Hoe zit het met de cultuurverschillen in ons land en hebben die invloed op de liefde? Hoeveel water wordt er in de wijn gedaan door een ‘gemengd’ Vlaams-Waals koppel? Wij vroegen het aan mensen die de liefde over de taalgrens vonden.

Audrey (36), diëtiste, en Steven (36), Program Manager, wonen met hun drie kinderen Anaïs (6 1/2), Luka (5) en baby Chloé in faciliteitengemeente Sint-Genesius-Rode.

In welke taal zijn jullie opgevoed?

“Steven is opgegroeid in Linkebeek in een perfect tweetalig gezin. Zijn moeder is Nederlandstalig, zijn vader Franstalig. Hij volgde onderwijs en judo in het Nederlands, maar bij de scouts werd Frans gesproken. Ik kom uit een volledig Franstalig Brussels gezin. Toen we elkaar ontmoetten, sprak ik school-Nederlands… een beetje dus. Dat was toen we op kamp waren met kinderen uit de bidonvilles in Marokko. Stevens scoutstotem is Caracal en daarom noemen zijn Franstalige vrienden hem altijd ‘Cara’, ik ook trouwens.”

Speelde het taalverschil in het begin een rol?

“Niet echt, want Cara spreekt perfect Frans. Maar toen ik zijn ouders ontmoette, was er wel sprake van een misverstand. Het was Kerstmis, en ik had me feestelijk aangekleed. Ik was heel beleefd en vormelijk tegen zijn ouders en sprak hen aan met ‘u’. Op de terugweg zei hij dat ik dat nooit meer mocht doen, het kwam arrogant over. Ik heb geleerd om mensen die ik niet kende, met u aan te spreken, zeker als ze ouder waren dan ik. De volgende keer zei ik ‘je’ tegen iedereen, zelfs tegen z’n oma. Heel raar. Omdat bij Cara thuis iedereen tweetalig is, ging het gesprek van de ene taal naar de andere over. Audrey & Steven In het begin kon ik niet alles volgen, maar intussen praat ik vlot Nederlands, al maak ik nog fouten. Dat doet er niet toe, want ze verstaan me.”

Ben je blij dat je beter Nederlands spreekt?

“Ja, ik ben er trots op als de Franstalige moeders op de school van mijn kinderen – ze volgen Nederlandstalig onderwijs – denken dat ik een Vlaamse ben. Ik maak er een erezaak van om Nederlands met de kinderen te spreken als het met school te maken heeft. Ze zijn behoorlijk tweetalig. Thuis spreken ze Frans tegen mij, en Nederlands met hun papa. Ze vermengen de twee, en zeggen bijvoorbeeld ‘Je bois de la pique-water’ of ‘On mange des crepekes’. Als ze zich pijn hebben gedaan, krijgen ze een ‘plakker’, en in de bib kiezen we boeken in beide talen.”

Kunnen jullie als taalgrenskoppel bepaalde clichés in onze maatschappij ontkrachten?

“Wij hebben ons nooit veel van clichés aangetrokken, maar of het nu toeval is of niet, feit is dat mijn familie ertoe neigt om een kwartier te laat op een afspraak te verschijnen, terwijl die van Cara altijd stipt op tijd is, of zelfs 10 minuten te vroeg. Ik vind het nu vervelend als mijn familie te laat is.”

Heb jij een tip voor onze politici?

Wees een beetje nieuwsgieriger naar elkaar. Dankzij onze twee culturen voel ik me completer. Ik heb zoveel bijgeleerd, bijvoorbeeld over de Vlaamse muziekscene, en over films! The Broken Circle Breakdown, Rundskop… schitterend! Wat wij gek vinden, zijn de verhalen over de faciliteitengemeentes, alsof Vlamingen en Walen elkaars grootste vijanden zijn! Niets is minder waar: er heerst een echte dorpssfeer. Als ik het gemeentehuis binnenstap, of een winkel, spreek ik natuurlijk Nederlands, en dat blijf ik spreken, ook als ik antwoord krijg in het Frans. Ik ben er trots op dat ik Nederlands spreek!”

Lees ook: