Valentijn is het uitgelezen moment om samen met je geliefde te vieren. Het klassieke beeld van man, vrouw en huisje, boompje, beestje is al lang achterhaald. Inke Gieghase is zelf non-binair en panseksueel. Die post er over op @queersperspective en geeft als public speaker lezingen rond maatschappelijke thema’s. “Ik kan de wereld niet veranderen, maar zaadjes planten is een mooie start.”

Je bent spreker en schrijver, vaak gaat het over de liefde en genderidentiteit en -expressie. Taboes verdwijnen gelukkig, is er nog nood aan sensibiliseren anno 2021? 

“Ik vrees van wel. Er is al een positieve evolutie, maar discriminatie is er nog steeds. Ik denk deels uit onwetendheid en angst: mensen kennen woorden als ‘non-binair’ of ‘panseksueel’ wel, maar weten niet concreet wat het betekent. Er is nog te weinig informatie en de beeldvorming in de media klopt vaak niet of is eenzijdig. Daarnaast wil ik vooral een voorbeeld zijn voor jongeren en voorkomen dat ze dezelfde strijd moeten doorgaan als ik. Er was amper informatie. Ik heb te lang slecht in mijn vel gezeten omdat ik niet wist wie ik was, er waren geen voorbeelden.

“Ik wou eerst geen rolmodel zijn. Maar ik ben nu graag een voorbeeld voor jongeren die zoekende zijn. Toen ik veertien was, waren er enkel chatboxen, maar daar kwamen louche mensen op af”

Wanneer begon die strijd? 

“Al redelijk vroeg. Op mijn twaalfde voelde ik voor het eerst dat ik anders was, ik twijfelde aan mijn seksuele oriëntatie: op wie viel ik eigenlijk? Op mijn veertiende twijfelde ik aan mijn genderidentiteit. Een logisch moment: ik begon te puberen en mijn lichaam veranderde. Hoewel er van jongs af aan lichamelijke verschillen zijn, voelde ik toen pas dat label en de druk van de maatschappij en school om in een bepaald hokje te passen. Ik voelde dat het label ‘vrouw’ niet bij me paste, maar wist ook niet wie of wat ik wel was. Ik zocht tevergeefs naar informatie: ik spreek ondertussen van tien jaar geleden, er waren enkel chatboxen, maar daar kwamen louche types op af. Als er al informatie was, ging die over binaire trans personen. Dus ik dacht even dat ik een trans man was, dat was het enige labeltje waaraan ik ‘voldeed’. Ik voelde mij er niet 100% goed bij, maar ik wist niet beter.”

Pubers kunnen hard zijn. Hoe was je schooltijd?

“Ik voelde heel hard dat ik anders was dan anderen. Mijn benen scheren deed ik niet altijd, en op mijn vijftiende kwam ik uit de kast als lesbienne. Ik was een ‘gemakkelijk doelwit’ voor pesters. Ik heb dus niet meteen een rooskleurig beeld als ik terugdenk aan mijn schooltijd.”

“Ik was 14, wist totaal niet wie ik was en wilde geen vrouw zijn. Ik was een doelwit voor pesters omdat ik ‘de rare’ was”

Nu zie ik een zelfzeker persoon die vol trots over hun identiteit praat. Waar kwam de ommekeer? 

“Op mijn achttiende startte ik met zwerkbal, de meest gender-inclusieve sport ter wereld. Daar genoot ik niet alleen van sport, ik ontdekte een open minded gemeenschap waarin ik mezelf kon zijn. Iedereen was zichzelf en ging heel vrij om met labels. Er ging een wereld voor me open. Voor het eerst moest ik me niet bewijzen of aan bepaalde verwachtingen voldoen. Daar leerde ik non-binaire mensen kennen: mensen die zich niet man of vrouw voelden, maar gewoon mens. Het leek wel alsof de puzzelstukjes in elkaar vielen. Langzaam trok mijn zelfhaat weg, ik hoefde niet meer geforceerd in een hokje geduwd te worden.”

Je kledingstijl is heel variabel, van androgyne looks tot fleurige bloemenjurken en make-up. Een bewuste keuze?

“Toen ik net ontdekte dat ik non-binair was, droeg ik vooral kleding uit de mannenafdeling en gebruikte ik binders om mijn borsten zo goed mogelijk te verbergen. Ik wilde niet als vrouw gezien worden. Gelukkig leerde ik dat genderexpressie helemaal niet je genderidentiteit bepaalt. Ik besef nu gewoon dat ik me aan niemand hoef te bewijzen. Als ik zin heb om een broek aan te doen, doe ik dat. Maar heb ik zin om mij helemaal op te kleden met een jurk, kan dat net zo goed. Ik doe dat voor mezelf, niet voor anderen. Ik moet wel toegeven dat het niet vanzelf kwam hoor. Ik heb hieraan moeten werken. Maar ondertussen denk ik: ‘fuck it, het maakt me niet uit hoe de maatschappij me ziet. Ik weet wie ik ben en voel me goed in mijn vel.

Hoe zit het met relaties?

“Ik ben panseksueel: ik voel me niet aangetrokken tot een genderidentiteit, wel tot een persoon. Relaties waren niet altijd gemakkelijk voor mij. Op mijn zeventiende had ik voor het eerst een relatie met een meisje. Later was ik nog twee jaar samen met een persoon. Die maakte mijn evolutieproces mee. Ik was zoekende en kleedde me in verschillende stijlen. Dat was niet altijd gemakkelijk: ik kreeg het gevoel dat ze mij niet op elk moment aantrekkelijk vond, maar voelde wel de nood om te experimenteren. Ik kon het haar niet kwalijk nemen, maar het speelde zeker wel een rol in de breuk. Het heeft me veel pijn gedaan: ik zat zelf vol twijfels, kreeg een serieuze deuk in mijn zelfvertrouwen en kreeg paniekaanvallen.

“als een leerkracht mij een bericht stuurt omdat er een les volgt over genderidentiteit en seksualiteit maakt mijn hart een vreugdesprongetje. Toen ik afstudeerde, had ik hooguit één keer iets over homoseksualiteit gehoord”

Ook je ouders zagen je evolueren. Hoe reageerden zij?

“Zij reageerden gelukkig heel goed. Ze stelden vragen, wilden weten wat het precies betekent en deden hun best om de juiste naamwoorden te gebruiken. Ik kom uit een nest waarin ik altijd mijzelf kon zijn en mijzelf kon ontplooien. Ik besef maar al te goed wat een voorrecht ik daarin heb. Er zijn nog steeds mensen die worden verstoten of zelfs doodsbedreigingen krijgen als ze zich uiten. Dat maakt het allemaal nog veel pijnlijker. Mijn ouders hebben mij altijd gesteund en mezelf laten zijn. Al maken ze natuurlijk weleens fouten tegen de voornaamwoorden, maar ze doen echt hun best (lacht).”

Die voornaamwoorden zie je ook steeds meer opduiken op sociale media. Waarom is dat belangrijk? 

“Door ‘die’, ‘hen’ en ‘hun’ te gebruiken maak je een non-binair persoon, die deze voornaamwoorden gebruikt, duidelijk dat je hun identiteit erkent en er respect voor hebt. Op sociale media zie je het inderdaad vaak opduiken, zeker niet alleen bij non-binaire personen. Iedereen kan het doen. Zo kun je bijvoorbeeld he/his of she/her in je bio plaatsen. Een mooie evolutie, je geeft erkenning en draagt op een gemakkelijke manier bij tot een gender-inclusieve maatschappij.

Die erkenning is belangrijk en is er niet altijd. Toen ik in 2017 met een groepje studenten op café zat, maakte een van hen een opmerking. ‘Non-binaire mensen bestaan niet, je bent een van de twee’, zei hij. Dat voelde als een slag, ik voelde me ongemakekkelijk, maar zat daar met mijn mond vol tanden en durfde niet te reageren. Ook daar ben ik in gegroeid hoor. Vorig jaar studeerde ik aan de Universiteit van Brussel. Toen we onszelf moesten voorstellen, zei ik voor een volle aula: ‘ik ben Inke en mijn voornaamwoorden zijn die en hun’. Dat was eng, maar ik was vooral trots achteraf. Negatieve reacties heb ik niet gekregen.”

Krijg je weleens negatieve reacties?

“Die zijn er nog steeds, maar gelukkig vooral ook mooie reacties. Ik kan het ook al iets beter van me afzetten. Vroeger kon ik echt ziek zijn van slechte reacties, nu probeer ik het te negeren. Maar het blijft pijnlijk. Je kunt 10 positieve reacties krijgen en 1 negatieve, die ene zal langer blijven hangen. Dat is een van de redenen waarom ik zo publiek over mijn genderidentiteit spreek: ik wil informeren, inspireren en anderen een hart onder de riem steken. Ik kan de wereld niet veranderen, maar wel zaadjes planten. Mezelf voorstellen met mijn voornaamwoorden, een foto posten op Instagram… Als ik één persoon kan inspireren of wat meer bewustwording kan creëren, ben ik blij. We zijn er nog niet, maar ik zie evoluties. Als een leerkracht mij informatie vraagt omdat er een les volgt rond genderidentiteit op school, maakt mijn hart een sprongetje. Toen ik op mijn achttiende uit de schoolbanken kwam, had ik hooguit één keer iets over homoseksualiteit gehoord, laat staan over gender-identiteit.”

Daar is nog veel werk aan de winkel? 

“Zeker en vast. Op school, in de publieke ruimte, in de media… Er zijn ook nog steeds veel binaire opsplitsingen. Kleedkamers op school bijvoorbeeld of aparte toiletten voor mannen en vrouwen in cafés. Toch zie ik ook al veel positieve dingen. De stem van onze gemeenschap wordt steeds luider en moeilijker om te negeren.”

Je wilt een rolmodel zijn voor al die jongeren op zoek naar zichzelf? 

“Eigenlijk wilde ik dat eerst niet, dat is alweer zo’n label (lacht). Het legt veel druk op mijn schouders. Maar nu ben ik graag een voorbeeld voor jongeren die zoekende zijn. Ik zocht toen zo hard naar voorbeelden, maar vond ze niet. Dus als ik voor iemand anders zo’n voorbeeld kan zijn, heel graag.”

Vandaag is het Valentijn. Heb jij een relatie en ga je vieren? 

“Ik heb op dit moment geen relatie, maar ik ben gelukkig. Ik ga vandaag wandelen met vrienden, maar dat is niet om Valentijn te vieren (lacht).”

Enkele begrippen uitgelegd: 

  • Non-binair: Een non-binair persoon is iemand die zich niet thuis voelt in de binaire gendercategorieën man of vrouw en zich beter voelt bij een andere, niet-binaire, genderidentiteit.
  • Panseksueel: Een panseksueel persoon voelt zich aangetrokken tot een persoon, niet tot een genderidentiteit.
  • Genderexpressie: verwijst naar de manier waarop mensen hun genderbeleving naar buiten brengen: onder kleding, haarstijl en make-up. Genderexpressie is wat de buitenwereld van een mens te zien krijgt, in tegenstelling tot genderidentiteit die onzichtbaar is en zich innerlijk afspeelt. Deze twee zijn niet noodzakelijk gelijklopend.
  • Genderidentiteit: het innerlijke gevoel van welk gender bij een persoon past. Bij heel wat mensen komt dit gevoel en de manier waarop ze zichzelf identificeren overeen met het toegewezen geslacht bij de geboorte. Je wordt bijvoorbeeld geboren met een lichaam dat als vrouwelijk wordt gezien en je voelt je ook een meisje of vrouw.
  • Genderfluïde: Een genderfluïde persoon is een persoon die schuift op het genderspectrum en zich bijvoorbeeld soms man en dan weer vrouw voelt, of non-binair.
  • De voornaamwoorden: De huidige binaire voornaamwoorden hij/zij, hem/haar, zijn/haar krijgen respectievelijk gezelschap van die, hen en hun.

Meer over relaties: