Maskers noch superkrachten: lokale helden maken het verschil in de buurt met hun grote hart en leggen maar wat graag een cape van verbondenheid rond hun geliefde gemeenschap. Pieter of ‘Knudtje’ doorbreekt het taboe rond rouwen.

 

Toen Pieter Deknudt (38) in 2012 zijn vriend Robbie verloor na een verkeersongeluk, was hij in Deerlijk overal ‘de vriend van die overleden jongen’. Vandaag is hij ‘Knudtje’, nog steeds een jongen voor veel Deerlijknaren, maar wel eentje die het taboe rond rouwen doorbreekt en verbinding zoekt in alles wat hij doet. “Ik zie het groot, maar ik hou het vooral ook graag klein.”

“In 2012 stierven in ons dorpje Deerlijk op zes maanden tijd vier jonge gasten, allemaal los van elkaar. Op een dorp van 12.000 man is die impact niet te onderschatten: je voelde die donkere wolk zelfs tot bij de bakker. De eerste die stierf, was Robbie, net als ik een muzikant. Hij bij de band Highway Jack, ik bij Zinger. In een dorp rouwen heeft iets troostends, omdat iedereen het verdriet samen draagt, maar aan de andere kant rust er ook een taboe op de dood. Zéker in West-Vlaanderen. De doden doodzwijgen, Robbie doodzwijgen: dat klopte niet voor mij. Het duurde twee jaar voor er na Robbies overlijden nog iets uit m’n gitaar kwam, maar dan heb ik mijn moed bij elkaar geraapt en de song Grace (Everybody’s Dying These Days) voor Robbie geschreven. Het warme deken dat een dorp zo vaak is, ook rond onze overledenen slaan: dat was het idee achter Reveil.”

350 mensen op het kerkhof

“Ik wilde op 1 november een eerbetoon aan Robbie brengen op de begraafplaats, met muziek en lichtjes. En met mijn gitaar veel te luid, zoals hij het gewild zou hebben. In een stad zou ik honderden formulieren moeten invullen, in Deerlijk moest ik gewoon bij Regine gaan, de schepen, en vragen of dat mocht. ‘Ah ja Knudtje, dat is een gek idee, maar doe maar jongen’. En het was in orde. Ik contacteerde de fanfare en de heemkundige kring en alles verliep heel gemoedelijk. We kennen elkaar allemaal al jaren, het hele dorp voelt eigenlijk bijna aan als familie. Als ik iets verkeerds zou doen, zou ik het gewoon bij de bakker horen. (lacht) Dat op die eerste Reveil meer dan 350 mensen kwamen opdagen, zonder reclame te maken, heeft dan ook alles te maken met de liefde die zo eigen is aan een dorp. De mensen kwamen voor Robbie, maar ook omdat ze vertrouwden dat we er iets respectvols van zouden maken. Na afloop waren de reacties overweldigend. Een man vertelde me dat het de eerste keer was dat hij op de begraafplaats kwam sinds de dood van zijn zoontje tien jaar geleden. En iemand anders zei: ‘Knudtje, als hier een Nobelprijs voor zou bestaan, ge zou hem mogen krijgen’. In een stad zou dat me heel ongemakkelijk doen voelen. Maar in mijn thuisdorp kan ik zo’n compliment makkelijker plaatsen, omdat het gegeven wordt door mensen die me écht kennen, die met me opgegroeid zijn.”

Elke stad een dorp

“Dat lokale, dat familiegevoel van een dorp: daar gaat mijn hart sneller van slaan. Ik ben oprecht blij met mijn babbeltjes op straat en vind smalltalk helemaal niet negatief. Ik vind het net fijn dat ik over iedereen wel íéts weet, en omgekeerd. Eigenlijk zou ik in elke stad de sfeer van een dorp willen brengen. Onlangs richtte ik met mijn band Zinger de Facebookgroepen Goed nieuws uit… op als beweging tegen al het slechte nieuws. Er is er één voor elke gemeente in Vlaanderen, van Aalst tot Zwijndrecht. Driehonderd Facebookgroepen op twee weken: dat was een stevige klus. Maar als ik zie hoe ze gevoed worden door de mensen van de stad of het dorp zelf, dan weet ik dat het daar ook gelukt is.”

 

Meer liefde voor lokaal:

Tekst: Lisa Gabriëls – Beeld: Manuel Mendoza