aan een agressieve kanker. De grond onder mijn voeten zakte weg.” Steph probeert contact op te nemen met zijn familie. “Ik vond zijn zus, het huis waar hij had gewoond, zijn nichtjes… Aanvankelijk wilde zijn familie niets met me te maken hebben. Mijn verschijning raakte oude familiewondes aan. Maar ik wou enkel mijn verhaal kunnen afsluiten. Dat is me ook gelukt, dankzij de advocaat van Delphine Boël. Omdat ik zekerheid wilde, vroeg ik om een DNA-test. Hij schreef de familie een brief en daardoor hebben ze erin toegestemd. En nu weet ik het: hij was het écht. Een heel complexe, doch betoverende man. Een kunstenaar. Hij is gestorven met de gedachte dat hij niks heeft achtergelaten, maar hij had vijf kinderen en acht kleinkinderen. Had ik hem maar eerder gevonden, misschien had ik nog iets kunnen betekenen in zijn leven. Mijn dochter gaat naar de kunstacademie en ik had zo graag gehad dat ze zich samen konden amuseren in zijn atelier. Ik heb kunstwerken van hem gevonden, die staan nu in mijn huis. Dat is leuk. Maar ik moet het doen met de kruimels die van tafel vallen. Als ik familiefoto’s zie van hem, denk ik altijd dat ik daar tussen had moeten staan. Ik lijk op die mensen. Anderen hebben het me echter niet gegund.”

 

Lees ook: