‘Zal ik je lekker instoppen, lieve schattebol?’ Het klinkt misschien tenenkrullend, maar dat babytaaltje is net het teken van een goede relatie, zo zeggen wetenschappers van de KU Leuven.

 

Seksuologe Audrey Aerens (KU Leuven) liet 1.142 participanten een enquête uitvoeren. En wat bleek: partners die af en toe met een hoog, schattig stemmetje tegen elkaar praten of zelfverzonnen woorden gebruiken die niemand anders verstaat, zijn gelukkiger.  “Babytaal is goed voor je relatie of een teken van een goede relatie”, vertelt de seksuologe. “Personen die het vaakst babytaal gebruiken in hun relatie, vertonen de hoogste scores op relatiegeluk, hechting en affectiegedrag. Het komt trouwens vaak voor: “zo’n twee derde van de deelnemers gebruikt het in zijn of haar relatie, en het wordt bovendien bijna altijd door beide partners gebruikt.” Nog opvallend: hoe meer babytaal, hoe beter de relatie.”

“Personen die het vaakst babytaal gebruiken in hun relatie, vertonen de hoogste scores op relatiegeluk, hechting en affectiegedrag”

Potje vrijen, poezewoefke?

Verder zijn er nog enkele opvallende resultaten. Zo blijkt dat koppels die vaker babytaal gebruiken meer kussen en knuffelen én meer seks hebben dan de koppels die het niet doen. Ongeveer de helft van de bevraagden gebruikt babytaal in een seksuele context in hun huidige relatie.

Aurens wilt de resultaten vooral delen om negatieve stereotypes uit de wereld te helpen.  Maar krijg je zelf de kriebels van die babypraatjes van anderen? Geen zorgen, uit het onderzoek bleek dat de koppels veel vaker babytaal gebruiken als ze allen zijn met hun partner en veel minder in publieke context.

 

Meer over seks & relaties:

(Bron: Scriptiebank – Beeld: Lee Cooper)